<< Vorige pagina

08 september 2017

Roman over het College der Drey Tonghen


Eerder deze maand kwam het nieuwste boek uit van Joris Tulkens, classicus, filosoof en lid van de afdeling Diest: ‘Wentelsteen – Erasmus en de moeizame geboorte van het Collegium Trilingue’. U kunt er niet bij zijn in Leuven op de Algemene Ledendag eind oktober? Met dit boek, kan ook u tot in detail te weten komen waarom dit 'College der Drey Tonghen' een – of zelfs het - kantelpunt in de westerse beschaving was. Onderstaande recensie licht alvast een tipje van de sluier op.

 

 

Op 1 september 1518 gingen in een lokaal van de Leuvense paters augustijnen de cursussen Grieks en Latijn van het Collegium Trilingue van start, terwijl in de onmiddellijke nabijheid de lessen Hebreeuws werden gegeven. Met deze vernieuwende stap in het onderwijs aan de Alma Mater werd uitvoering gegeven aan het testament van Hiëronymus Busleyden, die in 1517 in Bordeaux overleed toen hij op weg was naar Spanje om daar verder zijn taak als raadgever van Keizer Karel V te vervullen. Samen met de executeurs van het testament neemt Erasmus van Rotterdam het voortouw om het College van de grond te krijgen. Hoe veel diplomatie het hem zal kosten, hoe hij de tegenkanting van de ‘klassieke’ theologen en de magistri’ van de ‘artes’ (de klassieke opleiding in de zeven vrije kunsten, van oudsher het programma aan de Alma Mater) moet weten om te buigen tot aanvaarding - zij het allerminst van harte - van het hele project: dit en zoveel meer vernemen we uit de mond van Rutger Rescius, vertrouweling van Erasmus, corrector bij de Leuvense drukker Dirk Martens en eerste docent Grieks aan het nieuw opgerichte College.

 

Wentelsteen

 

Als geen ander heeft auteur Joris Tulkens zich weer ingeleefd in de periode van de zestiende eeuw, het eerste grote kantelmoment in de westerse geschiedenis. De pas opgerichte gebouwen waar de drietalencursussen gegeven gingen worden, hebben een uitsprong die verwijst naar de trap die naar boven wentelt. Rutger Rescius verwijst ernaar als hij het project, samen met Erasmus en diens vrienden uiteraard, beschrijft als het keerpunt in de beschaving: "De naam ‘wentelsteen’ staat voor wat deze school beoogt: een omwenteling teweegbrengen in de geschiedenis van de mensheid. Wie deze school verlaat, heeft de mogelijkheden om het rad van de vooruitgang te doen wentelen." (p. 286) Die clash tussen traditie en vernieuwing heeft Tulkens al altijd geboeid: lees zijn romans over Nicolaes Cleynaerts (‘Christenhond tussen moslims’, ook bewerkt tot monoloog), over de Antwerpse humanist Pieter Gillis (‘De verloren droom van Pieter Gillis’), over ‘Vesalius’ en ‘Thomas More’…

 

Ambigu

 

Net als in zijn roman ‘De schaduw van Erasmus’ (2006) stelt hij in ‘Wentelsteen’ de grote Rotterdamse denker centraal, dit keer focussend op de moeilijkheden rond de oprichting van het Collegium Trilingue en met Rescius als vertellende instantie. Die keuze is in wezen ambigu: waar hij in zijn eerste Erasmus-roman volop aandacht kon besteden aan de psychologische profilering van zijn hoofdpersonage (en vooral dan in diens relatie met zijn dienaar Hovius), blijft die thans enigszins achterwege. Rutger Rescius fungeert misschien iets te nadrukkelijk als spreekbuis van de auteur waar het de spanningen betreft die in de eerste decennia van de zestiende eeuw humanisten en de eerbiedwaardige Alma Mater in diametraal tegenover elkaar gestelde kampen dreigden te verdelen. Slechts bij mondjesmaat vernemen we wat Rescius echt voor ogen heeft: hij wil hogerop – getuige zijn ambitie om echt als ‘graecist’ aan de bak te komen - , maar wat zijn persoonlijk (lees: familiaal) leven aangaat, blijft het bij terloops genoteerde opmerkingen. Ik denk hier aan zijn relatie met Anna (met wie hij, zoals aangestipt in het nawoord, later zal huwen).

