De klaproos en Vlaamse WOI-literatuur in Haspengouw

Het gedicht 'In Flanders Fields the poppies blow' werd op 8 december 1915 geschreven door de Canadese legerarts John McCrae naar aanleiding van de dood van een strijdmakker. Hij was er niet tevreden over en gooide het weg. Gelukkig werd het opgeraapt. De rest is geschiedenis: de klaproos groeide uit tot hét symbool van de Eerste Wereldoorlog. Tom Lanoye stond in voor een uitstekende vertaling. Maar waarom een Engelstalig gedicht? Hadden wij dan niets? Dat is de vraag die hoofddocent Elke Brems (KU Leuven) zich stelde tijdens haar lezing in de afdeling Haspengouw.

Elke Brems is verbonden aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven en is hoofd van het Departement Vertaalwetenschap. Haar onderzoek focust vooral op de manier waarop de Nederlandse literatuur en cultuur in contact staan met andere literaturen en culturen, onder meer via vertaling en bewerking zoals verfilming. Dat onderzoek draait rond het concept 'culturele transfer': hoe interageren culturen met elkaar, wat nemen ze van elkaar over en wat niet?

MEMEX

Elke Brems doet ook onderzoek naar literatuur en cultuur in Belgisch verband. Daaruit ontstond het door de Belgische overheid gefinancierde project MEMEX (Memory and Experience of the First World War in Belgium), een samenwerking van onder andere de universiteiten van Gent, Louvain-la-Neuve, de ULB en het federale Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij CegeSoma. Het is een interdisciplinair project: psychologen, historici, politicologen en literatuurwetenschappers onderzoeken ons collectief geheugen met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog. De lezing van Elke Brems in Haspengouw komt voort uit dat project.

Loopgravenoorlog

De Eerste Wereldoorlog manifesteerde zich in België vier lange jaren voornamelijk als een loopgravenoorlog achter de IJzer en het onder water gezette gebied. De frontlijn liep dwars door Vlaamse velden en ontelbare slachtoffers vonden er hun laatste rustplaats. Tijdens de herdenkingsperiode 2014-2018 bezochten niet minder dan drie miljoen bezoekers de Westhoek, een half miljoen meer dan gepland. In 2018 waren onze landgenoten goed voor 50% van die bezoekers. De andere helft waren voornamelijk Britten (36%), Nederlanders (9%), Amerikanen, Canadezen, Australiërs, Fransen, Duitsers, Ieren en Nieuw-Zeelanders. Zowel Queen Elizabeth als de Amerikaanse president Obama namen deel aan de herdenkingsplechtigheden.

Contemporaine Vlaamse literatuur

Terug naar het gedicht 'In Flanders fields the poppies blow' (het gedicht zelf staat onderaan dit artikel). Was er nu echt geen contemporaine Vlaamse literatuur over de Eerste Wereldoorlog die het symbool voor die oorlog had kunnen zijn? De Vlaamse schrijvers Stefan Hertmans, Tom Lanoye en Erwin Mortier lijken die these te bevestigen. Niets is echter minder waar, stelde Elke Brems. Men moet alleen de moeite doen om die oorlogsliteratuur op te sporen en te herontdekken.

- Op het vlak van poëzie getuigde Daniël Felix Boens (1893-1977) van een overdaad aan oorlogspoëzie ('Wie bevrijdt ons van oorlogspoëzie?'), maar hij deed zelf met niet minder dan drie poëziebundels (onder andere 'Van Glorie en Lijden: Sonnetten uit de Loopgraven aan den Yser' - 1917) meer dan zijn spreekwoordelijke duit in het zakje.

- Paul Van Ostaijen (1896-1928) koos voor zijn bundel 'Bezette Stad' (1921 - over de Duitse bezetting van Antwerpen) radicaal voor de modernistische vorm. Mede daardoor heeft zijn poëzie veel beter de tand des tijds doorstaan.

Op het vlak van proza passeren praktisch alle bekende Vlaamse auteurs van destijds de revue. Allen blijken een of meerdere werken aan de Grote Oorlog gewijd te hebben:

- Virginie Loveling (1836-1923) was al 78 toen WOI uitbrak. De hele oorlog lang hield zij een dagboek bij over het leven onder de Duitse bezetting. Onder de titel 'In Oorlogsnood' verscheen dit dagboek in 1999 voor het eerst in een integrale editie en behoort nu tot haar bekendste werk.

- Cyriel Buysse (1859-1932) publiceerde tijdens WOI twee bundels met verhalend proza. 'Oorlogsvisioenen' (1915) beschrijft de oorlogservaring vanuit het standpunt van de burgerbevolking en de soldaat. 'Van Een Verloren Zomer' (1917) is een gedocumenteerde getuigenis van de tocht die de auteur ondernam naar het front (via Engeland want hij verbleef destijds in Nederland). Op een van die tochten, in 1916, bezocht hij een begraafplaats nabij Adinkerke en werd hij getroffen door het lot van Marokkanen en Senegalezen die via de kolonisering betrokken raakten bij een oorlog die niet de hunne was. Buysse tekende op: "Wie zal ooit knielen bij het graf van Mohammed en Ibrahim, vergeten in de Vlaamse grond?" Uit onderzoek blijkt dat er tenminste 750.000 niet-blanken aan het Westelijk Front vochten. Dominiek Dendooven wijdde recent een boek aan het fenomeen: 'De Vergeten Soldaten van de Eerste Wereldoorlog' (2019). Het gaat over de 140.000 soldaten uit China en even zoveel uit India die in de Vlaamse loopgraven meevochten onder Frans en respectievelijk Brits bevel.

