Neerlandistiek |
(laatste bijwerking op 6-11-2007 ) |
Ongetwijfeld bevatten volgende teksten nuttige gegevens voor afdelingen die zich in de problematiek van het onderwijs Nederlands en vreemde talen in Vlaanderen en in het Brussels Gewest willen verdiepen of die hierover gesprekken willen organiseren met de minister of met zijn adjunct-kabinetchef Geert Schelstraete (geert.schelstraete@vlaanderen.be):
Bedoeling van de Neerlandistiek-werking is de Prince-leden aanzetten tot een actief (A) en bewust (B) engagement voor de Nederlandse taal en cultuur. Hierdoor krijgt de Orde van den Prince een duidelijke zichtbaarheid (Z) binnen de Vlaams-Nederlandse samenleving.
De Neerlandistiek-werking binnen de Orde speelt zich af op verschillende terreinen. Om een en ander schematisch in kaart te brengen, wordt gekozen voor het model van de uitdijende cirkels. De essentiële opdracht van de Orde qua Neerlandistiek is aandacht hebben voor en stimuleren van de Nederlandse taal en cultuur in Vlaanderen en Nederland, en daarbuiten. Of zoals geschreven staat in de brochure ‘Orde van den Prince’ (2005) onder de hoofding ‘Een genootschap voor taal en cultuur’: “De aandacht van de Orde van den Prince richt zich in het bijzonder op de taal en cultuur van de Lage Landen als gemeenschappelijk erfgoed. Voor de leden zijn de instandhouding en het gebruik van het Nederlands als cultuurtaal en het onderwijs in de Nederlandse taal in binnen- en buitenland niet slechts vanzelfsprekende waarden, zij zetten zich er ook actief voor in via studies, publicaties, projecten, activiteiten en bijeenkomsten.” (p.8)
1. DE KERN: de Nederlandse taal en cultuur in Vlaanderen en Nederland, met onder andere volgende belangrijke aspecten
- Actueel Nederlands : actuele aspecten van het Nederlands (toekomst van het Nederlands als wetenschappelijke (onderwijs)taal – eenheidstaal versus dialecten/verkavelingsnederlands/poldernederlands – nieuw Nederlands (sms-Nederlands) versus klassiek geschreven Nederlands – problematiek van een Nederlandse terminologie in toegepaste (bv. medische) wetenschappen – Nederlands in de media)
- Creatief Nederlands : poëziewedstrijden – (op)stelwedstrijden
- Nieuw Nederlands : Nederlands voor nieuwe Nederlandstaligen (van Europese, allochtone afkomst, expats)
2. KRING EEN: de Nederlandse taal en cultuur in de grensgebieden
- Frans-Vlaanderen
- Duitsland/Nederland
- Wallonië
3. KRING TWEE: de Nederlandse taal en cultuur in Beneluxverband
- het op elkaar afstemmen van de taal- en cultuurpolitiek binnen de Benelux
4. KRING DRIE: de Nederlandse taal en cultuur in Europa
- onthaal(zomer)cursussen organiseren voor buitenlandse studenten Neerlandistiek
- steun aan buitenlandse leerstoelen Neerlandistiek
5. KRING VIER: de Nederlandse taal en cultuur in de wereld
- onthaalcursussen/steun aan voormalige Nederlandstalige gebieden (Suriname, Zuid-Afrika…)
- informatie verstrekken over taal en cultuur van de Lage Landen (eventueel in het Engels, Frans, Duits of Spaans) in China, India, Brazilië, Amerika, Australië met het oog op verdere interesse
De Neerlandistiek is een zaak van alle Prince-leden maar speelt zich af op drie niveaus.
1. DE AFDELINGEN:
Binnen de afdelingen zetten de leden, onder begeleiding van de afdelingssecretaris Neerlandistiek, zich actief in voor de Nederlandse taal en cultuur op één of meer van de verschillende terreinen (zie boven). Het engagement kan dus heel verschillende vormen aannemen maar het is essentieel dat initiatieven, op welk terrein ook, worden uitgedragen door de leden zelf en niet door derden. Dit persoonlijk, bewust engagement sluit samenwerking uiteraard niet uit maar de inzet van de leden binnen de lokale afdeling primeert en creëert daardoor de nodige zichtbaarheid.
2. DE GEWESTEN:
Elk gewest stimuleert, onder begeleiding van de gewestcoördinator Neerlandistiek, de Neerlandistiek-werking van de lokale afdelingen binnen het gewest. Hij/zij organiseert tijdens zijn/haar bestuursperiode minstens één afdelingsoverschrijdend initiatief en stimuleert zoveel mogelijk samenwerking tussen de afdelingen rond gemeenschappelijke projecten. De financiering daarvoor wordt eventueel aangevuld door subsidies die worden verstrekt door de Orde.
Criteria voor subsidiëring van projecten :
- betrokkenheid van de leden
- verantwoorde (summiere) begroting (geraamde uitgaven – posten van uitgave – geraamde inkomsten – eigen inbreng – gewenste inbreng van de Orde)
- substantiële eigen bijdrage van afdeling/gewest ten belope van minimaal de helft van het totale begrote bedrag (vb. als een gewest een project begroot op 2000 euro kan de Orde maximaal voor 1000 euro meefinancieren; de andere 1000 komen uit eigen middelen)
- gunstig advies van de eigen gewestcoördinator Neerlandistiek én van de eigen gewestpresident
- achteraf indienen van de gemaakte onkosten
PS Aanvraag voor subsidiëring gebeurt vóór 1 februari van het kalenderjaar via de gewestcoördinator Neerlandistiek én de gewestpresident die de aanvraag verder leiden naar het algemeen secretariaat te Antwerpen en het presidium.
3. HET PRESIDIUM :
Het presidium stimuleert, onder begeleiding van het raadslid Neerlandistiek, de Neerlandistiek-werking van gewesten en afdelingen. Daarnaast organiseert het presidiumraadslid Neerlandistiek gedurende zijn bestuursperiode ook minstens één gewestoverschrijdend initiatief. Hij zal advies krijgen van Jos Wilmots (terrein van het Nederlands in Europa), Karel Bostoen (terrein van het Nederlands in de grensgebieden) en van Pieter Geertsma (terrein van de Nederlandse taal en cultuur voor nieuwe Nederlandstaligen).
Frank Hellemans
presidiumraadslid Neerlandistiek
in samenwerking met Karel
Bostoen, Jos Wilmots en de gewestcoördinatoren Neerlandistiek
Deze nota is geschreven naar aanleiding van het ontslag, op eigen verzoek, als afdelingssecretaris Neerlandistiek van Jo Belmans in de afdeling Taxandria.
Jo is vijftien jaar lang een uitstekende verbindingsman geweest tussen de afdeling en de door haar gesteunde docent Neerlandistiek aan de universiteit van Porto.
Niettemin werd binnen de afdeling deze invulling van de Neerlandistiek even ter discussie gesteld. Het was sommige leden nl. niet ontgaan dat de Orde in zijn beleid voor de Neerlandistiek tijdens de laatste jaren bijstuurde. In 2001 werd de werking Neerlandistiek nog als volgt beschreven:”De Orde van den Prince wil bijdragen aan de bekendmaking van de Nederlandse taal en cultuur buiten ons taalgebied. Daartoe onderhoudt ze onder meer contacten met de desbetreffende kring van docenten.”
In de beleidsverklaring Neerlandistiek 2002-2005 (zie website) klinkt het al heelwat anders. Ik citeer weer, ditmaal de “webstek”: “Externe activiteiten betrekken niet-leden, veelal anderstaligen binnen en buiten ons taalgebied bij de Nederlandse taal en cultuur.”
