Marta Kostelecka tijdens haar lezing in de afdeling Heerlen
1
Neerlandistiek in Tsjechië en in Centraal-Europa
Marta Kostelecká (Masaryk Universiteit, Brno)
Annotatie:
De studierichting Nederlandse taal en literatuur, zoals die aan de Tsjechische universiteiten
heet, is gezien het aantal ingeschreven studenten heel populair. Deze opleiding kunnen
studenten in drie Tsjechische steden volgen, namelijk in Olomouc, Brno en in Praag.
In deze lezing wil ik graag aandacht besteden aan twee van deze universiteiten die ik
persoonlijk als student en als docent goed ken.
Ten eerste gaat mijn aandacht uit naar mijn alma mater waar ik Nederlandse filologie heb
gestudeerd - de vakgroep Nederlands in Olomouc. Ik zal haar curriculum waarvan Zakelijk
Nederlands een vast onderdeel is onder de loep nemen en verder een woordje uitleg geven
over haar geschiedenis en wetenschappelijk werk.
Ten tweede wil ik graag over de sectie Nederlands aan de Masaryk Universiteit in Brno
praten, waar ik tegenwoordig als docente werkzaam ben.
Ik zal onze studierichtingen voorstellen, de zwaartepunten van ons onderwijs en onderzoek
bespreken en ook iets vertellen over onze recente en huidige activiteiten en over de plannen
van onze sectie. Verder zal ik het ook hebben over onze studenten en hun motivatie om
Nederlands te studeren, en over hun verwachtingen en perspectieven.
Tot slot wil ik kort ingaan op het werk, onderzoek en belang van de neerlandistiek in
Centraal-Europa.
Geachte dames en heren, leden van de Orde van den Prince,
Graag wil ik beginnen met een dankbetuiging. Dank u wel dat u me voor deze lezing hebt
uitgenodigd en dat ik hier in Limburg kan verblijven en kennis kan maken met u, leden van de
Orde van den Prince. Het is voor mij en voor de vakgroep die ik hier vertegenwoordig een
grote eer en een groot plezier. Mijn dank gaat ook uit naar de heer Jos Wilmots, die
regelmatig gastcolleges over zakelijk Nederlands en de Vlaamse cultuur komt geven in Brno
en Olomouc en die de eerste stappen zette om deze lezing en mijn verblijf in Limburg op
touw te zetten.
Dank u wel.
In deze lezing geef ik een overzicht van de neerlandistiek aan Tsjechische universiteiten en
vertel ik iets meer over de geschiedenis van de studierichting Nederlands in Tsjechië. Verder
ga ik in op de vraag wie precies de mensen zijn die Nederlands gaan studeren, wat hun
verwachtingen zijn, wensen en perspectieven. In mijn verhaal staan dus niet alleen de
docenten en onderzoekers, maar ook de studenten centraal.
2
In het bijzonder neem ik twee universiteiten onder de loep: de vakgroep Nederlands aan de
Palacký Universiteit in Olomouc, waar ik de masterstudie Nederlandse taal en literatuur heb
gestudeerd en waar Jos Wilmots aan verbonden is, en de Masayrk universiteit in Brno, waar
de sectie neerlandisitiek een onderdeel is van het Instituut voor Germanistiek, Nordistiek en
Neerlandistiek. Sedert 2005 ben ik daar verbonden als promovenda en sedert 2008 ben ik
tevens hoofd van de sectie in Brno. Het verhaal zou onvolledig zijn als ik onze
zustervakgroepen in de regio niet zou noemen. Daarom situeer ik de Tsjechische
neerlandistiek graag in haar Centraal-Europese context.
