<< Vorige pagina

18 januari 2018

Dichterssalon Nederlands-Vlaams-Afrikaans in Tilburg


Mag je na vier keer al van een traditie spreken? Hoe dan ook: het was een markante gebeurtenis, eind vorig jaar in Tilburg. Een dichterssalon en een dichterlijke salon in het wevershuisje dat dichter en Ordelid Carina van der Walt bewoont in de oude wolstad Tilburg. Carina stamt uit Zuid-Afrika. Zij is er voor de vierde keer in geslaagd een gekend dichter uit Zuid-Afrika naar Nederland te halen om samen met enkele Nederlandse en Vlaamse dichters de gezamenlijke, maar onderling o zo verschillende taal te vieren.

   Carina van der Walt

 

Bijeen waren: René Bohnen uit Zuid-Afrika, Miriam van Hee uit België en de Nederlandse dichters Vicky Franken, winnares van de C. Buddinghprijs 2017 voor de beste debutant, Paul Meeuws, genomineerd voor diezelfde C. Buddingh-prijs en Theo Rikken, vooral vertaler van Franse poëzie. Zij gaven inzicht in de beweegredenen en achtergronden van hun werk en droegen voor uit eigen werk.

 

 

Zuid-Afrika

 

Carina nodigt elk jaar als speciale gast een dichter uit Zuid-Afrika naar haar Salon. Daarbij zoekt ze tenminste één Vlaamse en één Nederlandse dichter. Die moeten een beetje ‘passen’. Het gaat om dichters die nog niet zo bekend zijn, maar die toch ‘al enig spoor hebben achtergelaten’. De salon is niet open voor het publiek. Het is geen dichtersavond, maar vooral een werkbijeenkomst, bedoeld om de dichters met elkaar kennis te laten maken, om een sfeer te scheppen waarin ze elkaar kunnen inspireren.

 

Verwantschap
 

Carina van der Walt, zelf dichter, speelde haar rol als gastvrouw met verve. Ze stelde de dichters aan elkaar voor, ze leidde hen in en ze bleek vrijwel al het dichtwerk van haar collega’s gelezen te hebben, mede omdat ze in het werk van de verschillende dichters naar het gemeenschappelijke wilde speuren. Ze probeerde hiermee, met succes, haar gasten te verleiden om samen een poëzieslinger te maken, een keten van gedichten die een onderlinge verwantschap vertonen en die bij voorlezing samen als het ware een guirlande zouden vormen.

 

Klank/water en camera

 

Het thema dat zij koos voor dit jaar luidde ‘klank/water en camera’. Hierop gebaseerd stelde ze een lijst samen van gedichten en nodigde haar gasten uit die gedichten in een door haar bepaalde volgorde voor te dragen. De titels op het thema ‘water’ geven een voorbeeld.

 

Water:

 

     Francken:   Ik lig in de bocht van de rivier
     Bohnen :   Vanaf Mont aux Sources dieTugela
     Francken:   Van beddegoed vouw ik een vrouw
     Bohnen: ·   Waterlelie
     Van der Walt:   Hoe Eybers en Tutu kyk
     Rikken:   Canal Saint Martin
     Van Hee:   Les Gorges du Verdon

 

Tegenstelling
 

Er zijn ook contrasten. Zo is er de geografische tegenstelling: noord–zuid en de taalkundige tegenstelling Nederlands–Vlaams–Afrikaans. Ook in de thematiek zitten tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen de maatschappelijke geëngageerdheid van René Bohnen over schaliegas versus het kleine universum van Mirjam van Hee. Al bij al was er voldoende verbondenheid en tegenstelling om een bijeenkomst te laten ontstaan waar professionaliteit, vriendschap en inspiratie ruim voorhanden zijn en groeien. En waar – last but not least – vertalingen uit voortkomen.

 

Vertalingen


Een van de doelen van de Salon is om te komen tot vertalingen van elkaars werk van en naar het Afrikaans. Een voorbeeld daarvan is het gedicht Tuisresep (thuisrecept) van de Zuid-Afrikaanse dichter Charl-Pierre Naudé, waarmee hij in 2015 meedeed aan de Salon. Dit gedicht werd spontaan door drie andere deelnemers in het Nederlands vertaald, of zo u wilt herdicht, én gepubliceerd. Tuisresep, een ode aan ma’s stoofschotel met groenten en vruchten (bobotie), verscheen in viervoud, in Awater, winter 2015.

 

Welwillendheid

 

Opvallend tijdens de bijeenkomst was de welwillendheid waarmee de dichters elkaar bejegenden. Er was geen sprake van na-ijver of elkaar vliegen afvangen. Integendeel, de dames en heren gingen op in elkaars werk en praatten lang na over ‘die heerlijke middag’ waarvoor sommigen toch van héél ver (Gent!) naar Tilburg waren gekomen. En zonder dat daar een noemenswaardige financiële vergoeding tegenover stond. De Salon in ’t Wevershuisje is in 2015 éénmaal gesponsord door de Skool vir Tale van de Noord-West Universiteit in Potchefstroom, Zuid-Afrika. Carina van der Walt gaat na deze eerste successen voor volgende gelegenheden wat kapitaalkrachtigere fondsen benaderen.

