<< Vorige pagina

08 september 2017

Eén taal, twee atlassen van de Nederlandse taal


Voor de zomer hebben we onder de kop 'Mag je je kind noemen zoals je wilt?' bericht dat we de recent uitgekomen Atlas van de Nederlandse taal gingen laten recenseren door historicus, taalkundige en Mechels Princelid Wim Hüsken. Hij heeft deze zomer zijn best gedaan de Nederlandse en Vlaamse variant van de atlassen nauwlettend en kritisch met elkaar te vergelijken. Princeleden kopen de bijzonder informatieve en aantrekkelijk vormgegeven atlas of atlassen overigens met korting (zie onderaan). Want wie wil nu, om maar één voorbeeld te noemen, niet weten hoeveel dialecten het Nederlands kent?

 

         

 

 

In de lift van het Mechelse appartement waar ik woon staat: “Verboden aan niet-begeleide personen onder de 15 jaar.” In Nederland zou het voorzetsel aan hier niet gebruikt worden maar voor. In dit zinnetje is de invloed van de Franse taal op het Nederlands in Vlaanderen voelbaar: 'interdit à'. Het is maar één van de vele kleinere of grotere verschillen tussen de taal in het zuiden en het noorden.

 

Verboden aan

 

Weinig Vlamingen zullen zich ervan bewust zijn dat zij in de woordcombinatie 'verboden aan' een zeldzame leenvertaling uit het Frans gebruiken. Leenwoorden kennen we allemaal en meestal – niet altijd – zijn we ons bewust van het feit dat het woord dat we gebruiken niet oorspronkelijk uit het Nederlands komt. Naast de vele ontleningen aan het Engels ('computer', 'manager', 'accountant') zijn er ook Franse ('idee-fixe', 'restaurant') en Duitse ('vernuft'). Maar het blijft niet bij zelfstandige naamwoorden; uit het Duits hebben we 'sowieso' geleend, 'helaas' zeggen we de Fransen na en 'wow' is zo Engels als het maar kan.

 

Vreemdgaat

 

De Nederlandse en Vlaamse edities van de recent verschenen Atlas van de Nederlandse taal maken in het hoofdstukje 'Waarom het Nederlands vreemdgaat (en met wie)' nauwelijks verschil in hun besprekingen van het verschijnsel leenwoorden en andere ontleningen. Het enige verschil tussen de twee taalvarianten – want dat het Nederlands en het Vlaams als zodanig aangeduid kunnen worden, is goed te verdedigen – ligt volgens de auteur(s) van dit hoofdstuk in het veel frequenter gebruik van niet-Nederlandse klanken in leenwoorden in het noorden. Zo nemen we zowel in Amsterdam als in Antwerpen de 'tram' maar in het ene geval zeggen we trem en in het andere tram. De 'Editie Nederland' van de Atlas geeft een uitvoerige lijst van klanken die uit vreemde talen in het Nederlands zijn ingeburgerd, terwijl die lijst in de 'Editie Vlaanderen' beperkt blijft.

 

In kaart

 

De samenstellers van de Atlas geven in hun voorwoord duidelijk aan wat zij met deze boeken willen bereiken: “Zoals een klassieke atlas de geografische wereld ontsluit, willen wij de wereld van het Nederlands in kaart brengen.” (blz. 9) Zij doen dit in zestig (60!) korte hoofdstukjes die variëren van het ontstaan van het Nieuwnederlands uit het Oudnederlands en de relatie tussen het Nederlands en het Afrikaans, tot de meest voorkomende spellingfouten en het taalgebruik van politici. Hierbij wordt terdege rekening gehouden met het feit dat de verhoudingen in Nederland en Vlaanderen niet gelijk zijn. In beide atlassen zijn er evenwel slechts vier hoofdstukjes die alleen in de Nederlandse of de Vlaamse editie verschijnen. Zo gaat het vierde 'Over het Fries en andere minderheidstalen', respectievelijk over 'Over de taalwetgeving in België'.

 

Tien iconen

 

Maar ook in hoofdstukken die inspelen op hetzelfde thema, zoals 'Tien iconen voor het Nederlands', liggen de accenten in de beide atlassen verschillend. Van de tien invloedrijke personen die voor deze eretitel in aanmerking komen zijn er zes die in beide edities figureren. De vier oudste komen uit het zuiden, uit een tijd dat Limburg en Vlaanderen het grootste aandeel hadden in de schriftelijke taalproductie: Hendrik van Veldeke, Hadewijch, Jacob van Maerlant en Anna Bijns. Voor de nieuwe tijd delen we, naast Betje Wolff en Aagje Deken, blijkbaar alleen Annie M. G. Schmidt met elkaar. Merkwaardig genoeg wordt de grondlegger van 'de dikke Van Dale', de uit Zeeuws-Vlaanderen afkomstige Johan Hendrik van Dale, alleen in de Vlaamse editie als icoon voorgesteld, terwijl hij in de Nederlandse geenszins zou hebben misstaan.