0 Waarom Nederlands?
Elke student Nederlands wordt op zijn tijd wel eens geconfronteerd met de vraag: waarom
studeer je Nederlands? Niet zelden gaat deze vraag vergezeld met opmerkingen als: “dat land
zal toch binnenkort onder water staan en dan heb je geen baan, toch?” Of men hoort ook vaak:
Nederlands? Hehe, dus je gaat lekker “knorren”? Hierbij hoort een kleine verklaring. De
Tsjechische oren nemen het Nederlands waar als een taal waar veel ch/g-achtige klanken in
voorkomen. In het Tsjechisch hebben we daar een klanknabootsend werkwoord voor –
chrochtat dat aan de klank van de Nederlandse taal doet denken - knorren is daar de
Nederlandse vertaling voor. Verder associëren Tsjechen het Nederlands en de Lage Landen
met molens, klompen, tulpen en coffeeshops en soms ook met pralinetjes en... bier. Wegens
de samenwerking van Tsjechische bierbrouwerijen met de Belgische/Nederlandse zijn sedert
enkele jaren biermerken als Stella Artois, Leffe, Heineken en Hoegaarden algemeen
verkrijgbaar. In Brno proberen mijn collega en ik de obers er telkens weer van te overtuigen
dat je weldegelijk [huchardn] zegt en niet [hoegardn].
Ja, maar waarom dus Nederlands studeren? Vaak luidt het antwoord dat Nederlandse of
Vlaamse vrienden of kennissen aan de basis liggen van die keuze. Of vriendjes en
vriendinnetjes natuurlijk. Bij anderen wekte een baantje in de Lage Landen of bij een
Nederlands of Vlaams bedrijf de interesse voor de taal, of juist het perspectief op een job bij
zo‘n bedrijf. Af en toe hoort men ook dat de student het Nederlands kiest omdat hij
vertaler/tolk wil worden en b.v. naar een taalcombinatie zoekt waarvan een van de talen wat
minder voorkomt. Het Nederlands lijkt dan voor studenten die al Engels en Duits beheersen
een aantrekkelijke optie. Jammer genoeg zijn er ook studenten die met de studie Nederlands
beginnen omdat de eisen voor het toelatingsexamen in vergelijking met andere vakken zoals
het Engels wat minder zwaar zijn. Dat horen we natuurlijk niet graag als docenten, maar zulke
studenten zijn er ook. Kennis van het Nederlands kunnen we immers nog niet veronderstellen
3
bij zo’n toelatingsexamen, en over meer dan een basiskennis van de Nederlandse en Vlaamse
geschiedenis, cultuur, geografie en literatuur en vertaling hoeven de studenten nog niet te
beschikken. Maar gelukkig zijn er ook studenten die om de een of andere reden, soms zonder
echt zelf te weten waarom, simpelweg heel erg geïnteresseerd zijn in de Nederlandse taal en
cultuur.
De redenen om met de studie Nederlands te beginnen lopen dus uiteen, en het Nederlands is
in vergelijking met andere middelgrote talen een vrij populaire studierichting in Tsjechië met
tegenwoordig ongeveer 160 studenten en met een lange traditie bij ons en in Centraal-Europa.
Er zijn twee belangrijke organisaties die het verspreiden en bevorderen van het Nederlands in
de wereld ondersteunen, namelijk IVN – de Internationale vereniging voor Neerlandistiek,
waarvan vrijwel alle buitenlandse docenten lid zijn en de Nederlandse taalunie (NTU). De
eerstgenoemde organisatie viert dit jaar haar veertigjarig bestaan. Vorig jaar op het
colloquium Neerlandicum in Utrecht heeft deze organisatie een filmpje laten zien van alle
plaatsen waar het Nederlands op universitair niveau gedoceerd wordt en de resultaten zijn
indrukwekkend: ruim 200 instituten in meer dan 40 landen met circa 600 - 700 docenten en
circa 20.000 studenten.1 Op de website van de Nederlandse taalunie, die dit jaar haar
dertigjarig bestaan viert, lezen we dat het Nederlands in de Europese unie op de achtste plaats
genoteerd staat qua aantal moedertaalsprekers. De niet-moedertaalsprekers werden daar niet
bijgeteld maar gezien de aantallen studenten buiten de Lage landen kan men zelf een schatting
doen. Op dezelfde website van de NTU, en hierbij kom ik aan het eind van mijn inleiding,
staat dat het Nederlands zich dankzij deze cijfers tot de wereldtalen mag rekenen. En dit is
beslist een goede reden om deze taal te gaan studeren, lijkt mij.