- Stijn Streuvels (1871-1969) hield tijdens de oorlog een dagboek bij 'In Oorlogstijd'. In een aantal passages van het eerste deel over het jaar 1914 gaat zijn sympathie uit naar de mens bij sommige Duitsers. Fragmenten werden gepubliceerd in activistische bladen en kranten, zelfs in Duitse. Dit alles werd hem erg kwalijk genomen.

- Ernest Claes (1885-1968) werd gemobiliseerd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en ingezet bij de verdediging van de Maasforten. Tijdens de Slag om Namen op 24 augustus 1914 werd hij ernstig gewond en als krijgsgevangene naar Erfurt (Duitsland) getransporteerd. Op 24 januari 1915 werd hij vrijgelaten. Hij pende zijn herinneringen aan oorlog, ziekte, gruwel en krijgsgevangenschap neer in 'Namen', 'Bei Uns in Deutschland' en 'Oorlogsnovellen' (alle gepubliceerd in 1919).

- Karel Van de Woestijne (1878-1929) verbleef tijdens de oorlog in Brussel en was correspondent voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waarvoor hij enkele rubrieken verzorgde. De bijdragen vanaf het uitbreken van de oorlog werden verzameld in 'Oorlogsdagboek'.

- Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948) verbleef gedurende de Eerste Wereldoorlog in De Panne. Zij spande zich in om het cultureel leven in oorlogstijd in stand te houden. Haar woning groeide uit tot een ontmoetingsplaats van soldaten, brancardiers, priesters, studenten, politici, letterkundigen en kunstenaars die achter het front verbleven. Zij richtte een kunstkring op en organiseerde er verschillende tentoonstellingen. Zij was de oprichtster van de frontsoldatenkrant 'De Belgische Standaard'. Zij ondersteunde moreel en materieel tal van Vlaamse initiatieven. In 1920 publiceerde zij haar memoires waarin zij terugblikt op WOI en de personen die zij in De Panne had leren kennen: 'De Vier Wondere Jaren'. Haar magnum opus 'Gestalten in het Verleden' (1938) gaat eveneens over haar belevenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

- Cyriel Verschaeve (1874-1949) was in 1914 onderpastoor in Alveringem, een dorp vlak achter het IJzerfront. Over de Eerste Wereldoorlog schreef hij 'Oorlogsindrukken'. In 'Kort begrip van de Vlaamse beweging' (1917) wierp hij zich op als verdediger van het activisme, dat collaboreerde met de Duitse bezetter. Het bekende vers 'Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op den oogst O Vlaanderland' is van zijn hand en kwam ook voor op de eerste IJzertoren.

Er bestaat ook hedendaagse Vlaamse WOI-literatuur. De spreekster haalde bij wijze van voorbeeld enkele romans aan:

- Stefan Brijs: 'Post voor Mevrouw Bromley' (2011)
- Annelies Beck: 'Over het Kanaal' (2011)
- Erwin Mortier: 'Godenslaap' (2008) en 'De Spiegelingen' (2014)
- Stefan Hertmans: 'Oorlog en Terpentijn' (2013)

Leesplezier

Elke Brems eindigde met de vaststelling dat de (herinnerings-)beweging goed op gang gekomen lijkt en dat er heel veel te lezen valt over WOI. Zij wenste ons veel leesplezier. Verschillende leden van de afdeling toonden dat ze al begonnen waren met lezen en vulden de spreekster aan:

- Raymond Brulez (1895-1972) was een vrijzinnig schrijver. Zijn belangrijkste werk is het autobiografisch gekleurde 'Mijn Woningen' (1950-1954), waarin WOI uitvoerig aan bod komt. Volgens Benno Bernard in Café des Arts (1998) gaat het om 'het belangrijkste, betrouwbaarste en ontroerendste ooggetuigenverslag van de eerste helft van de twintigste eeuw in Vlaanderen dat er bestaat'.

- Max Deauville (1881-1966) was een Franstalige schrijver. Hij nam als bataljonsarts deel aan de terugtrekking van het Belgisch leger. Tot november 1915 bevond hij zich in de eerste linies. Zijn relaas over die periode verscheen in 1917: 'Jusqu’ à l’ Yser'. In 1922 volgde 'La Boue des Flandres'.

- August Cuppens van Loksbergen (1862-1924) was pastoor en schrijver. Eind 1914 schreef hij een achttienstrofig gedicht over 'De Slag der Zilveren Helmen bij Haelen, 12 Oogst 1914', een soort kroniek van de veldslag.

 

In Flanders fields

In Flanders fields the poppies blow

Between the crosses, row on row

That mark our place; and in the sky

The larks, still bravely singing, fly

Scarce heard amid the guns below.
 

We are the Dead. Short days ago

We lived, felt dawn, saw sunset glow,

Loved, and were loved, and now we lie

In Flanders fields.
 

Take up our quarrel with the foe:

To you from failing hands we throw

The torch; be yours to hold it high.

If ye break faith with us who die

We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.
 

John McCrae

 

 

Ter afsluiting de vertaling en bewerking van Tom Lanoye:

 

In Vlaamse velden
 

In Vlaamse velden klappen rozen open

Tussen witte kruisjes, rij op rij,

Die onze plaats hier merken, wijl in ’t zwerk

De leeuweriken fluitend werken, onverhoord

Verstomd door het gebulder op de grond
 

Wij zijn de doden. Zo-even leefden wij.

Wij dronken dauw. De zon zagen wij zakken.

Wij kusten en werden gekust. Nu rusten wij

In Vlaamse velden voor de Vlaamse kust.
 

Toe: trekt gij ons krakeel aan met de vijand.

Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.

Houd hem hoog. Weest gíj de helden. Laat de doden

Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch

Vrede - ook al klappen zoveel rozen open

In zovele Vlaamse velden.
 

Tom Lanoye

 

Fotoreportage: