Uitvoeringsplan Neerlandistiek 2008-2012

 

 

 

Onderstaande tekst bevat het Beleidsplan Neerlandistiek met een aantal uitbreidingen die over de uitvoering van dat beleid handelen.

 

 

 

 

Inhoudsoverzicht :

 

1. Inleiding

2. Over de grondslagen van het Neerlandistiekbeleid

3. Het beleidsniveau en de uitvoeringsniveaus van de Neerlandistiek

4. Geografische spreiding van activiteiten

5. Werkwijze

6. Kosten van activiteiten en projecten; subsidie van de Orde

7. Samenwerking

 

 

 

 

 

 

 

 


 

1.Inleiding

Vanuit haar doelstellingen benadrukt de Orde van den Prince wat Vlaanderen en Nederland bindt op het gebied van taal en cultuur.

Ook de ruimere maatschappelijke context waarbinnen die taal en cultuur functioneren, bepaalt de agenda van de Orde.

Onder ‘Neerlandistiek’ verstaan wij binnen de Orde : de activiteiten van haar leden die hun betrokkenheid bij het behoud en de ontwikkeling van de Nederlandse taal en cultuur gestalte geven.

 

Een vernieuwde en eigentijdse visie op Neerlandistiek is daarbij van groot belang.

Om daarvoor de lijnen te kunnen uitzetten, is vooreerst nog binnen het dagelijks bestuur en het presidium een studie- en reflectieperiode noodzakelijk. Nu al mag men ervan uitgaan dat de afdelingen en de leden individueel een hoge mate van actieve betrokkenheid zullen moeten nastreven.

 

 

2. Over de grondslagen van het Neerlandistiekbeleid

Uitgangspunt.

De Orde is een Vlaams-Nederlandse culturele vereniging.

Van haar leden wordt niet alleen verwacht dat ze een warme belangstelling tonen voor de taal en cultuur die Vlaanderen en Nederland gemeen hebben, maar ook dat ze die gemeenschappelijkheid uitdragen en bevorderen.

 

De kracht van de Orde.

De kracht van de Orde ligt in de idealistische instelling van haar leden. Die leden geloven in de samenbindende aard van de gemeenschappelijke taal en cultuur en ze laten dat zien door een eigen bijdrage daaraan te leveren.

 

Sleutelbegrippen met betrekking tot de kernactiviteiten van de Neerlandistiek zijn : contact, ontvangst, facilitering en uitwisseling.

 

2.1. Contact

Het gevoel deel te hebben aan een gemeenschappelijke Nederlandse cultuur wordt vooral bevorderd door middel van persoonlijke ontmoetingen binnen de eigen afdeling, tijdens bijeenkomsten met andere, al dan niet gejumeleerde afdelingen en tijdens gewestdagen en algemene ledendagen.

Voorts wordt het contact gestimuleerd met gelijkgestemden uit gebieden die een historische band met Vlaanderen en Nederland hebben.

De bijeenkomsten van alle afdelingssecretarissen Neerlandistiek zijn in dit kader eveneens buitengewoon belangrijk.


 

2.2 Ontvangst

Ordeleden hebben uitstekende mogelijkheden om anderstaligen en nieuwkomers die zich daadwerkelijk voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur interesseren gastvrij te ontvangen.

Activiteiten die bestaan uit het ontvangen van buitenlandse docenten en studenten Nederlands mogen gelden als een belangrijke diepte-investering.

Voorbeelden daarvan zijn :

- ‘Somerskool’ voor studenten uit Zuid-Afrika en Namibië, 8 afdelingen in Limburg;

- ontvangst van scholieren van de ‘Gouden Klomp’-school in Opio, Frankrijk (een school met aanvullend onderwijs in de Nederlandse taal en cultuur). Samenwerking van de afdelingen Orange, Zelandia, Brussel –Zavel;

- Zomerschool Neerlandistiek voor studenten Nederlands uit Munster/Duisburg/Essen, Nijmegen –Gewest Oost-Nederland.

 

2.3. Facilitering

Naast gastvrije ontvangst kunnen afdelingen ook projecten van diverse aard faciliteren.

 

In het stimuleren van het creatief gebruik van de Nederlandse taal

(bijvoorbeeld door poëziewedstrijden, opstelwedstrijden) hebben afdelingen van de Orde vanouds een grote rol gespeeld.