1. Het Nederlands in Centraal-Europa
De neerlandistiek in Centraal-Europa2 heeft een vrij lange traditie en behoort tot de sterkste en
meest stabiele in de wereld. Er kan wel bij gezegd worden dat de neerlandistische traditie bij
een aantal universiteiten één of twee keer afgebroken werd, tijdens de Tweede Wereldoorlog
en/of tijdens het communisme. De echte bloei van de neerlandistiek in deze regio begon pas
na de omwenteling - dat wil zeggen dat met name tijdens de jaren negentig en later de
neerlandistiek in Centraal-Europa bepalend begon te worden.
1 Gegevens ontleend aan: http://www.ivnnl.com/ en
http://taalunieversum.org/taal/feiten_en_weetjes/#wereldwijd
2 Deze regio heette vroeger Midden- en Oost- Europa maar tegenwoordig wordt deze term niet meer gebruikt
4
Ik ga hier een aantal vakgroepen even in vogelvlucht benoemen met als doel u te laten zien
wat voor thema´s er in Centraal-Europa behandeld worden en hoe de vakgroepen met elkaar
verbonden zijn.
Eén van de oudste departementen en één van de op dit ogenblik grootste en vanaf het jaar
1990 zelfstandige vakgroep is in de Poolse stad Wroc?aw gevestigd. In Centraal-Europa
behoort deze vakgroep, die zijn oorsprong reeds in de negentiende eeuw vond, tot de
wetenschappelijk volwassen vakgroepen met het grootste aantal medewerkers. Het onderzoek
aan deze vakgroep spitst zich zowel toe op de taal- als op de letterkunde en we kunnen zeggen
dat deze vakgroep ongeveer van de jaren 70 bezig is om haar eigen studiemateriaal te
ontwikkelen, vaak op contrastieve basis – grammaticaboeken, contrastieve fonetiek van het
Pools en van het Nederlands, woordenboeken en dergelijke. Hierbij noem ik de hoogleraren
Norbert Morciniec en Stanis?av Pr?dota. Beide deze mannen zijn dus grondleggers van de
taalkundige (neerlandistische) traditie in Wroc?aw, een traditie die in de Poolse taalkunde nog
steeds heerst – de contrastieve aanpak van de materie.
Daarnaast bestaat aan deze vakgroep een lange literaire traditie. Het voormalige hoofd Stefan
Kiedro? is de grondlegger van de traditie van het bestuderen van oudere Nederlandstalige
literatuur en daarnaast wordt aan deze vakgroep onderzoek gedaan naar hedendaagse
literatuur, Afrikaanse literatuur en kinder- en jeugdliteratuur. Namen van onderzoekers die
hier niet onvermeld mogen blijven, zijn Jerzy Koch, Barbara Kalla, Bo?ena Czarnecka en
Ursuzla Topolska.3 Eén van de leden van deze vakgroep, de hoogleraar Stefan Kiedro? is
tevens hoogleraar aan de Palacký Universiteit te Olomouc, waarvan nog sprake zal zijn, en
komt daar regelmatig lezingen over oude Nederlandse literatuur geven en is tevens lid van de
masterexamencommissie.
Binnen de Poolse neerlandistiek moet ik zeker nog het Departement van de Nederlandse en
Zuid-Afrikaanse studie noemen die onder leiding van de eerdergenoemde hoogleraar Jerzy
Koch in Pozna? gevestigd is. Vorig jaar werd de prestigieuze ANV – Visser-Neerlandia prijs
aan hem toegkend voor zijn inbreng in de ontwikkeling van de neerlandistiek in Polen. Zoals
de naam van de vakgroep al zegt, is dit departement gespecialiseerd in Zuid-Afrikaanse
studies en letterkunde. Bovendien wordt in Pozna? Werkwinkel uitgegeven, een
wetenschappelijk tijdschrift dat onder meer een forum biedt aan publicaties over Zuid-
Afrikaanse literatuur. Wij, de deelnemers aan het project DCC - waarover later nog sprake
3 Gegevens deels ontleend aan het artikel van Wilken Engelbrecht: “Klein en toch groot. Een beknopte
geschiedenis van de neerlandistiek in Polen, Tsjechië en Slowakije.” – zie literatuurlijst
5
zal zijn, hier vermeld ik even, dat het een studierichting is, hopen dat deze vakgroep
binnenkort toetreedt tot onze groep. Andere Poolse vakgroepen laat ik even buiten
beschouwing.
