Afdeling Extra Muros

( laatst bijgewerkt op 30.11.09 )

 

Verslag 2009-11-21 van bezoek aan het Fort LILLO bij Antwerpen

 

Aanwezig: 21 personen van de afdelingen Extra Muros, Parijs, Meetjesland, Keulen.

 

Uithangbord:

Den Prince van Oranje Lillo

 . . . . . . . .

Vanuit een raam van het witte Landhuis keek ik naar de markt.  Een zakdoek groot, beplant met een kerk, een treurbeeld voor gesneuvelden, een café, een antiekzaak en een boom.  De genodigden van Parijs, Meetjesland, Keulen en de Extra-Murosleden schenen te groot voor het kleine plein dat aan een toneeldecor herinnert.

Achilles Van der Donck, voorzitter van het Poldermuseum, gidste ons door Lillo-Fort, het polderdorp zelf rust immers sedert 1966 op vijf meter diepte onder het Scheldewater.

Het sprankelende taalgebruik en de spetterende humor van de gids loodste ons van het verleden naar het heden.  Via Willem van Oranje en Napoleon belandden wij in 2009 bij de 26 inwoners en een zwangere bewoonster als waarborg voor de toekomst.

De bejaarde poortwachtster, de oudste bediende van de stad Antwerpen, wordt vandaag niet alleen geassisteerd door een oude helper maar tevens door een elektronische verklikker, Lillo-Fort ontsnapt niet aan de vooruitgang.

Na een zonnige tocht mochten wij vrij rondmijmeren in het Poldermuseum dat 34 kamers telt die ons met vergeten herinneringen bestookten.

Een verfijnde maaltijd werd opgeluisterd door “burgemeester” Van der Donck die het geheim van de Maeght ontsluierde met een schitterende improvisatie.

Bij valavond stond ik samen met de ziel van Lillo aan de achtergevel van het Landhuis, met onze rug naar de drie deuren van de vroegere commandeurswoonst.

Zwijgend keken wij naar de officierswoningen, de kazematten en het kruitmagazijn.  Even droomde ik van uitgestorven legers en dacht dat ik op een eiland vertoefde of was het een begijnhof ?

Een wandelaar slenterde voorbij en mompelde een korte groet.  De rust viel zo compact op ons neer dat ik mij beklemd ging voelen.

Ooit zou Willem van Oranje in een van de drie deuren achter ons verdwenen zijn.  Nooit zullen wij weten wat hij daar ging zoeken.

Peter