 

Mooiste bladzijden

 

Iets verder gaat Tulkens wanneer hij de vriendschapsband tussen Rutger en Nicolaes (‘Klaas’) Cleynaerts beschrijft. Tot de mooiste bladzijden uit de roman behoren die waarin wordt beschreven hoe Cleynaerts zich ertoe leent op te treden als ‘spion’ en medestander van de theologen die Erasmus blijvend dwarsbomen, in ruil voor een postje dat hem als pastor van het Diestse begijnhof wordt beloofd. Betekenisvol hier zijn de woorden van Driedo, een van Rutgers vrienden: "Als er iets is wat ik in Leuven heb geleerd, dan is het wel dat je vriendschappen en overtuigingen uit elkaar

moet houden." (p. 192)

 

Debatten

 

Dat ‘Wentelsteen’ een krachtige roman is geworden, is in de eerste plaats toe te schrijven aan de vlotheid waarmee Joris Tulkens de debatten in kaart brengt die gevoerd worden tussen Erasmus en de ‘overheden’ (lees: de theologen die hoe dan ook hun ‘waarheid’ willen opdringen, daarin bijgestaan door de professoren van de ‘artes’ die aan het Collegium studenten dreigen te verliezen). Wat vaak neerkomt op juridische haarkloverij en uit de lucht gegrepen kerkelijke dogma’s (het primaat van de Vulgaat als Bijbelvertaling), wordt in spitse dialogen en twistgesprekken opgevoerd. Tussen dat alles door komt de figuur van Erasmus volop in het daglicht te staan: "Een mens vraagt zich af waar Erasmus de moed vandaan haalt om dat allemaal over zich heen te laten gaan: de verdachtmakingen, de vijandschappen, de incidenten, de voortdurende bedreiging vanuit theologische hoek, de zorg om het bezet houden van de drie leerstoelen, het verlies van vrienden, de aanvallen vanaf de kansels, het gebedel om steun van hovelingen en kerkelijke autoriteiten." (p. 229)

 

Hoofddoel

 

Zoals Rescius het ziet en samenvat: "Zijn hoofddoel is de vernieuwing van de kerk. Hij wil het christendom centreren op het voorbeeld van Christus en de triomferende kerk laten evolueren naar een dienende." (p.86) Tegen zowat alles en iedereen in zet Erasmus door: zijn collegium is er in de eerste plaats op gericht via de studie van de drie talen het evangelie in zijn authenticiteit te laten herleven. Dat zijn tegenstanders de grove middelen niet schuwen, wordt in ‘Wentelsteen’ ten voeten uit verwoord: van beschuldigingen als zou hij zelf de hand hebben gehad in de dood van Busleyden tot en met de pogingen hem als aanhanger van Luther te laten veroordelen. En dat de boekverbrandingen hier al komen meespelen, doet uiteraard denken aan wat vijf eeuwen later zal gebeuren: "De boekverbranding, de eerste in de Lage Landen, wordt het begin van een ketterjacht die de komende jaren ongehoorde proporties zal aannemen. Wantrouwen, haat en onverdraagzaamheid schieten wortel in de Brabantse bodem en genereren een christelijk geloof dat de liefde afzweert, de angst in het vaandel voert en onnoemelijk veel menselijk leed veroorzaakt. Wat uiteraard blijft het niet bij het vernietigen van wat gedrukt papier: na de boeken komen de schrijvers zelf aan de beurt." (p. 283)

 

De geschiedenis overbrugd

 

Van 1517, het jaar van het Busleyden-testament, tot 2017: Joris Tulkens heeft het goede moment weten te kiezen om zijn ‘Wentelsteen’ te publiceren. Wat ooit het befaamde ‘Collegium Trilingue’ was, krijgt hier de aandacht die het verdient. In zijn nawoord wijst Tulkens erop dat het instituut de fundamenten heeft gelegd voor het wetenschappelijk onderzoek dat gebaseerd is op een kritische houding tegenover het gezag van illustere voorgangers, persoonlijk onderzoek van overgeleverde teksten en terugkeer naar de bronnen. Het college blijft bestaan tot in 1797, het moment waarop het, samen met de hele universiteit, door de Franse bezetter wordt gesloten. Het is nadien nooit meer heropend. Nu is de benedenverdieping tot restaurant omgebouwd, de rest werd ingericht als woonruimte. Erasmus had het moeten meemaken…

 

Joris Tulkens, ‘Wentelsteen – Erasmus en de moeizame geboorte van het Collegium Trilingue’, Antwerpen, Davidsfonds/ WPG-uitgevers, 2017, 320 pagina's.

 

Jooris Van Hulle

Lid afdeling Houtland




Terug naar overzicht »