Belangrijk literair onderzoek wordt onder leiding van Judit Gera, het vakgroepshoofd gedaan
aan de ELTE in de Hongaarse stad Boedapest, waar de neerlandistiek sedert jaren 60 bestaat.
Het plan van één van de medewerkers, dr. Orsolya Réthelyi is om een Centraal-Europees
centrum voor het onderzoek naar oude literatuur aan deze universiteit op te richten. Daarnaast
is het ook mogelijk om het Nederlands in Hongarije aan de KGRE in Boedapest te studeren
en aan de Universiteit in Debrecen.
De laaste vakgroep die ik noem is de neerlandistiek in Wenen, die onderdeel is van het
Instituut voor vergelijkende taal- en literatuurwetenschap aan de Universiteit Wenen. Deze
vakgroep bestaat sinds 1992 en sinds 1997 is het daar mogelijk om het Nederlands als
hoofdvak te studeren. De leider van deze vakgroep is de literatuurwetenschapper en
hoogleraar Herbert Van Uffelen, afkomstig uit Vlaanderen. De heer Van Uffelen is tevens lid
van de examencommissie bij onze vakgroep in Brno.
“Het voornaamste onderzoeksterrein van de Weense neerlandistiek is de literatuurwetenschap,
lezen we op de website van de vakgroep. Er wordt onderzoek gedaan naar receptie, invloed,
identiteit en grenzen van de Nederlandstalige literatuur in Europese context.”4 Daarnaast
wordt onderwijsmateriaal ontwikkeld en bovendien participeert deze vakgroep aan
belangrijkse Centraal-Europese projecten.
Herbert Van Uffelen heeft in 1997 op een congres getiteld 50 jaar neerlandistiek in Moravië
dat deels in Brno en deels in Olomouc gehouden werd, de toekomst van de Centraal-Europese
neerlandistiek als volgt samengevat: „De toekomst van de neerlandistiek in Midden- en Oost-
Europa ligt volgens mij in een eigen profiel. Ik denk niet dat wij ons blind moeten staren op
de niet haalbare voorbeelden in het Nederlandse taalgebied. We moeten gewoon streven naar
een curriculum dat beantwoordt aan de behoeften van de studenten uit onze regio. Uiteraard
moeten wij een degelijke academische opleiding bieden op het terrein van de neerlandistiek,
maar tegelijkertijd moeten wij proberen de studie in een breed intercultureel en indien
mogelijk ook interdisciplinair georiënteerd perspectief te plaatsen. [...] Als we er in Middenen
Oost- Europa inderdaad in slagen tot intensieve samenwerking te komen, als wij samen
4 De gegevens zijn ontleend aan de website van de Neerlandistiek in Wenen:
https://neva.ned.univie.ac.at/node/125
6
werken aan de opbouw van verschillende specialisaties in de afzonderlijke instituten, [...] als
wij ons wel degelijk bewust zijn van het feit dat de neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa
vooral wat betreft interculturele en interdisciplinaire thema´s heel wat te bieden heeft, [...] dan
is de toekomst van de neerlandistiek in deze regio, zo lijkt mij, verzekerd.“ (Van Uffelen:
1997: 47-8).
We zijn op dit moment ruim 10 jaar verder en we kunnen concluderen dat de huidige
neerlandistiek in Centraal-Europa erin is geslaagd om haar eigen imago op te bouwen zoals,
hoop ik, uit de schets van een aantal vakgroepen blijkt.