Uit de voorbeelden die volgen blijkt Frans Vlaanderen en de Duitse grenssteek (voor de Nederlanders?) nog net te kunnen, de rest is werk in eigen streek.
Van de steun aan docentschappen is ineens geen sprake meer. Sterker nog, men minimaliseert dit als volgt: “(een buitenlands docentschap per jaar zonder meer een bepaalde som laten toekomen, wordt voor weinig zinvol gehouden)”
Mijns inziens getuigt dit van een schromelijke onderschatting van het belang dat de docentschappen Neerlandistiek kunnen betekenen voor de Nederlandse taal en cultuur in de wereld en zeker in Europa.
Deze nota wil dan ook pleiten voor een herwaardering van de docentschappen in het Neerlandistiek beleid van de Orde van den Prince.
De docenten Neerlandistiek zijn de vooruitgeschoven posten van onze taal en cultuur. Zij bemannen geen brousseposten, maar staan, vaak alleen, midden in de zenuwcentra van onze kennismaatschappij, aan buitenlandse universiteiten. Een aanwezigheidspolitiek daar is voor ons internationaal imago cruciaal. De docenten kunnen niet terugvallen op een hele infrastructuur of netwerk.
Zelfs van onze ambassades en ministeries moeten zij niet veel verwachten. Zij kunnen evenmin terugvallen op sterke netwerken. Hun collega’s kunnen immers aankloppen voor steun bij machtige instellingen als de British Council, het Goethe Institut en l’Alliance Française.
Er is natuurlijk niets mis met “niet-leden, veelal anderstaligen binnen ...ons taalgebied bij de Nederlandse taal en cultuur te betrekken” Ik dacht dat dit de taak was van elk Orde lid in zijn beroep en zijn maatschappelijke functie.
Ik begrijp maar al te goed dat dit gemakkelijker is én ook meer succeservaringen kan opleveren dan “ in de vreemde” te werken. De resultaten daarvan ziet men niet direct zelf en de betrokkenheid ligt ook moeilijker.
Het ontvangen van studenten en docenten thuis ontvangen brengt zeker meer emotionele voldoening mee. Je hebt echter wel docentschappen nodig om beide te leveren. Het is geen kwestie van het één of het andere. Uitwisselingen kunnen net een ondersteuning betekenen van de Neerlandici te velde.
De Orde heeft de pretentie om “bij te dragen tot de vrijwaring, de bekendmaking en de bevordering van de Nederlandse taal en cultuur”. Hoor je de trommels roffelen? Goed, laten we dan even praktisch bekijken hoe je dit aanpakt.
Het Nederlands grenst aan drie grotere taal- en cultuurgebieden. Talen die eigenlijk alleen al door de macht van hun getal, economische en culturele rijkdom geen krans behoeven. Toch voeren al deze landen een actieve promotie van hun taal en cultuur in het buitenland.
The British Council, l’Alliance Française en het Goethe Institut zijn overal present om hun land, cultuur en taal te promoten. Zij beperken zich niet tot steun aan de universitaire docenten. Zij overladen elke taalleerkracht die erom vraagt met documentatie, handboeken, video’s , DVD’s en ander audiovisueel materiaal.
Wij hebben niets dat hiermee enigszins vergelijkbaar is. Kunnen wij het ons dan wel veroorloven om ook nog eens vlug de docenten Neerlandistiek de woestijn in te sturen? Ja, wij kunnen dat, maar mogen dan wel niet de indruk wekken iets om de uitstraling van het Nederlands te geven. Dat wordt dan iets voor eigen volk...
Koken kost geld, de Nederlandse cultuur bevorderen ook.Bijgevolg beschikt de Orde ook over een budget voor Neerlandistiek. In feite heeft de orde nooit meer dan 25.000 Euro per jaar aan Neerlandistiek uitgegeven!Een peulschil dus om de wereld te gaan veroveren.
Nog meer beroep doen op de portefeuille van de leden lost dan ook weinig op. Misschien kan men beter beroep doen op hun kennis van onze samenleving. Maak gebruik van hun expertise om het geld van de gemeenschap te laten rollen voor het goede doel. Dat kost hen niets en zal meer opbrengen. Gemeente, provincie, regio, ministeries : allemaal hebben zij budgetten om de cultuur te promoten. Dan zwijgen we nog van Europa.
Luchtkastelen, zeg je. Toch niet. Verderop lees je een aanpak gebaseerd op Europese subsidiëring.
De Orde is onbetwistbaar sterk in het uitdenken,formuleren en bediscussiëren van strategieën voor een aanpak. Op ijs van één nacht zal je haar niet vlug krijgen en dat is een veilige weg. Van op enige afstand gezien leidt het ook wel tot (soms) oeverloos herkauwen van oude koek.
Ik meen echter oprecht dat dit nieuwe plan van aanpak in de Neerlandistiek het kind met het badwater weggooit. Het kind gewoon aanpakken, lijkt me de beste aanpak.
Globaal= oud en nieuw
Wel schets ik een aanpak die toepasbaar is zowel voor de traditionele Neerlandistiek met zijn docentschappen ,als voor projecten te lande. Een aanpak die beide werkwijzen zelfs perfect kan integreren voor de afdelingen die het wensen.
Het opzet van deze nota is echter vooral aan te tonen dat het steunen van een buitenlandse docent Neerlandistiek heel wat meer kan zijn dan “een buitenlands docentschap per jaar zonder meer een bepaalde som laten toekomen”.
Globaal= alle leden + familie
Hoe vermijden dat de traditionele Neerlandistiek zich niet beperkt tot de penningmeester en de secretaris Neerlandistiek? Alle leden die dit wensen kunnen buitenlandse studenten de kans geven op een goedkoop taalbad door ze thuis te logeren ontvangen. Andere leden kunnen mee helpen om hen te begeleiden op uitstappen naar culturele en historische hoogstandjes in Vlaanderen en Nederland.
Nogal wat Ordeleden beschikken over een ruime infrastructuur thuis en vrije tijd. Misschien zouden ze op die manier ook wat aan promotie van de Nederlandse taal en cultuur kunnen doen. De verrijking zou overigens wederzijds zijn.
Globaal= alle leden + werkomgeving
Nogal wat Ordeleden hebben connecties met bedrijven en de dienstensector. Het dan dan ook geen probleem stellen voor een afdeling om stageplaatsen te vinden voor buitenlandse studenten. De uitwisseling is dan wel meer toegespits op professionele vorming, maar ook in Leonardo stages voorziet men tijd en geld voor een taalkundige en culturele inwijding.
Overigens zijn ook stages meestal voor beide partijen interessant. Wij leven in een globale economie. Kennis van elkaars markten en werkwijzen is daarin een pluspunt.
Je stagiairs kunnen sneller klanten,verkopers, partners of medewerkers worden dan je zelf denkt!
Globaal= geld + allerhande middelen
De steun aan de docenten kan, zoals reeds gezegd, uit veel meer bestaan dan geld alleen. De afdeling kan allerlei leermaterialen en methoden ter beschikking stellen. Hou er wel rekening mee dat de docenten meestal hiërarchisch zwak staan en niet over veel middelen beschikken. Ter illustratie: audio-visuele middelen vereisen apparatuur. In Porto beschikt men alleen dank zij de afdeling over een (nu allicht versleten) TV.Audio-visuele ondersteuning wordt dan wel problematisch.