 

Oogst


Uit de oogst van 2017 moet de keuze nog gemaakt worden. Zeker is al wel dat de vertalingen zullen worden gepubliceerd. Zo wordt het resultaat van de Salon meetbaar. De dichters die uitgenodigd worden, moeten bereid zijn om aan deze opzet mee te werken. ‘Je werkt, je gaat met elkaar in gesprek en je zoekt de diepte op. Dat komt de vertalingen ook ten goede’, zegt René Bohnen, dit jaar de gast uit Zuid-Afrika. Dat is ook hard nodig, zoals blijkt uit haar onderstaande gedicht. Als ik al dacht dat ik het Afrikaans enigszins kon lezen, kwam ik nu toch bedrogen uit. Samen met de dichter ben ik in Nieu-Bethesda 2020 gedoken. Hieronder neem ik, naast het gedicht, enkele verklarende woorden op. En na het gedicht schets ik de context. Waarschijnlijk blijft er desondanks nog wat te puzzelen over. 
 

 

                                                                                                                                                                                          René Bohnen                                                                                                                                                                                                                                      

Nieu-Bethesda 2020

 

Radioaktiewe kraaie sit in klosse op Shell se torings,
hulle gekrys verdring deur bore se ra-ta-tat-tat, deur
vierhonderd tenkwaens wat druis op die ubbellaanpad.
’n Meermin se uitgestrekte handjies verweer
in die suurreën, haar bierbottel-oë bars,

 

rapat; rapat breek die watertafel. Sien is glo
protesplakkate tolbos soos orakels
oor fracking in die Oos-Karoo.

 

Moederaarde hoes ondergrondse gas, sy het gif in haar are.
Veelvermoedend blêr dragtige ooie sonder ophou in die gras.

 

Die vorige armes is nog armer, die lug is maalglas
bokant Helen se vaal jaart met krippe en kamele.
Deur die krake in Koos Malgas se gemesselde uile
glip ’n gladde tweekopakkedis. Sien is glo –
protesplakkate verbleik langs magnate se beloftes
oor fracking in die Oos-Karoo.

 

In die broeines hoog teen Kompasberg lê ’n witkruisarend
haar eerste eier – dit is grof, dit gloei in die donker.

 

René Bohnen


Voor wie er niet uitkomt:

 

tenkwaens: tankwagens
suurreën: zure regen
bierbottel-oë : bierflesbodem-ogen
bars: barsten
tolbos: tumbleweed
oor: over
hoes: hoest
are: aderen
maalglas: gruis van geslepen glas
bokant: bovenkant
jaart: tuin
krippe: kribbe
krake: scheuren
tweekopakkedis: tweekoppige hagedis
magnate: oliemagnaten
teen: tegen
lê: legt
grof: grof (van het glasgruis)

 

 

Uilenhuis

 

 

Desgevraagd legt René Bohnen uit dat in Zuid-Afrika iedereen dit gedicht begrijpt. Voor Zuid-Afrikanen zijn de beeldentuin – het ‘Uilenhuis’ – van Helen (Martins) in Nieu-Bethesda in Oost-Karoo en het werk van beeldhouwer Koos Malgas een begrip. Nieu-Bethesda was het thuis van Helen Martins (1897-1976). Ze begon met het versieren van huis en tuin met cement, glasgruis en draad. Later maakte ze beelden, geïnspireerd door de bijbel, de poëzie van Omar Khayyam en het werk van William Blake. Beeldhouwer Malgas begon in 1964 voor haar te werken en hielp haar beelden van uilen, kamelen en mensen te ontwerpen. Máár… de tuin ligt in het gebied waar Shell wil fracken, het procedé om onderaardse steenlagen met water en chemicaliën te kraken voor de winning van schaliegas. De beelden in de tuin (jaart, yard) worden vaal door het gruis dat hierbij vrijkomt. De ogen van een uil, gemaakt van bodems van bierflessen, barsten. Er kruipen hagedissen uit met twee koppen als gevolg van de giftige omgeving. En de eieren van de arend zijn zo giftig, dat ze gloeien in het donker….

 

Onverwacht vervolg
 

Een eerdere Salon heeft overigens nog een totaal andere en volstrekt onverwachte spin off te zien gegeven. In 2014 waren onder meer de dichters Willy Martin uit Vlaanderen, Emma Crebolder uit Maastricht en Van Pamelen uit Tilburg aanwezig. Nu doen dichters in hun dagelijks leven vaak ook minder poëtisch werk. Martin is ook (emeritus) hoogleraar taalkunde en hij publiceerde onlangs een boek over ‘Vak-Taal’.

Daarin publiceren Van Pamelen, die ook nog cabaretier is, en Emma Crebolder, die houdt van golf, bijdragen over respectievelijk de theatertaal en de taal van het golfspel. Carina is zeer trots op deze ontwikkeling: "Dat is toch allemaal maar mooi het gevolg van de Salon in ’t Wevershuisje!"

 

Gerard van den Heuvel

Afdeling Tilburg




Terug naar overzicht »