 

Ook kunnen afdelingen projecten uitvoeren en/of faciliteren die culturele en maatschappelijke integratie van nieuwkomers bevorderen, of steun aan doelgericht taalonderwijs of culturele opvang beogen.

Voorbeelden daarvan zijn :

- steun aan scholen die OKAN-klassen, Onthaal-Klassen voor Anderstalige Nieuwkomers, organiseren. Hierbij zijn onder meer afdelingen uit het gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen betrokken;

- deelnemen aan en ondersteunen van projecten als ‘Meters en Peters’, een zomerschoolproject in Antwerpen voor jonge anderstalige nieuwkomers waaraan de afdeling Antwerpen-Metropool financiële en personele ondersteuning geeft;

- Ontmoetingenproject, versterking van de binding van hoger opgeleide allochtone jongeren (‘migrantenkinderen’) met de Vlaamse en Nederlandse cultuur en samenleving, vanuit de afdeling Noorderkempen met steun van andere afdelingen in gewest Schelde-Mark;

- steun aan Bru-Taal, Brussels netwerk voor Nederlandse taalstimulering, afdeling Zaventem.


 

Wat Neerlandistiek in het buitenland betreft, gaat ondersteuning van de ‘consument’ voor op die van de ‘producent’. Studenten Nederlands hebben vaak evenzeer behoefte aan ondersteuning als docenten die soms al door allerlei instanties gefaciliteerd worden.

Een voorbeeld : naast een boekenschenking aan een instituutsbibliotheek, kan ter beschikking stellen van leermateriaal aan een studentengroep effectief zijn.

In dat verband is het bijzonder nuttig ervaringen uit te wisselen over contacten en resultaten; dat helpt ook het kaf van het koren te scheiden.

Veel afdelingen steunen docenten en studenten Nederlands aan buitenlandse universiteiten (zoals Olomouc, Bratislava, Budapest, Barcelona etc.).

 

Ook bijdragen die de kennis van het Nederlands in de grensstreken ondersteunen en bevorderen, zijn buitengewoon belangrijk om wederzijds begrip te kweken.

Een voorbeeld : afdelingen uit de gewesten Brabant-Oost, Brabant –West en uit West-Vlaanderen steunen al jaren het ‘Huis van het Nederlands’ in Belle, Frans-Vlaanderen. Daar worden taallessen gegeven aan lokale geïnteresseerden die de Nederlandse taal vaak willen leren i.v.m. tewerkstelling in Vlaanderen. Zowel persoonlijke inzet van leden van de Orde als financiële en materiële hulp gericht op leermiddelen maken dat onderwijs mede mogelijk.

Omdat het ‘Huis van het Nederlands’ het taalonderwijs jaar na jaar verzorgt, komt het niet in aanmerking voor subsidie van de Nederlandse Taalunie, die enkel projectmatig werkt. De aanvullende rol die de Orde speelt worden zeer gewaardeerd

 

2.4. Uitwisseling.

Wanneer de taal en cultuur aan beide kanten van de grens als gelijkwaardig worden gezien, brengen uitwisselingsprogramma´s voor docenten en/of studenten de bewoners van grensstreken nader tot elkaar. Uitwisselingen bevorderen ook het wederzijds respect over de grenzen.

Men denke bijvoorbeeld aan het project van de afdeling Eems/Dollard waarin de uitwisseling tussen enerzijds Nederlandse leraren Duits in Groningen met anderzijds leraren Nederlands in Ostfriesland centraal staat.

Een vergelijkbaar project is ontwikkeld door het land van Edingen, maar dan met Waalse leraren Nederlands.

 


 

3. Het beleidsniveau en de uitvoeringsniveaus van de Neerlandistiek

 

De Neerlandistiek is een zaak ‘van geloof en bezieling’ van alle Prince-leden en speelt zich af op drie niveaus.

 

3.1. De afdelingen

Binnen de afdelingen zetten de leden onder begeleiding van de afdelingssecretaris Neerlandistiek, die lid is van het afdelingsbestuur, zich actief in voor de Nederlandse taal en cultuur op verschillende terreinen.