Herbert Van Uffelen heeft zijn idee uit 1997 nog verder ontwikkeld en uitgebreid. Vanaf 2005
kwam er een nauwe samenwerking van de vakroepen Nederlands aan de universiteiten in
Debrecen, KGRE Boedapest, de Slowaakse Komenský universiteit in Bratislava, Wroc?aw,
Brno en Olomouc en de leider van het project – Universiteit Wenen met als doel de opbouw
van een interdisciplinaire en interculturele bachelorstudie met de naam Dutch Language,
Literature and Culture in a Central European Context, kortweg DCC.
Deelnemende studenten leren naast het Nederlands ook een van de talen van de partners van
het project en een sterk element in deze studierichting zijn de e-learningcursussen die door elk
van de partners zijn ontwikkeld volgens de specialisaties van de vakgroepsleden. Naast de
interculturele aanpak van literatuur kunnen studenten cursussen volgen die gewijd zijn aan de
juridische en Europese terminologie, translatologie, zakelijk Nederlands, literatuur, taalkunde
maar ook praktische taalvaardigheid wordt aangeboden.
Een verplicht onderdeel van de studierichting is voorts een stage van minimaal één semester
aan een partneruniversiteit. De afgestudeerden zijn dan enerszijds voorbereid op een
masterstudie Nederlands en anderzijds zijn ze klaar voor de Centraal-Europese arbeidsmarkt.
De eerste afgestudeerden kwamen er dit jaar in Wenen.
In Olomouc werd de studie voor het eerst in 2008 geopend en in Brno in 2009, dus concrete
resultaten met betrekking tot dit nieuwe studieprogramma kan ik u vooralsnog niet medelen.
Hoewel de neerlandistiek in Centraal-Europa bij wijze van spreken groeit en bloeit, is het nu
met de crisis echter minder vanzelfsprekend om grote projecten als DCC te financiëren.
Hoewel sommige vakgroepen het moeilijker krijgen, blijkt de neerlandistiek in de regio
gelukkig sterk genoeg om het hoofd boven water te houden. Dat is onder meer te danken aan
de nauwe samenwerking tussen de verschillende vakgroepen.
Met de DCC-partners werken Brno en Olomouc nauw samen, met de andere, de niet-DCC
partners werken we samen in het kader van de vereninging Comenius. Deze vereniging werd
in 1996 in Brno gesticht en ondersteunt het verspreiden en bevorderen van het Nederlands in
7
Centraal-Europa. Zij houdt zich onder meer bezig met het ondersteunen van de organisatie in
taalcursussen in Centraal-Europa, de zgn. Do-Ha colloquia – doctorandi- habillitandi
colloquia en het ondersteunen van publicaties.5
2. De neerlandistiek in Tsjechië6
Laten we dan nu even stilstaan bij de neerlandistiek in Tsjechië.
Studenten kunnen het Nederlands op maar liefst drie plaatsen studeren, aan de
Karelsuniversiteit in de hoofstad Praag, waar de oudste neerlandistiek is gevestigd, aan de
Palacký Universiteit te Olomouc, waar de enige zelfstandige vakgroep is en aan de Masaryk
Universiteit in de jaarbeursstad Brno.
De neerlandistiek in Praag is na die van Wroc?aw de tweede oudste in Centraal Europa waar
met uitzondering van de Tweede wereldoorlog onafgebroken Nederlands gegeven wordt. Het
historische begin van de neerlandistiek dateert in 1918 toen er in Praag een lectoraat
Nederlands bij het Polytechnisch instituut kwam wiens grondlegger František Kalda was die
in 1921 is gehabiliteerd en vervolgens aan de vakgroep germanistiek aan de slag ging. Kalda
had tevens een baan aan de Comenius universiteit in Bratilsava en wordt dus ook als de
grondlegger van de Slowaakse neerlandistiek beschouwd. Hij was taalkundige en dat is niet
zo verwonderlijk. Rond het jaar 1926 vormde er zich immers een taalkundige vereniging in
Praag, de zgn. Praagse school of Praagse Linguïstische kring, een kring invloedrijke
taalkundigen die door de structuralistische ideeën van de Zwitserse taalkundige Ferdinand de
Saussure werden geïnspireerd en die verder hebben uitgewerkt tot wat het functioneel
structuralisme wordt genoemd. Vooral het werk op het gebied van fonologie – het
klanksysteem van de taal onder leiding van Nikolaj Trubeckoj werd wereldberoemd en werk
op het gebied van morfologie – de woordleer. Trubeckoj en zijn collega´s presenteerden hun
visie op fonetiek en fonologie al in 1932 aan het eerste fonetische congres in Amsterdam.