 

Napoleontische staatshervorming

 

Omgekeerd is de invloed van de Napoleontische staatshervorming op het ambtelijk taalgebruik en de introductie van het metriek stelsel met zijn bijbehorende vocabulaire (liter, kilometer, gram) even groot geweest in het zuiden als in het noorden. De paragraaf over 'Napoleon en Lodewijk Napoleon' zou in de Vlaamse editie dan ook niet hebben mogen ontbreken. Maar welk icoon had daarvoor moeten worden opgeofferd? Hendrik Conscience? Jan Frans Willems? Of Martine Tanghe? Wat de laatste betreft: de Nederlanders kennen haar waarschijnlijk niet of nauwelijks, maar als nieuwslezeres is zij op de Vlaamse televisie misschien zelfs meer dan een icoon voor haar onberispelijke uitspraak van het Nederlands. Het vermakelijke citaat dat de Atlas uit haar mond optekende: “Toen ze klein waren, zeiden mijn kinderen weleens: ‘Mama, wij zijn de enigen van de hele klas die jam zeggen, alle andere kinderen zeggen confituur!’”. Dit gaat echter voorbij aan het feit dat ook 'jam' een leenwoord is…

 

Dt-fouten

 

Hoofdstukken die door veel lezers gesmaakt zullen worden, zijn die welke ingaan op de vraag: “Hoe hoort het nu eigenlijk?” Volgens onderzoekers storen professoren zich vooral aan dt-fouten in de teksten die hun studenten aanleveren, terwijl het grootste mankement juist ligt in het ontbreken van een heldere structuur. Dat de auteurs van de Atlas ook zelf niet altijd oog hebben voor kemels in hun tekst, siert ze misschien maar doet toch klungelig aan. In de samenvatting van een Antwerps onderzoek naar de systematiek in werkwoordfouten bij bepaalde proefpersonen lezen we in de Vlaamse editie 'Bovendien kregen ze enkel de uitdagendste werkwoordvormen invullen (p. 217), terwijl de Nederlandse editie hiervan een correcte zin maakt door 'kregen' te vervangen door 'moesten' (p. 215).

 

Lellebellen

 

Wie in de Atlas op zoek gaat naar allerlei handige spelling- en grammaticale regels, komt bedrogen uit. Maar dit is ook niet de bedoeling van het boek. Toch wordt af en toe een poging in die richting gedaan. Zo wordt in het hoofdstuk 'Hoe bollebozen lellebellen spellen' geprobeerd de regel van de tussen-n uit de doeken te doen. Daarbij komt, vreemd genoeg, ook het woord 'aspergesoep' ter sprake. Dat dit woord zonder tussen-n gespeld wordt, zoals in paragraaf twee van dit hoofdstukje staat vermeld, is een waarheid als een koe. Zou 'aspergessoep', naar analogie van 'pannenkoek', niet logisch zijn, vraagt de lezer zich misschien af. Hier biedt de webstek van het Genootschap Onze Taal (https://onzetaal.nl/taaladvies/tussen-s/) uitkomst. Voor de tussen-s is er, zo lezen we daar, geen regel die vergelijkbaar is met die voor de tussen-n. De analogie met andere samenstellingen is hier maatgevend: omdat we 'stationshal' zeggen, is 'stationsstraat' de aanbevolen schrijfwijze, maar zowel 'kwaliteitcontrole' als 'kwaliteitscontrole' zijn correct. Enige uitleg over de tussen-s zou in de Atlas wenselijk zijn geweest.

 

Afwijkingen

 

Wanneer de afwijkingen van de standaardtaal aan bod komen, zijn de verschillen tussen de twee boeken het grootst. In Vlaanderen is de laatste jaren veel te doen geweest over 'tussentaal', terwijl er in Nederland veel onderzoek is gedaan naar het zogenaamde Poldernederlands. In het eerst geval gaat het om een taalvariant die zich situeert tussen de dialecten en de standaardtaal in, bijvoorbeeld gekenmerkt in het weglaten van eindklanken waardoor na elkaar uitgesproken woorden als één brij klinken: "Eindelijk moge we ne keer iet anders spreken." Bij het Poldernederlands gaat het om een verschuiving van de tweeklanken, een verschijnsel dat zich vanaf de jaren 1970 vooral bij jonge hoogopgeleide vrouwen voordoet. Als gevolg van het verder openen van de kaken klinkt het woord 'tijd' als 'taaid' en 'koud' als 'kaaud'. De beschouwingen over deze recente ontwikkelingen zijn misschien wel de meest interessante in de beide boeken, maar over persoonlijke smaak valt niet te twisten.

 

Vermakelijke boeken

 

De samenstellers van de Atlas van de Nederlandse taal – aan Nederlandse kant Nicoline van der Sijs en Mathilde Jansen en aan Vlaamse kant Johan De Caluwe en Fieke Van der Gucht (let op het hoofdlettergebruik in de achternamen!) – zijn er, kort samengevat, in geslaagd twee aantrekkelijke en vermakelijke boeken over de talrijke aspecten van de Nederlandse taal tot stand te brengen. De beide atlassen zijn gericht op een ruim lezerspubliek en nodigen niet alleen uit om na te denken over de totstandkoming van onze taal – waarbij we ons kunnen afvragen wie we hier met 'onze' bedoelen – maar evenzeer over het Nederlands anno 2017. Voor Nederlandse lezers is de Vlaamse editie even interessant als de Nederlandse. Omgekeerd geldt hetzelfde. Wie erover twijfelt welk van beide boeken aan te schaffen, zou ik willen adviseren: koop ze allebei!

 

Wim Hüsken

Lid afdeling Mechelen

 

 

Atlas van de Nederlandse taal. Editie Nederland; red. Nicoline van der Sijs en Mathilde Jansen, Editie Vlaanderen; red. Johan De Caluwe en Fieke Van der Gucht, 272 blz. Tielt: Uitgeverij Lannoo nv, 2017. ISBN 978 94 014 4205 3 en 978 94 014 3292 4.

 

Leden van de Orde van den Prince kopen tegen gunstvoorwaarden. Dat kan via deze link: www.lannoo.be/taalatlassen (de Nederlandse versie is uitverkocht geweest, maar inmiddels weer beschikbaar).




Terug naar overzicht »