Het engagement kan heel verschillende vormen aannemen maar het is essentieel dat initiatieven, op welk terrein ook, worden uitgedragen door de leden zelf en niet door derden. Dit persoonlijke, bewuste engagement sluit samenwerking uiteraard niet uit maar de inzet van de leden binnen de lokale afdeling primeert en creëert daardoor de nodige zichtbaarheid.

3.2. De gewesten

Elk gewest stimuleert en ondersteunt onder begeleiding van de gewestcoördinator Neerlandistiek, die lid is van de gewestraad, de Neerlandistiek-werking van de lokale afdelingen binnen het gewest.

De gewestcoördinator bevordert samenwerking tussen de afdelingen rond gemeenschappelijke projecten.

3.3. Het presidium (dagelijks bestuur, gewestpresidenten en raadsleden
Neerlandistiek)

Het presidium formuleert het beleid inzake Neerlandistiek en verzekert de uitvoering hiervan door gewesten en afdelingen.

 

De raadsleden Neerlandistiek organiseren minstens eenmaal per bestuursperiode een werkvergadering met alle gewestcoördinatoren en afdelingssecretarissen Neerlandistiek. De financiering daarvoor gebeurt via de begroting Neerlandistiek.

 

4. Geografische spreiding van activiteiten

De activiteiten op het gebied van de Nederlandse taal en cultuur vinden plaats in

4.1. het Nederlandse taalgebied

4.2. de grensgebieden :

- Frans-Vlaanderen;

- Duitsland/Nederland;

- Wallonië.

4.3. overige gebieden :

in en buiten Europa.


 

5.    Werkwijze

 

5.1 Algemene positionering

“De Orde moet zich op terreinen begeven die tot haar doelstellingen horen, maar waar anderen door bureaucratie, egocentrisme en gemakzucht het laten afweten. Dan kan zij zich ontwikkelen tot een gideonsbende die haar doelstellingen bereikt via persoonlijke contacten en eigen netwerken.” (K.Bostoen).

 

De gedachte die aan de basis ligt van dit beleidsplan is, dat de Orde in het uitgestrekte krachtenveld van de Nederlandse taal en cultuur,

een niet onaanzienlijke aanvullende rol kan spelen (zie bijlage 1).

 

In de Orde is immers, over talrijke leden verspreid, veel relevante kennis aanwezig die, eenmaal geïdentificeerd, optimaal benut kan worden.

 

Het meest effectief gebeurt dat in activiteiten die ontwikkeld worden in afdelingen en gewesten en die overeenstemmen met de grondslagen van dit plan.

 

Binnen de Orde zelf moet er met tolerantia en amicitia over projecten (van anderen) gedacht en geoordeeld worden, met grote waardering voor verschillende vormen van interpretatie van het begrip Neerlandistiek en voor de inzet die met het realiseren van die projecten gepaard gaat.

 

 

5.2. De leden

De betrokkenheid van de leden bij het behoud en de ontwikkeling van de Nederlandse taal en cultuur krijgt gestalte in de ‘Neerlandistiek’.

 

Wij hebben - dankzij een zorgvuldig beleid bij werving - een zeer gevarieerd ledenbestand, dat over een enorme kennis beschikt, in het bijzonder in die kennisgebieden die de Orde betreffen.

Het delen van deze kennis en het toepassen, het effectief gebruiken ervan is essentieel.

De leden moeten zich er bewust zijn dat zij wezenlijk kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling(en) van de Orde.

Leden die een functie uitoefenen in een gespecialiseerd vakgebied beschouwen hun kennis als vanzelfsprekend. Zij moeten er voldoende bij stil staan dat wat zij als vanzelfsprekend beschouwen, nieuw kan zijn voor vele andere leden.


 

5.3 Interne en externe neerlandistiek

 

5.3.1.Interne Neerlandistiek

bestaat uit activiteiten binnen afdelingen en gewesten.

Een interne activiteit is een gebeuren/evenement opgezet door een lid/leden van een afdeling/afdelingen, met inzet van henzelf of personen uit hun netwerken en met als doelgroep leden van de Orde.

Zij is gericht op inzicht in het belang en de betekenis van de Nederlandse taal en op kennis van de Nederlandse cultuur (= alles wat door mensen afkomstig uit de Nederlanden tot stand wordt en is gebracht).

 

Voorbeelden zijn : de grote aandacht voor de positie van de Nederlandse taal (de toekomst van het Nederlands, eenheidstaal versus dialecten/verkavelingsnederlands) en de Nederlandstalige letterkunde.