Niettemin is de computer overal wel doorgedrongen. Dit biedt allerhande meestal nog niet gebruikte mogelijkheden zowel aan de docenten als de afdelingen. Via e-mail is onderlinge communicatie kinderspel en goedkoop. Taal- en cultuur programma’s kunnen er ook de vorming van de studenten mee verhogen. Docenten en studenten kunnen ermee gelinkt worden aan virtuele e-learning klassen met Vlaamse en Nederlandse instellingen.
Globaal= Europees netwerk
Met deze virtuele netwerking is de stap gezet naar het laatste kenmerk van de globale aanpak: de Europese dimensie. De meeste van de tientallen gesteunde docentschappen Neerlandistiek bevinden zich in Europa.
De Europese eenwording is duidelijk de grootste uitdaging voor de toekomst van onze landen en volkeren. Een uitdaging op politiek, economisch, maar ook op cultureel gebied. Met vele landen van Oost-Europa waren de contacten en uitwisselingen zeer beperkt, maar ook daar vindt men overal Neerlandistiek. Indien de Orde de Nederlandse taal en cultuur in Europa wil uitdragen kan zij gratis beschikken over een netwerk van liefst 200 docentschappen Neerlandistiek.
De steun aan dit netwerk afbouwen, net op het ogenblik dat ieder volk en staat zich uitslooft om “erbij” te zijn, is geen fout, het is een stommiteit.
De promotie van onze taal en cultuur door steun aan de docentschappen.
Wij vertrekken van de stelling dat al wat wij doen om de docenten Neerlandistiek te ondersteunen het imago en het prestige onze taal en cultuur ten goede zal komen.
Bovendien spreken we hiermee een academische doelgroep aan die in het betrokken land al een gevestigd imago heeft. De toekomstige academici zelf kunnen dan weer zorgen voor een multiplicator effect in hun land. Kortom de promotie is wederzijds.
De afdelingen en de leden meer betrekken bij Neerlandistiek.
Daarmee zullen we binnen de afdeling en bij de leden een bijkomend effect bereiken. Iets wat de webstek van de Orde beschrijft als “interne Neerlandistiek”: “De interne neerlandistiek houdt zich in feite bezig met wat in de Keure ´ de studie, de beleving en de uitbouw van de Nederlandse aard .../ (het) Geloof in de eenheid en de zending van de cultuur der Nederlanden ´ heet.”
Het kan vreemd lijken maar uit ondervinding weet ik dat Europese uitwisselingen en samenwerking het bewustzijn van je eigen taal en cultuur vergroot i.p.v. vermindert. Indien we ons eenvoudig voornemen om elke bezoeker nog maar één dag in Vlaanderen én in Nederland te gidsen, zullen we zelf nog vele schatten ontdekken...
Bovendien zullen de leden zo ook nog een stuk Europa leren kennen. Diversiteit is onze kracht, monoculturen zijn ten dode gedoemd.
Hoe steunen wij de docenten?
1° Om te beginnen financieel door het te storten op een rekening van het docentschap, liefst niet van de universiteit. Dan zit het risico erin dat het in de grote pot verdwijnt.
Indien dit risico te hoog ligt (niet onderschatten) kan de afdeling de docent zelf vragen welke leermiddelen of activiteit (vb deelname aan een vakcongres) hij wenst en die zelf aankopen of betalen.
2°In de uitzonderlijke gevallen dat de docent niet over een computer en internet aansluiting kan beschikken is dit zeker een rendabele investering. Het internet is nl. ook een open deur naar Vlaanderen en Nederland.
In elk geval is het verre van zeker dat de docent beschikt over de laatste educatieve software voor zijn vak. Ordeleden met wat onderwijservaring kunnen die hier veel gemaklijker vinden dan de docent in de vreemde.
3°Dezelfde leden kunnen zelf hun online diensten aanbieden om v met studenten te e-mailen, boeken te bespreken of te assisteren bij opzoekingswerk in Vlaanderen en Nederland. Er kunnen e-mail, online forums en chat sessies opgezet worden tussen leden en studenten om hun taalvaardigheid te verhogen. Zelfs webcams en video conferenties kunnen ingezet worden. Zodra de breedband doorgebroken is zal dit allemaal zo alledaags zijn als een e-mailende grootmoeder vandaag de dag.
4°Wij kunnen er ook voor zorgen dat de docenten Neerlandistiek de kans krijgen om elkaar te ontmoeten en ook kennis te maken met elkaars werk en elkaars werkomstandigheden.
Wij kunnen zelfs stages organiseren voor dezelfde docenten waarbij zij in Vlaanderen en in Nederland de kans krijgen om bijgeschoold te worden in de laatste educatieve vernieuwingen in het taalonderwijs, gebruik van afstandsonderwijs e.d.
5° Meer nog: wij kunnen jonge Vlaamse en Nederlandse leerkrachten tijdens hun opleiding of onmiddellijk daarna als taalassistenten voor 6 maand tot een jaar toewijzen aan de docenten. Vaak is hun opdracht Neerlandistiek slechts een parttime opdracht. Een taalassistent kan en zal hun slagkracht dan ook aanzienlijk verhogen.
6° Dit kan ook gebeuren door Europese samenwerkingsprojecten op te zetten tussen de docenten om nieuwe methodieken voor Nederlands aan anderstaligen, educatieve software of taalcursussen voor afstandsonderwijs te ontwikkelen.
7° Er bestaan al wel studiedagen en congressen voor Neerlandistiek, maar wij zouden een Europees Netwerk van Neerlandistiek kunnen opzetten. Dit netwerk kan dan zowel life bijeenkomsten als virtuele ontmoetingen en samenwerkingen stimuleren.
Hoe steunen wij de studenten?
1° Door de docenten, zoals hierboven beschreven, te helpen om de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van hun studies te verhogen.
2° Door hen via e-mail, forums e.a. vormen ICT meer gelegenheid te geven tot rechtstreekse communicatie in het Nederlands en met allerhande facetten van onze samenleving (muziek, video, DVD enz.)
3° Door hen in staat te stellen in te schrijven op kwalitatief hoogstaande taalcursussen in de vorm van afstandsonderwijs en e-learning.
4° Door hen logies aan te bieden in gastgezinnen tijdens korte studiebezoeken om tijdens een taalbad ook kennis te maken met onze cultuur en samenleving.
5° Door hen tijdens langere stageperioden logies, stageplaatsen en opvang aan te bieden. Daarbij kunnen ze dan ook uitgenodigd worden op een afdelingsvergadering om hun eigen land en cultuur voor te stellen.
6° Door hen te informeren over de mogelijkheden om een deel van hun studies in Vlaanderen of Nederland af te maken, voor hen te bemiddelen, hulp en opvang aan te bieden.
A. Zoek gemeenschapsgeld
Voor alle duidelijkheid: ik pleit helemaal niet voor het optrekken van de bijdrage voor Neerlandistiek. Ik pleit evenmin voor de afschaffing ervan: ik heb zo mijn twijfels over een geloof zonder de werken...
Ik merk ook regelmatig een discrepantie tussen de doelen die de Orde zich stelt en de middelen waarover zij beschikt. Ik maak me echter sterk dat alle punten van hogerbeschreven aanpak realiseerbaar zijn zonder meer uitgaven te vragen van de Orde of de docentschappen. Ik beklemtoon uitgaven, ik verheel niet dat er wel meer inspanningen van de afdelingen, de leden, de docenten zullen gevraagd worden om alles te realiseren.