Jammer genoeg werd de verdere ontwikkeling van de taalkunde gestopt door de Tweede
Wereldoorlog en daarna door het communisme. Pas na 1989 kon het werk weer hervat
worden.
De opvolgers van Kalda en tevens de mensen die de richting van de neerlandistiek in- Praag
voor een lange tijd hebben bepaald en beïnvloed, waren de hoogleraar P?emysl Janota (1926 –
2008) die twee jaar geleden is overleden, de taalkundige, foneticus, die in Amsterdam
5 Gegevens gedeeltelijk ontleend aan: https://comenius.ned.univie.ac.at/node/11153
6 Gegevens deels ontleend aan het artikel van Wilken Engelbrecht “Klein en toch groot. Een beknopte
geschiedenis van de neerlandistiek in Polen, Tsjechië en Slowakije.” – zie literatuurlijst
8
studeerde en met een proefschrift over spraakherkenning in Praag promoveerde. Samen met
mevrouw Olga Krijtová is hij erin geslaagd om de neerlandistiek in 1968 als een vijfjarige
masterstudie binnen het Instituut voor germaanse studies op te zetten met als zwaartepunten
fonetiek, literatuur en vertaalkunde. Hierbij wil ik graag even stilstaan bij de verdiensten van
mevrouw Olga Krijtová. Zij is de bekendste Tsjechische vertaalster die een groot aantal
belangrijke Nederlandse auteurs naar het Tsjechisch heeft vertaald, zoals Harry Mulisch en
Hugo Claus, voor wiens vertaling van de Geruchten ze in 2006 de vertaalprijs Magnesia
Litera heeft gekregen en in 2007 de prijs van het Nederlands Literair- en Productiefonds.
Verder kennen de Tsjechen dankzij haar o.a. Jan Wolkers, Louis Couperus, Willem Elsschot
en vele andere auteurs. Ze is ook auteur van het eerste leerboek van het Nederlands voor
Tsjechen – U?ebnice nizozemštiny (Leerboek Nederlands), en een overzichtsgeschiedenis van
de Nederlandstalige literatuur en een leerboek vertalen. De fakkel van de vertaaltraditie werd
in Tsjechië door twee van haar studenten overgenomen, namelijk Veronika ter Harmsel
Havlíková en Jana Pellarová. Het huidige onderzoek in Praag richt zich vooral op de
fraseologie. Het hoofd van de vakgroep is sinds 1993 mevrouw Zdenka Hrn?í?ová, die
medeauteur is van het Nederlands-Tsjechisch woordenboek.
Deze vakgroep biedt haar studie om het jaar aan en de studenten kunnen kiezen voor de
bachelor- en masterstudie Nederlandse taal en literatuur die respectievelijk 3 en 2 jaar duurt.
Vervolgens is het mogelijk om in Praag te promoveren.
3. Olomouc en Brno – een persoonlijke ervaring
In mijn studentenleven en professionele leven heb ik twee vakgroepen persoonlijk leren
kennen. In 1999 begon ik Nederlandse en Engelse filologie aan de Palacký Unviersiteit in
Olomouc te studeren. Twee jaar nadat in Brno en in Olomouc het congres 50 jaar
neerlandistiek in Moravië werd gehouden én twee jaar nadat Brno het Nederlands als een
bachelorstudie als bijvak opende en een zelfstandige sectie bij het Instituut voor germanistiek,
nordistiek en neerlandistiek is geworden en Olomouc een volwaardige bachelorstudie opende.