 

5.3.2. Externe Neerlandistiek

berust op externe projecten.

 

Een extern project is een gebeuren/evenement opgezet door een lid/leden van een afdeling/afdelingen, met inzet van henzelf of personen uit hun netwerken en met als doelgroep niet-leden van de Orde.

 

 

6. Kosten van activiteiten en projecten; subsidie van de Orde.

 

6.1.       Ter overweging

De meeste Neerlandistiek-initiatieven (activiteiten en projecten) berusten op de persoonlijke inzet van de leden en hun netwerken, met minimale geldelijke bijdrage.

Zijn financiële middelen vereist, dan komen die in eerste instantie van de eigen leden. Subsidies voor projecten blijven dus een uitzondering en zijn niet de gangbare financieringsbron.

 

6.2.    Aanvraag voor een Neerlandistieksubsidie van de Orde

Wanneer voor een project een subsidieaanvraag bij de Orde wordt ingediend, is een volledige documentatie nodig.

Die moet omvatten : een duidelijke omschrijving van het project (inhoud, tijdsbestek, eenmalig of herhaling verwacht, positionering in het Neerlandistiekbeleid,), de doelgroep, de verantwoordelijke leden/de afdeling/het gewest, de betrokkenheid van andere leden, een gedetailleerde begroting van uitgaven en inkomsten (zie bijlage 2).


 

De projecten moeten passen in het Neerlandistiekbeleid van de Orde
(zie dit document).

Er mag geen vermenging van belangen optreden (persoonlijke versus die van de Orde).

De afdelingen en/of gewesten moeten minstens de helft van ieder individueel project bekostigen.

 

Projecten voor het Prince-jaar X/X+l moeten goed bevonden zijn door de gewestcoördinator Neerlandistiek van het gewest en met goedkeuring van de gewestpresident door hem per e-mail ingediend worden bij het secretariaat van de Orde vóór eind februari van het jaar X+1.

Eventuele goedkeuring volgt per eind maart van het jaar X+1.
Uitgave in het kalenderjaar X+1.

Geld vereist voor uitgave in het najaar X moet tijdens het voorafgaande Prince-jaar worden aangevraagd.

 

Bij afronding van een project zal betreffende gewestcoördinator een verantwoording van de uitgaven en een terugblik op de resultaten van het project ter attentie van de presidiumleden Neerlandistiek naar het algemeen secretariaat verzenden.

Alle projecten van het gewest moeten verantwoord zijn vooraleer nieuwe subsidies mogen worden aangevraagd.

Subsidies worden goedgekeurd per project. Gaat tegen verwachting in een goedgekeurd project toch niet in uitvoering, dan kan het betreffende gewest niet zonder nieuwe aanvraag het subsidiebedrag voor een ander project aanwenden.

 

 

7. Samenwerking

De Orde van den Prince is een van de ‘spelers’ in het ‘krachtenveld’ van organisaties die in relatie staan tot de Nederlandse Taal en Cultuur.

In specifieke gevallen kunnen individuele leden van de Orde op het terrein van de Neerlandistiek samenwerken met gelijkgerichte organisaties.

 

 

Dit geldt bijvoorbeeld voor samenwerking met :

- De Nederlandse Taalunie : een internationale verdragsorganisatie waarin Vlaanderen, Nederland en Suriname samenwerken op het gebied van de taal, de letteren en het onderwijs in het Nederlands.

 


 

- De IVN : Internationale vereniging voor Neerlandistiek, koepelorganisatie voor docenten Neerlandistiek aan universiteiten over de hele wereld (Er zijn buiten het Nederlandse taalgebied zo’n 220 universitaire instituten waar Nederlands wordt gedoceerd).

 

- De commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen –Nederland : de verdragsluitende partijen voeren een beleid dat samenwerking tussen overheden, personen, instellingen en organisaties op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn bevordert.

 

- het Vlaams-Nederlands Huis De Buren in Brussel.

 

- het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam.

 

- ANV : Internationale vereniging voor Nederlandse taal en cultuur

 

(Deze opsomming is niet limitatief).

 

 

 

Pieter Geertsma

Paul Jacobs

Presidiumraadsleden Neerlandistiek

 

 

Adviezen van : Karel Bostoen en Jos Wilmots.