Vooraf wel ik nog wel signaleren dat ook wie in eigen tuin aan Neerlandistiek schoffelt daarbij niet alleen Nederlandse en Vlaamse subsidies kan vangen, maar ook Europese. Voor alle grensoverschrijdende acties zijn er subsidies te rapen bij het Interreg programma. Zo ken ik een project van één jaar waarin 4 scholen (2 VL-2 NL) ongeveer 150.000 Euro vangen. Jawel, een veelvoud van het Orde-budget...
Om aan te tonen hoe de aanpak kan gefinancierd worden moet ik willens nillens een overzicht geven van de Europese programma’s waarmee de acties kunnen gefinancierd worden. Dit overzicht is helemaal niet volledig: er zijn nog meer Europese programma’s waarop men beroep zou kunnen doen. Ik beperk me tot de programma’s die we kunnen gebruiken en waarmee ik ervaring heb. Ik werk nl al meer dan 12 jaar met deze (en andere) Europese programma’s en heb in de meeste al meer dan één project afgewerkt. Ik droom dus echt niet.
B. Zoek het in Europese programma’s
De vermelde activiteiten kunnen mee gefinancierd worden door de programma’s Socrates, Leonardo da Vinci en Youth. Elk programma telt echter meerdere acties voor specifieke doelgroepen en doelen. Ik beperk me tot een summier en functioneel overzicht. Voor meer inlichtingen, voorwaarden e.d. verwijs ik naar de websites van de Europese commissie en de nationale agentschappen.
Het Socrates II-programma omvat 8 verschillende acties die nog eens onderverdeeld zijn in subacties. De acties verschillen naar doelgroep, thematisch, selectie en financiering. We stellen alle acties even beknopt aan u voor:
Comenius : hier niet terzake, bestemd voor basis en secundair onderwijs
Erasmus : hoger onderwijs
Grundtvig : volwassenonderwijs
Lingua : taalonderwijs
Minerva : gebruik van ICT in onderwijs
Observatie en Innovatie (o.a. Arion, Eurydice, Naric, ...)
Begeleidende maatregelen: de organisatie van een conferentie Neerlandistiek
I Erasmus
Erasmus streeft ernaar de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen en de Europese dimensie ervan te versterken door transnationale samenwerking , het stimuleren van mobiliteit van studenten en docenten.
In Erasmus 2 : Studenten- en docentenmobiliteit: er zijn beurzen beschikbaar voor
Organisatie van mobiliteit (OM)
Studentenmobiliteit (SM): studenten kunnen beurzen tot één jaar krijgen!
Docentenmobiliteit (TS = Teaching Staff)
Voorbereidende bezoeken (PV = Preparatory Visit) ook voor docenten
In Erasmus 3 zijn er subsidies beschikbaar voor thematische netwerken (zoals Neerlandistiek) en disseminatie-activiteiten (zoals conferenties).
Een aandachtig lezer zal al gemerkt hebben dat al heel wat van de hierboven beschreven acties hiermee kunnen gefinancierd worden.
Misschien geraken de docenten echter niet zo gemakkelijk aan deze middelen omdat ze misschien al in handen zijn van collega’s met een hogere rang of anciënniteit.
Geen nood er bestaan nog wel andere programma’s, misschien minder bekend bij de collega’s om ongeveer hetzelfde te bereiken.
II Grundtvig
Grundtvig is het onderdeel van Socrates dat zich richt tot het volwassenenonderwijs en "andere leertrajecten". De term "volwassenenonderwijs" omvat zowel het officiële volwassenenonderwijs als de non-formele vorming.
De actie Grundtvig wil de Europese samenwerking op het gebied van levenslang leren bevorderen, de opleiding van trainers en docenten in deze sector verbeteren, de ontwikkeling van nuttige materialen stimuleren en goede praktijkvoorbeelden verspreiden.
Subacties:
Grundtvig 1 : Europese samenwerkingsprojecten bv. Nederlands voor anderstaligen
Grundtvig 2 : Onderwijspartnerschappen : bv 4-8 docentschappen
Grundtvig 3 : Individuele opleidingsbeurzen voor personeel
Grundtvig 4 : Grundtvig-netwerken:bv Neerlandistiek met 20 docentschappen
Grundtvig mag dan wat minder prestige hebben dan Erasmus, de subsidies mogen er ook zijn. Gru1 en 4 zouden per jaar toch zeker 100.000 Euro opleveren. Gru 2 per docentschap 7 à 10.000 per jaar, maar al deze acties lopen meestal minstens 2-3 jaar.
III Lingua
Socrates heeft ook een specifieke actie om het taalonderwijs te bevorderen: Lingua.
Lingua probeert het talenonderwijs en de taalverwerving te bevorderen en steunt de andere Socrates-acties door middel van maatregelen ter bevordering van taalkundige diversiteit in de Europese Unie . De actie wenst een bijdrage te leveren tot kwaliteitsverbetering in het talenonderwijs. Het onderwijs van minder dominante talen als het Nederlands is zelfs een prioriteit.
Zo kunnen er onder Lingua 2 (Ontwikkeling van instrumenten en materialen) projecten ingediend worden om leermiddelen voor anderstaligen te ontwikkelen in de verschillende docentschappen.
Indien men die met die leermiddelen een afstandscursus Nederlands zou willen opzetten kan men dan weer terecht bij de actie Minerva. Opnieuw is er steeds boter bij de vis: per project per jaar gemiddeld 100.000 Euro.
IV Leonardo
Indien men docenten of studenten op stage in het buitenland wil sturen kan men ook terugvallen op het Leonardo da Vinci programma waarin naast specifieke beroepstraining ook aandacht is voor taalvaardigheid.
Al naar gelang van de aard en de duur van de stage lopen de beurzen tussen de 1500 à 5000 Euro.
Deze samenvatting zou iedereen moeten overtuigen dat het niet slim is om veel energie te steken in een amateuristische aanpak met weinig middelen. Het volstaat om de overvloedige informatie en gidsen van de Europese commissie uit te pluizen, her en der wat raad te vragen, o.a. aan de Socratesagentschappen , en men kan werken aan een echt project met Europese middelen.
Wie het tegendeel beweert weet meestal niet waar de klepel hangt .
Enkele voorbeelden uit Geel ten bewijze: een secundaire school maakt daar al acht jaar lang gebruik van een buitenlandse taalassistent (telkens andere wel te verstaan), de basisschool van Geel-Bel (jawel, geen 200 leerlingen) heeft een taalassistent. Enkele jaren geleden subsidieerde Socrates en Youth, samen met de Vlaamse gemeenschap en de stad Geel meerdere honderdduizenden Euro’s aan een event van één week: Splash. U ziet: zo gek zijn ze in Geel nog niet: zij weten de klepel hangen!
Indien men dit wel wil doen hoeft men geen jaren te discussiëren om te starten. Gewoon klein beginnen en geleidelijk project ervaring opbouwen lijkt me voor iedereen de beste oplossing.
Daarvoor is een Grundtvig 2 project indienen een heel geschikte opstap. Deze aanvraag moet voor 30/3/2007 ingediend worden voor een Grundtvig 2 partnerschap samen met 4 à 8 andere docentschappen Neerlandistiek.
De vorming van dit partnerschap en de projectbeschrijving kan deels gebeuren tijdens een zogenaamd voorbereidend bezoek. De verschillende docenten kunnen dan overleggen over de project inhoud en strategie en tegelijk enkele instellingen in Vlaanderen en Nederland bezoeken. Bij goedkeuring wordt hun reis- en verblijfkosten volledig betaald.
Tijdens dit Grundtvig 2 project kunnen de docenten elkaars aanpak, problemen en oplossingen bekijken, elkaar bezoeken en een volgend project voorbereiden.
Desgewenst kunnen zij ook cursisten (studenten) meenemen.
Het volgend jaar zou men één of meer nieuwe Gru 2 partnerschap(pen) kunnen opstarten met andere docentschappen.
Om docenten de kans te geven om wat bij te scholen zou men dat voorjaar ook een Leonardo-mobiliteit (soort stage) voor hen kunnen aanvragen.
Na twee of drie werkjaren zal er zeker voldoende ervaring en materialen verzameld zijn om een samenwerkingsproject in Lingua of Grundtvig in te dienen, eventueel gekoppeld aan een Minerva project voor afstandsleren.
Er moeten dan ook voldoende kandidaten zijn om een thematisch netwerk Neerlandistiek op te zetten binnen Erasmus, Grundtvig of Leonardo. Uiteraard kan men dit ook in meer dan één programma doen!
Ondertussen zouden uitwisselingen en stages van studenten al een jaarlijkse traditie moeten geworden zijn.Voor de docenten zijn er jaarlijks wel voorbereidende vergaderingen of bezoeken aan hun partners in VL/NL. Overigens bestaan er al uitstekende initiatieven voor zomercursussen, bijvoorbeeld bij de LUC. Deze initiatieven zouden net een extra impuls kunnen krijgen doordat meer studenten en docenten er dank zij de Europese subsidies aan kunnen deelnemen.
Tenslotte zou men door een combinatie van Begeleidende maatregelen, Leonardo en Youth in 2009 of 2010 een groot gemeenschappelijke disseminatie evenement/Congres voor beide groepen kunnen opzetten.
Schematisch overzicht:
2007
2008
2009
2010
Aan het Netwerk zouden zo mogelijk alle door de Orde gesteunde docentschappen deelnemen. Aan het Lingua project en het Minerva project zouden slechts docentschappen deelnemen die er een actieve bijdrage aan kunnen leveren.
Aan alle projecten zou altijd minstens één instelling in VL/NL deelnemen zodat men steeds contact kan houden met de academische vakkringen in VL/NL. Op die manier kan elk docentschap ook jaarlijks een bezoek voor docent en studenten aan VL/NL brengen met Europese subsidies.
De taalassisten vanuit VL/NL zouden al de tijd ingeschakeld worden ter ondersteuning van de docenten en ter voorbereiding van de studentenuitwisselingen.
De Gru 2 partnerschappen kunnen doorlopen tot 2010. De projecten die in
2009 opstarten kunnen een looptijd van 3 jaar hebben zodat er een continue ondersteuning van de Neerlandistiek tot 2012 verzekerd is. Niets belet de docentschappen dan overigens om de carroussel opnieuw te starten...
Hogerop zijn alle stappen al uitvoerig genoeg beschreven om in te zien dat de afdeling Taxandria tegenover Porto en de Orde met de andere afdelingen niet de organisatoren zijn van al dit projectwerk.
Wel zijn de katalysator en de facilitatoren die het proces mogelijk maken. Overigens belet niets hen om daarbij de hulp in de roepen van andere verenigingen en instellingen. In elk geval zal in elk project al minstens één Vlaams/Nederlandse hogeschool of instelling voor volwassenenvorming moeten deelnemen.
Ik ben er van overtuigd dat de docenten in eerste instantie wel zullen enthousiast zijn over de nieuwe impuls, maar in tweede instantie zullen terugschrikken voor het projectwerk indien ze daar nog geen ervaring mee hebben.
In Taxandria, en naar ik veronderstel in elke afdeling, zijn er echter zeker ook voldoende leden met talent voor organisatie en ondervinding in onderwijs of projectwerk. Hun expertise en inzet kan juist van onschatbare waarde zijn om de docenten te ondersteunen en de projecten mee te begeleiden en superviseren.
Uiteraard kan de Orde als geheel ook nog bijkomende acties ondernemen om de docentschappen te informeren over en te stimuleren voor deze gezamenlijke projecten.
Met deze nota heb ik echter vooral de afdeling en de Orde willen overhalen om niet af te wijken van de traditionele steun aan de docentschappen. Ik meen dat wij deze steun een eigen, heel specifieke en eigentijdse vorm kunnen geven. Een aanpak waarmee wij de Nederlandse taal en cultuur én de betrokkenheid van de leden bij Neerlandistiek werkelijk kunnen bevorderen.
Quod erat demonstrandum!
De docentschappen opgeven zou meer zijn dan een stommiteit, het zou een doodzonde zijn, sterker nog een zonde tegen de Geest (van de Orde).
We kunnen ook nog jaren palaveren, alles nog eens analyseren en bespreken in bestuurs- en ledenvergaderingen, causeriën en artikels in onze Nieuwsbrief en webstek.
Ongetwijfeld zullen we daaruit dan binnen enkele jaren een veel beter plan van aanpak gedestilleerd hebben met een veel grotere consensus. Mijn vraag daarop is simpel: wanneer gaan we er echt aan beginnen?
Waarom wachten tot iedereen zijn zeg heeft gehad
Begin nu en bewijs de twijfelaars dat deze aanpak werkt!
Willy Aerts,
secretaris Neerlandistiek Taxandria,
mei 2006
Beste collega,
Uw afdeling steunt een docentschap Neerlandistiek aan een buitenlandse universiteit. Die samenwerking verloopt met veel of weinig succes, met regelmatige of sporadische contacten , met veel of weinig voldoening van uwentwege.
Zelfs al hebt u een vlotte samenwerking toch zult u en uw afdeling wel regelmatig liever
gewenst hebben.
Nogal wat afdelingen knapten af op dit “werken op afstand” en keken uit naar een actie voor Neerlandistiek dichter bij de deur. Erger, ook de Orde zelf, begint zich laatdunkend uit te laten over de steun aan buitenlandse docentschappen. Op de webstek klinkt het als volgt: “ een buitenlands docentschap per jaar zonder meer een bepaalde som laten toekomen, wordt voor weinig zinvol gehouden”.
En toch zijn de docentschappen Neerlandistiek onbetwistbaar onze voorposten in de strijd voor de Nederlandse taal en cultuur. Zij bemannen geen brousseposten, maar staan, vaak alleen, midden in de zenuwcentra van onze kennismaatschappij, aan buitenlandse universiteiten. Een aanwezigheidspolitiek daar is voor ons internationaal imago cruciaal. Zij zijn zeker van groot belang om binnen de Europese unie onze taal en cultuur te beveiligen.
Onze docenten kunnen niet terugvallen op een hele infrastructuur of netwerk zoals het Goethe instituut, British Council en l’Alliance Française.
Zelfs van onze ambassades en ministeries moeten zij niet veel verwachten. Zij verdienen beter dan ook nog eens door de Orde van den Prince de woestijn ingestuurd te worden…
Daarom wil de afdeling Taxandria meer steun gaan verlenen aan zijn docentschap door een Europees project op te zetten voor de Neerlandistiek. Wij willen een Grundtvig 2 ‘lerend partnerschap’ opzetten voor 6 à 10 docentschappen Neerlandistiek uit de 31 lidstaten en kandidaat lidstaten.
