<< Vorige pagina

18 april 2019

Het voorportaal van het verdomhoekje van de Neerlandistiek: de studiekeuze


Het voorwoord van President Godelieve Laureys in de vorige PrincEzine heeft nogal wat reacties losgemaakt. Het ging daarbij niet alleen om leden die op de website reageerden in het reactievak onder het artikel. Maarten Tamsma van de afdeling Kennemerland nam de moeite een uitgebreide reactie te mailen, gebaseerd op zijn eigen ervaringen als voormalig directeur-lerarenopleider in de kunsten. "Te weinig docenten overtuigen te weinig achttienjarigen dat het mooi en fijn is om met literatuur bezig te zijn."

 

Daags na haar bezoek aan onze afdeling Kennemerland trof ik in de PrincEzine van maart 2019 het voorwoord van onze President over het universitaire verdomhoekje van de Neerlandistiek. De avond tevoren hadden we het over ditzelfde onderwerp gehad in de rondvraag na een debat. Als voormalig directeur-lerarenopleider in de kunsten belicht ik graag het voorportaal van dit probleem: de studiekeuze van middelbare scholieren. Ik betreed daarbij een (per definitie) non-wetenschappelijk gebied.

 

Beroepskeuze

 

De beroepskeuze wordt door scholieren aan het einde van de middelbare schooltijd gemaakt op basis van een aantal factoren. Maatschappelijk vooruitzicht mag er een zijn, empathie met een gekozen vakgebied of sector speelt zeker ook een majeure rol. Wie dokter wil worden heeft geen direct schoolvak waaruit de betrokkenheid met die keuze kan ontstaan. Wel vakken als biologie of scheikunde. Maar vooral ook een wens om ‘mensen beter te maken’ of positieve ervaringen met de beroepsgroep. Bij landbouwingenieur, loodgieter of marineofficier is het niet anders.

 

Nederlands

 

Nederlands is echter een vakgebied dat zich onverbloemd in twaalf jaar educatie heeft gemanifesteerd. Het heeft meer 'zendtijd' gehad dan welk ander schoolvak dan ook, gestuurd door gekwalificeerde beroepsbeoefenaren (hoop ik). Welk ander beroepskeuze-traject zou niet door zoveel reclametijd aangemoedigd willen worden?

Docentenopleidingen hoeven eigenlijk helemaal geen beroepsvoorlichting! De aanstaande studenten zijn twaalf jaar lang, veertig weken per jaar, dertig uur per week ( = 14.400 uur) aan het docentschap blootgesteld geweest! Dat waren niet alleen neerlandici, ik weet het, maar het aantal uren dat de puber met de moedertaal bezig is geweest is zelfs nóg groter.

 

Literatuur

 

Literatuur is ook een kunstvorm. Wel een beetje een buitenbeentje. Op mijn kunstacademie leiden wij, naast kunstenaars, ook kunstdocenten op in vrije kunst, vormgeving, muziek, dans, drama, enzovoorts. Merkwaardigerwijs mist een sectie literatuur. Er studeren toekomstige concertpianisten, acteurs of vormgevers, maar geen schrijvers. Er bestaat wél een School voor journalistiek, geen auteurs-faculteit. Voor bekwaamheden in kookkunst kun je naar een hotelschool. Eigenlijk mis ik ook dat ambacht op een kunsthogeschool. Koken prikkelt net zozeer zintuigen en emoties.

 

Deltavakken

 

Meer dan andere onderwijsgebieden hebben de deltavakken - zo noemden we bij ons de kunstvakken, naast alfa, bèta, gamma en epsilon (economie) - met elkaar gemeen dat de professional moet verbazen, verwonderen. Treedt die verwondering niet op, dan heb je als kunstenaar gefaald. Verbeelding is een vereiste, het is je missie als kunstenaar. Ook literatuur zou uitdrukkelijk deze delta-component moeten hebben en heeft die ook.

 

Didactisch materiaal

 

Docenten konden nooit eerder putten uit een zo’n breed scala van letterlijk oogverblindend didactisch materiaal als nu. Moest ik als tekenleraar voor mijn onderwijsbevoegdheid nog uit het hoofd en met de hand bijvoorbeeld ‘een dwarsdoorsnede van een Gotische kathedraal (Ile de France, veertiende eeuw)’ kunnen tekenen, nu tovert elke baviaan met een druk op een knop de meest fraaie 3D-kantelende dwarsdoorsneden daarvan op een scherm. Geen enkele docent heeft nog een excuus om niet optimaal te scoren met de didactische faciliteiten die binnen handbereik liggen.

 

Rachmaninov

 

Dat geldt ook voor literatuur. Boeken- en schrijversprogramma’s op TV of internet, toneelvoorstellingen, historische literaire documentaires…. Zo pak ik een puber in. Een voorstelling van de film 'Shine' maakt ze levenslang tot bewonderaars van Rachmaninov 3. Kan niet missen. Ik was lang geleden een audiovisueel pionier met mijn daglicht-diascherm. Bijna elke relevante kunststroming kon ik op een diaslede uit de kast trekken. De mogelijkheden zijn nu duizend maal groter (en mooier).

 

Beeldigheid

 

Ja, het is waar, de taligheid van onze onderwijscommunicatie heeft plaats gemaakt voor beeldigheid, de communicatiecultuur van de nieuwe generatie trouwens ook. Vele uren per dag worden besteed aan schermkijken met beelden bedacht door uitgekookte grafisch vormgevers, vaak overigens voormalig studenten van kunstacademies. Literatuuronderwijs (verwijzend naar deze verbazende, verbeeldende kunstvorm) kan met de aanwezige middelen en de beeldende hulpmiddelen Hugo Claus laten zien die uit eigen werk voorleest. Of liever nog Pierre Bokma, die dat voor hem doet. Kunst moet empathisch scoren en kan dat ook. Maar dan wel in een proces gestuurd door top-docenten.

 

Schatkamer

 

Kunstdocenten zijn de bewaarders en uitdragers van de schatkamer van de mensheid. Zeker in de receptieve of reflectieve zin: kijken naar, erover denken of praten. De productie, het maken, is een complexere zaak, maar wel het voorportaal of raakvlak met die reflectieve component. De docent die met zo’n vakgebied niet kan scoren, verbazen en verwonderen, moet ontslag aangezegd worden. Zelf muziek kunnen leren maken, kunnen leren tekenen, dansen en schrijven, behoeft een docent die dat (ambachtelijk) ook kan.

 

Meneer Keysper

 

Op mijn oude middelbare school waren veel alfa-gymnasiasten die Frans kozen omdat meneer Keysper een topper was. Mooi kon hij over Molière of Céline vertellen, leerlingen verbazen/verwonderen. ‘Daar wil ik meer van weten…’ Dat moet ook bij kunst. Het probleem dat Godelieve Laureys in haar voorwoord in de vorige PrincEzine uitwerkt, wordt mede veroorzaakt door het gemis aan belangstelling van aanstaande eerstejaars. Op middelbaar school niveau hebben de kunstdocenten vaak verzuimd de juiste snaren te beroeren. Te weinig 'meneren Keysper' overtuigen te weinig achttienjarigen dat het mooi en fijn is om met literatuur bezig te zijn.

 

Politiek

 

De politiek is in Nederland al twee decennia doende om het docentschap onaantrekkelijk te maken. Daarmee werd de kwaliteit van de beroepsgroep gedevalueerd. Deze docenten hebben in 14.400 uur zendtijd voor hun metier geen indruk kunnen maken op de leerlingen die hun beroep zouden kunnen kiezen. Dat zijn bijkomende omstandigheden aan de debetzijde van het proces dat Godelieve Laureys beschrijft. De empathie ontbreekt. Voor een kunstvak is dat fnuikend. Vooral voor een kunstvak waarbij mede het leraarschap als majeur toekomstperspectief aan de horizon lonkt (of dreigt).

 

Balletdanseres

 

Andere kunstvakken hebben daar iets minder last van. Een getalenteerde jonge pianist of balletdanseres heeft de school niet nodig om de route naar een kunstopleiding te vinden. Buitenschools zijn daar mogelijkheden voor. De toelating is echter competitief, gecompliceerder, meestal in auditievorm. Iedereen die dat wil en een adequaat diploma heeft, kan een universitaire studie Nederlands beginnen. Of daarbij de echte empathie overslaat - die als docent later op zijn/haar leerlingen kan worden overgebracht - betwijfel ik wel eens. Nieuwe studenten blijken weg te blijven en dwingen bestuurders tot sanerende maatregelen. Misschien zou de Amsterdamse universiteit een handvol notoire literatoren als 'Artist in residence' voor één dag in de week kunnen inhuren om workshops te geven om zo de waakvlam van het verbazen/verwonderen in een hogere stand te zetten. Met de literatuurwetenschappelijke aspecten van het metier lukt dat minder.

 

Notoire kunstenaars

 

Ik had op de Haagse Koninklijke Academie les van diverse notoire kunstenaars. Didactisch waren ze niet altijd even sterk. Maar ze waren onmisbaar als iconische voorbeelden van het vak waar je voor koos, waarin je les wilde gaan geven. Het bracht de verbazing en verwondering dichtbij de aanstaande kunstdocent. Die verbazing en verwondering kon ik later op mijn leerlingen overbrengen. Toen ze groter werden, ouder, ambtenaar, schooldirecteur, Kamerlid, hadden ze een besef dat kunst er toe doet.

 

Empathisch aspect

 

Dat kan met literatuur dus ook. Het empathische aspect van de kwestie is onderbelicht. En juist dat beïnvloedt de studiekeuze. Beleidsmakers en bestuurders kunnen nog zoveel vergaderen over de zorgwekkende situatie, bij de verwondering van de achttienjarige begint het. Of niet.

 

Maarten Tamsma

Afdeling Kennemerland


Reacties

  • Door Jo Berten op 21-04-2019

    Ik gaf als leraar-romanist ( bijna) uitsluitend Franse literatuur aan jonge lui wiens wereld eerder anglofiel is.. Alles kan verkocht worden, de verpakking is het eerste middel. Op het mondelinge eindexamen moesten de laatstejaars , als slot,  ” Le pont Mirabeau” ( Apollinaire) vlekkeloos reciteren, maar op een creatieve manier (gitaarspel, ballet, etc..). Geregeld ontmoet ik oud-leerlingen die hun vrouw en kinderen verbazen door in mijn aanwezigheid dit gedicht op te zeggen. Zo gaf ik toekomstige wetenschappers ook de zin voor creativiteit mee. Immers, elke these is eerst hypothese, een sprong in het onbekende. En aangezien een literaire tekst per definitie √©√©nduidig is, scherpt dit het creatief vermogen. Bovendien , indien men tijdens de eerste vier jaren de spelregels aanleert (grammatica, woordenschat), moet men dan de laatste twee jaren spelen uiteraard. Dit is altijd mijn credo geweest en de verklaring waarom ik node met pensioen ging.
    Jo Berten, Brugge

  • Door Wim A. Wijnands op 22-05-2019

    jonge lui wier wereld



Terug naar overzicht »