Grundtvig wil de Europese samenwerking op het gebied van levenslang leren bevorderen, de opleiding van trainers en docenten in deze sector verbeteren, de ontwikkeling van nuttige materialen stimuleren en goede praktijkvoorbeelden verspreiden. In ons geval zal alle activiteit dus draaien rond de samenwerking van de docenten Neerlandistiek en de uitwisseling van studiemateriaal en goede praktijk om de Nederlandse taal en cultuur te verspreiden in hun werkmidden.
De vorming van dit partnerschap en de projectbeschrijving kan deels gebeuren tijdens een zogenaamd voorbereidend bezoek. De verschillende docenten kunnen dan overleggen over de project inhoud en strategie en tegelijk enkele instellingen in Vlaanderen en Nederland bezoeken. Zij dienen daarvoor een aanvraag in te dienen bij hun ‘Nationaal Agentschap’. Bij goedkeuring wordt hun reis- en verblijfkosten volledig betaald.
Tijdens het eigenlijke Grundtvig 2 project kunnen de docenten elkaars aanpak, problemen en oplossingen bekijken, elkaar bezoeken en een volgend project voorbereiden. Desgewenst kunnen zij ook cursisten (studenten) meenemen naar de project bijeenkomsten in de verschillende partnerlanden.
Grundtvig 2 partnerschappen worden voor twee jaar aangevraagd en elke partner (=docentschap) kan per jaar beschikken over een budget van 6 à 8.000 Euro voor reiskosten en de aanmaak van studiematerialen.
Het is vanzelfsprekend dat de deelname aan zulk een ‘lerend partnerschap’ een belangrijke meerwaarde zal bieden aan het docentschap. Biedt het echter ook voordelen voor uw afdeling? Ja, want
De dienst Internationalisering van de Katholieke Hogeschool Kempen is bereid om het Grundtvig 2 project te coördineren en een aanvraagdossier voor te bereiden voor de andere partners. Uw docent zal het enkel moeten vertalen in de moedertaal van zijn land voor het locale Nationale agentschap.
In de loop van de maand februari 2007 zullen de kandidaat partners uitgenodigd worden op een zgn. voorbereidend bezoek om zowel het project als het aanvraagdossier grondig voor te bereiden.
Indien u uw docentschap wil betrekken bij dit Europees project volstaat het voorlopig om met mij contact op te nemen en de docent te overtuigen om een aanvraag in te dienen.
Meer info over Grundtvig vindt u:
Vlaanderen: http://www.ond.vlaanderen.be/socrates/ en http://www.ond.vlaanderen.be/socrates/socrates/Grundtvig/grundtvig2.htm#Onderwijspartnerschappen
Nederland: http://www.europeesplatform.nl/ en http://www.europeesplatform.nl/index.php?var_content=programma&id=24
Met dank voor uw aandacht en belangstelling!
Voor meer informatie:
Willy Aerts,
secretaris Neerlandistiek Taxandria,
willy.aerts@skynet.be
zaterdag 14 oktober 2006
Welkomstwoord
Frank Hellemans leest de Keure voor. Hij verwelkomt de aanwezigen en geeft een overzicht van de dagindeling. Het symposium zal geslaagd zijn als er nieuwe ideeën komen en men wil samenwerken op gewestelijk niveau. Financieel is er niet zo’n grote som ter beschikking, maar met inzet en contacten kan er heel wat bereikt worden.
Het belang van de interne Neerlandistiek
Ben Damhuis pleit ervoor dat Neerlandistiek meer aan zijn trekken komt. Iemand die zich bij de Orde van den Prince aansluit is bezorgd over de Nederlandse taal en verwacht dat daar uitgebreid aandacht aan gegeven wordt. Ben Damhuis zou graag zien dat minstens de helft van de vergaderingen aan Neerlandistiek besteed wordt en geeft enkele mogelijkheden. Men zou een thema kunnen opgeven aan de afdelingen en als gevolg hiervan een themanummer maken voor de Nieuwsbrief. Verder had hij graag, in plaats van voorleesavonden, de mogelijkheid tot discussie gegeven en bij voorkeur leden uit de afdeling de kans gelaten zelf iets te vertellen. Jammer genoeg hebben sommige afdelingen nog geen secretaris Neerlandistiek. Diens functie houdt in dat hij de interne Neerlandistiek goed in de gaten houdt en aanwakkert. Hij zou verantwoordelijk moeten zijn voor de samenstelling van het programma van zijn afdeling. Om te eindigen geeft Ben een compliment aan de afdeling Meetjesland voor hun ‘Melopee’.
Het symposium over de Rand rond Brussel van zaterdag 17 november 2006
Neri Sybesma-Knol geeft uitleg over hoe men er toe gekomen is een symposium te houden over de Brusselse Rand. Men borduurt hier voort op een traditie. Er waren vroeger al een paar kleinschalige projecten zoals contacten met hoger opgeleide Nederlandstalige allochtonen, de Boekenbende enz. die al gauw werden overgenomen door de overheid. Aangezien het gewest een regio omvat waar de Nederlandse taal bedreigd wordt, werd er een plan opgesteld voor een bijeenkomst waar daarover gesproken kon worden. Het moest een
a-politieke discussie worden over de verschillende aspecten van Franstalige inwijking in Vlaamse gemeenten. Aangezien er een kring van een 20-tal afdelingen in en rond Brussel ligt, werd het initiatief genomen daarmee een grootschalig colloquium op te zetten op
18 november om uit te zoeken wat er kan gedaan worden. Véronique Vanderbruggen overloopt het programma. De thema’s zijn gekozen uit het echte leven en beslaan zaken die veel maatschappelijke gevolgen hebben voor de mensen die in deze streken wonen. Men kan nog inschrijven tot 30 oktober. Frank Hellemans roept allen op hun afdelingen te interesseren.
p.s. De inschrijvingsperiode voor het symposium De Rand is verlengd tot 15 november.
Neerlandistiek voor nieuwe Nederlandstaligen
Pieter Geertsma geeft een presentatie met powerpoint. Als gevolg van immigratie is er een erg negatieve dynamiek gekomen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. We hebben een positief scenario nodig, wil onze samenleving overleven. Daar is betrokkenheid van de burgers onmisbaar bij. Het referentiekader is de ‘open samenleving’. We leven in een ongewone wereld met veel vrijheid en rechten en een persoonlijke verantwoordelijkheid. Daar zijn we ons te weinig van bewust. Gezien vanuit de Orde van den Prince is maatschappelijke betrokkenheid nodig, we kunnen taken op ons nemen die relevant zijn voor de samenleving. Dit kan zowel door het steunen als door het organiseren van een aantal activiteiten, met als doel de inburgering te bevorderen van jongeren uit immigratiekringen en een binding te maken met de Nederlandse taal en cultuur. Hiertoe bestaan reeds activiteiten zoals ‘meters en peters, zomerschool en de Boekenbende’. Een eigen project heeft de bedoeling allochtone jongeren te binden aan de Nederlandse taal en cultuur via ontmoetingen met personen en instellingen die relevant zijn voor onze cultuur. De doelgroep bestaat uit hoger opgeleide allochtonen die nog studeren of die aan het begin van hun arbeidsleven staan en die zich wensen te integreren. De deelnemers ervaren dit initiatief als zeer positief. Ook al zijn ze hier geboren en opgevoed, toch is hun toegang tot onze cultuur geslotener dan voor autochtonen. Ze vinden het positief dat de Orde openstaat voor hun groep. Het is hen ook duidelijk geworden dat er een goedgeorganiseerde groep mensen begaan is met de overleving van de Nederlandse cultuur. Dit soort projecten kan bijdragen tot het bestrijden van uitsluiting en het gevoel niet gekend/erkend te worden. Verder draagt het bij tot het tegengaan van polarisatie en tot positionering in de samenleving. Ben eindigt met de uitroep dat secretaris Neerlandistiek een prachtige functie is en hoopt dat het vers van Jesaja ‘een stem des roependen in de woestijn’ hier niet geldt. Hij hoopt dat dit voor iedereen kan uitlopen op direct contact met de mensen om ons heen.
Nederlands in de grensgebieden
Renaat Ramon vervangt Jan Van Meirhaeghe, die om hulp vraagt voor het Huis van het Nederlands in Belle, bij voorbeeld van secretarissen die nog een project zoeken of van de Orde als geheel. Het Huis van het Nederlands ondersteunt het onderwijs van het Nederlands in Belle en ontvangt ook klasbezoeken van de betreffende scholen. Het richt zelf ook cursussen Nederlands in voor volwassenen en stelt zijn documentatiecentrum ter beschikking van de leden en cursisten. De leerkrachten voor het avondonderwijs worden betaald met het lesgeld dat de cursisten betalen. Met de huidige subsidie van de stad Belle kan de leerkracht voor de basisscholen betaald worden en een groot deel van het kleine jaarlijks vervangbare materiaal, soms ook een deel van de cursussen voor de kinderen. Maar dat is niet genoeg om vanaf 2008 de permanente kracht (die tot 2006 door de Franse regering werd betaald maar waarover geen zekerheid is in de toekomst), vernieuwing van het grote materiaal (computers, cd-spelers ...), abonnementen op tijdschriften, organiseren van examens enz. te betalen. Jos Aelvoet merkt op dat het probleem zich sinds enkele weken scherper stelt, aangezien de Franse regering besloot om budgettaire redenen de aanstellingen in het onderwijs van het Nederlands te bevriezen. Verder werd besloten gedurende 5 jaar onderwijs van het Vlaams in te richten (= dialect). De vraag wordt gesteld wat te doen als de nieuwe burgemeester niet voor het Huis van het Nederlands is en of er gevaar bestaat dat dit zal veranderen in het ‘Huis van het Vlaams’. De huur wordt immers betaald door Belle. Jos Aelvoet denk niet dat daar direct gevaar voor bestaat. Karel Bostoen lijkt het verstandig deze problematiek op de webstek te zetten.
Toespraak van de president
President Frank Meysman heeft de gelijktijdig gehouden presidiumvergadering even verlaten om de aanwezigen toe te spreken. Hij vindt het belangrijk dat er later op de dag, tijdens het gezamenlijke maal, een wisselwerking kan komen tussen Presidium en Neerlandistiekverantwoordelijken. De Neerlandistiek brengt het bewustzijn en de activiteit van de Orde naar buiten. De autonomie van de afdelingen kan bewaard worden door grote activiteiten als een concentrische cirkel errond te plaatsen. Naast gewestelijke projecten zou de Orde van den Prince als geheel een project poëzie kunnen opzetten, dat gecombineerd kan worden met andere doelen zoals allochtonen en jongeren. Het is onze taak het Nederlands weer op de kaart te zetten en door Neerlandistiek de Orde bekend te maken. De symposia rond de Benelux (11/11) en rond de Rand (18/11) geven hiertoe de kans. Het is de grootste troef die we hebben. Het te besteden bedrag werd verdubbeld, daar kunnen waardevolle projecten mee betaald worden.
Willem Camminga overhandigt de president een boek dat een verslag geeft van het congres in Boedapest dat door zijn afdeling werd ondersteund.
Het Neerlandistiek-beleid in de nieuwe Prince-afdeling te Luik
Luc Huygens zegt dat in Wallonië heel wat Nederlanders en Vlamingen leven met een sterk Nederlands bewustzijn. Enkelen willen dat ook uitstralen en dat is in Luik gebeurd. Een lid van de afdeling richtte een Nederlanse Nieuwsbrief op die in Wallonië een enorm succes kent. Er wordt gedacht de afdeling te stimuleren door langs het onderwijs kleine contacten te leggen met studenten, temeer daar op die manier ook leraars betrokken kunnen worden.
Luc geeft nog twee belangrijke data mee :
15/10 ‘Grensincidenten’ in Baarle-Hertog, niet door de Orde georganiseerd, maar een zeer Princelijk geïnspireerd gebeuren
9/12 Multatuli
Hierop stelt Frank Hellemans het programme van het Benelux-symposium voor.
Nederlands in Europa
Jos Wilmots gaat even terug naar het vorige symposium Neerlandistiek, waar drie thema’s werden belicht : Frans Vlaanderen, allochtonen en Neerlandistiek extra-muros. Interne Neerlandistiek is altijd als vanzelfsprekend beschouwd, hij is blij dat ook de externe nu meer aandacht krijgt. Oorspronkelijk was de enige vorm steun aan docentschappen in Europa. Aangezien Jos zelf docent geweest is en ook de zomercursus organiseerde, was hij een bevoorrechte getuige en heeft hij gezien dat een permanent contact nodig is om dit te laten lukken.
Hij geeft enkele aanbevelingen:
Wat organisatie betreft is de betrokkenheid van de leden van het grootste belang. Jos pleit voor samenwerking binnen het gewest. Als voorbeeld geeft hij Limburg I, dat één project zal indienen met verschillende facetten. Het gewest neemt een deel voor zijn rekening en iedere afdeling kan een deelproject organiseren. Het gewest zal de ontvangst van zomercursisten op zich nemen en men wil ook studenten uit Zuid-Afrika en Namibië zomerschool laten volgen. Drie afdelingen steunen zelf een docentschap : Maasland (Budapest), Heerlen (Tbilisi) en Maastricht (Kiev). Limburgse Kempen zal een prijs voor poëzie uitreiken en Limburg I helpt de Oosteuropese studenten met hun reiskosten.
Eén project betekent één subsidie-aanvraag. De verdeling gebeurt later naargelang de behoefte en de eigen inbreng. Afdelingen die ook aan een gezamenlijk project bijdragen krijgen voorrang.
Frank Hellemans herinnert eraan dat de projecten voor 1 februari moeten ingediend zijn.
Vanuit de vergadering komt de opmerking dat financiële steun in de vorm van boeken wel blijft en dus niet eindig is zoals Jos zei. Jos antwoordt dat hij bedoelde dat men zich niet moet vastpinnen op het idee boeken te geven.
Nederlands in de wereld
Cas Goossens vertelt dat in 1913 in Kaapstad de Hollandse Leeskamer werd opgericht met steun van het ANV. Nadat die steun wegviel kwam de Willem de Zwijger-stichting in de plaats en kocht in 1991 een pand aan. Dat werd het ‘Huis der Nederlanden’. Nu is dat niet meer uitsluitend een bibliotheek, maar gericht op Neerlandica, naar alle geledingen toe. Er zit een aspect ontwikkelingssamenwerking aan vast. Er worden alfabetiseringscursussen gegeven en samengewerkt met Zassen, een organisatie die zijn actie focust op culturele banden. De moeilijkheden zijn vooral financieel. Er werd getracht de overheid voor het Vlaams en het Nederlands te interesseren, maar dat lukte niet. Daarom moet men een beroep doen op steun van elders, bij voorbeeld organisaties als de Orde van den Prince. Cas roept op lid te worden van de vereniging ‘Vrienden van het Huis van het Nederlands’ en hen zo te steunen (KBC-rekeningnummer 409-9586151-73, IBAN-nummer BE 27 4099 5861 5173. Zie ook nieuwsbrief 26/1, blz. 23.) Hij vraagt de secretarissen Neerlandistiek dit op de agenda te zetten en alles per afdeling te coördineren. In Mechelen nam men het initiatief de helft terug te storten van elk bedrag van 30 euro.
Literair verrassingsoptreden
Marc Beerens brengt een presentatie over ‘Bezette Stad’ en ‘De feesten van angst en pijn’ van Paul van Ostaijen.
(middagmaal)
Kort verslag van het namiddagprogramma.
Aansluitend op de meer uitgebreide presentaties van de ochtendbijdragen verleende na de lunch de voorzitter het woord aan een aantal afdelingssecretarissen (of hun plaatsvervanger) die een activiteit van hun afdeling in het kort wensten toe te lichten.
Willy Aerts, secretaris Neerlandistiek Taxandria stelde dat ondanks alle goede bedoelingen de financiële aanpak van onze relaties met docentschappen vrij amateuristisch is. Wij praten over echt kleine geldbedragen vergeleken met fondsen die ondere specifieke voorwaarden vanuit “Europa” beschikbaar zijn (Euro twintig duizend subsidie van de Orde voor Neerlandistiek projecten versus potentiëel honderdduizend(en)!). Hij verwijst hier naar “Grundtvig”, de Socrates-actie bestemd voor het volwassenenonderwijs. De term “volwassene’ verwijst in dit geval naar alle personen ouder dan 25 jaar en/of alle personen tussen 16 en 24 jaar die niet meer deelnemen aan één of andere initiële opleiding in het formele (school)systeem.
Het gaat hier meer specifiek over Grundtvig 2: onderwijspartnerschappen (maar Grundtvig 1, 3 en 4 zijn ook de moeite waard om te evalueren – zie ook http://www.ond.vlaanderen.be/socrates en http://www.europeesplatform.nl). Grundtvig 2 is een gedecentraliseerde actie hetgeen betekent dat nationale agentschappen verantwoordelijk zijn voor alle aspecten van deze actie. De doelstelling is een raamwerk voor samenwerkingsactiviteiten op te zetten op kleine schaal. Leerpartnerschappen bestaan uit instellingen voor volwassenene onderwijs uit ten minste 3 verschillende landen; geselecteerde projecten kunnen gefinancierd worden tot 3 jaar.
De afdeling Taxandria wil meer steun (momenteel Euro 1000 per jaar) gaan verlenen aan zijn docentschap in Porto door een Europees project op te zetten voor de Neerlandistiek: een Grundtvig 2 “lerend partnerschap” met 6 à 10 docentschappen Neerlandistiek uit de 31 lidstaten en kandidaat lidstaten. Grundtvig 2 zou per docentschap 7 à 10.000 Euro per jaar kunnen opleveren en dit voor 2 à 3 jaar.
De dienst “Internationalisering van de Katholieke Hogeschool Kempen” is bereid het project te coördineren.
Actiepunten hieromtrent:
Geïnteresseerde afdelingen moeten vóór 1 november Willy Aerts benaderen die hen verder zal informeren. De docent ter plaatse moet tzt een formele aanvraag indienen. Frank Hellemans laat de informatie omtrent “Grundtvig” op de webstek van de Orde zetten. Tegelijkertijd zal hij de informatie doorspelen aan de gewestcoördinatoren die hun respectievelijke afdelingen op de hoogte stellen.
Guy Borghans, afdeling Heerlen, behandelde de steun aan het docentschap Tbilisi in Georgië (alwaar de vrouw van de president een Nederlandse is, te weten Sandra Roelofs). Na een uitgebreide enquête eind 2003 over externe Neerlandistiek besloot de afdeling dit docentschap te steunen. De nadruk ligt op het verschaffen van boeken (maar niet uitsluitend). Eerder tijdens het symposium werd gesteld dat de toelevering van boeken als actie wat is voorbijgestreefd maar dit is voor Tbilisi duidelijk niet het geval. Er werd opgemerkt dat ook Antwerpen-Middelheim Tbilisi steunt.
Hubert Sturtewagen, secretaris Neerlandistiek Antwerpen-Metropool behandelde het project “Peters en Meters” gekoppeld aan de zomerschool voor anderstalige kinderen. Statutair staat omschreven dat het gaat “om de slaagkans van de kinderen in het onderwijs te verbeteren door hun leerachterstand in te halen”. Kinderen worden vakkundig geïndentificeerd. In de maanden juli / augustus krijgen zij de beginselen van het Nederlands en sociale en schoolse vaardigheden onderwezen. De aanvaarding door de ouders voor deelname van hun kinderen aan het programma ligt boven de 90%. Peters en meters zorgen voor huistaakbegeleiding. Afgelopen jaar waren 150 vrijwilligers ingezet en werden meer dan 900 kinderen bereikt. In december 2005 kreeg de organisatie de eerste prijs van de Koning Boudewijnstichting, “de Pluim”.
Joris Tulkens, secretaris Neerlandistiek afdeling Diest behandelde het project Olomouc in Tsjechië. Het docentschap telde in 2005 106 studenten. De afdeling steunt het docentschap financiëel (Euro 1000 / jaar) maar verleent tevens veel aandacht aan de ontvangst van studenten uit Olomouc in Diest. Deze krijgen dan in een vijftal dagen een intensief programma te doorlopen, in 2005 met als thema de huizenmarkt, in 2006 toerisme en justitie. Eind van de week brengen de studenten verslag uit, uiteraard in het Nederlands! De afdeling verzorgt reisgeld, zakgeld, eten, logies en invulling van het programma.
Hierna volgde nog een korte algemene gedachtenwisseling.
De grote openheid tentoongesteld tijdens de presentaties & discussies en de inbreng van de vele voorstellen werden zeer op prijs gesteld.
Hilde Haeck-Ghijs, secretaris Neerlandistiek Land van Waas en Dendermonde II meldde dat er een document ”Talenbeleid” bestaat, opgesteld door het kabinet van minister Frank VandenBroucke. Het is wenselijk dit document onder ogen te brengen van de afdelingssecretarissen Neerlandistiek via de webstek van de Orde.
De voorzitter bracht vervolgens het onderwerp: “wedstrijd / prijs voor een zinvol creatief project met betrekking tot de taal” ter sprake. Een essay-wedstrijd, liedjesteksten, het winnende nummer door een bekende zanger laten brengen, enz. Marina de Vuyst, afdeling Land van Waas en Dendermonde I, stelde dat er een overvloed is aan dergelijke aanbiedingen maar dat degelijke debatkultuur wel ontbreekt.
De discussie mondde uit in het gebruik van nieuwe media cq internet, het communicatiekanaal bij uitstek voor de jongeren. Wellicht kan hun inbreng aldaar hen wel boeien. Ruud Hendrickx, afdeling Leuven-Arenberg lichtte dit toe met een voorbeeld van de VRT: een webstek door hen beheerd waarop jongeren zich creatief kunnen botvieren; tot op heden een gigantisch succes!
Conclusie: het onderwerp “wedstrijd / prijs” vereist verdere overweging vooraleer tot een juiste keuze te komen.
Ten slotte stelde Otto Chrispeels, secretaris Neerlandistiek afdeling Tervuren, dat hij zich wel ergerde aan teveel aandacht voor dialecten zoals eerder tijdens de dag aanbevolen. Deze stelling werd door de respectievelijke spreker in het juiste daglicht gebracht.
Met een dankwoord aan alle aanwezigen sloot de voorzitter dit tweede symposium Neerlandistiek omtrent 16.00 uur af.