Toen ik begon te studeren, hadden beide vakgroepen al een volwaardige masterstudie
Nederlandse taal en literatuur geaccrediteerd en geopend. In Olomouc kon ik het enorme werk
en de tomeloze inzet van de heer Wilken Engelbrecht volgen, die aan het begin van mijn
studie bijgestaan werd door twee zeer enthousiaste medewerksters. Samen hebben ze ons –
een twintigtal eerstejaars waarvan een deel het Nederlands niet uit pure passie heeft gekozen,
warm gemaakt voor het vak en bijna iedereen studeerde uiteindelijk af op het Nederlands
i.p.v. op het andere vak (bijvoorbeeld Engels of Duits). Mijn keuze voor Olomouc was toen
9
ook gedeeltelijk door het feit bepaald dat ik Nederlands en Engels wilde studeren en in die tijd
was het alleen in Olomouc mogelijk om twee willekeurige vakken aan de Faculteit der
Geesteswetenschappen te kiezen. In Brno werden toen enkel vaste combinaties aangeboden.
Ik kon dus de groei van de toenmalige sectie neerlandistiek bij het Instituut voor germanistiek
en nordistiek op de voet volgen, de groei van drie medewerkers tot een tiental vaste
medewerkers en het ontstaan van een zelfstandige Leerstoel Nederlands in 2003 met twee
gepromoveerde en één gehabiliteerde docent.
Ik studeerde graag in Olomouc. Naast de indrukwekkende ruimtes van een voormalig klooster
genoot ik als student van de regelmatige gastlezingen van gastdocenten uit de Lage Landen
over literaire, culturele en taalkundige onderwerpen die me als student inspiratie en inzicht
gaven in wat er allemaal als onderzoek gedaan kan worden. Ik genoot ook van de colleges
Afrikaans en Fries die aan deze universiteit gegeven worden en die trouwens ook als
afstudeersrichting gekozen kunnen worden.
Ik genoot ook van de filmavonden georganiseerd door de oudere collega´s, van
Sinterklaasfeesten met Wilken als Sinterklaas. En ik heb ook veel geleerd van Wilken als
manager en over de manier van doen van Nederlanders en Vlamingen. Het is karakteriserend
dat u, en uw taalgenoten in Nederland, altijd proberen oplossingen te zoeken en
mogelijkheden om uw wensen en ideeën te vervullen. De typische Tsjech is in dit opzicht
helemaal anders. Wij zoeken eerst naar de problemen, naar de mogelijke obstakels die er
kunnen voorkomen, en dan denken we er pas over na of we iets zullen doen of niet.
Maar hoe zit de neerlandistiek in Olomouc in elkaar? Net zoals de neerlandistiek in Brno
werd de neerlandistiek in Olomouc in 1947 opgericht en functioneerde tot 1951. Daarna
kwam er een pauze tot 1990 wegens het communisme. In de jaren 90, na de communistische
tijd, werd de neerlandistiek heropgericht in Olomouc en Bratislava door Wilken Engelbrecht.
In Bratislava was hij 4 jaar werkzaam, daarna werd de vakgroep door Abram Mueller en
vervolgens door Jana Rakšányiová overgenomen. Deze vakgroep richt zich nog altijd op het
vertalen en tolken.
Wilken Engelbrecht kreeg voor zijn inzet in de opbouw van de neerlandistiek in 1997 de
Visser-Neerlandia prijs 1997 toegekend.7
De inzet die ertoe heeft geleid dat de studenten in Olomouc uit maar liefst drie
bachelorstudies kunnen kiezen, met name het Nederlands gericht op economie, DCC als
7 Gegegevens deels ontleend aan het artikel “Olomouc op de drempel van de magisterstudie” van Wilken
Engelbrecht. - zie literatuurlijst
10
éénvakstudie en de klassieke Nederlandse filologie die in combinatie met een ander vak
wordt gestudeerd.
In de masterfase kunnen studenten kiezen voor Nederlandse filologie toegespitst op zakelijk
Nederlands als éénvakstudie of ze kunnen een tweevakstudie Nederlandse filologie volgen.
Als nieuw mastervak wordt de studie Tolken en vertalen Nederlands als B taal aangeboden en
dit in samenwerking met de Hogeschool Antwerpen.8
Een van deze studierichtingen – het Zakelijk Nederlands – had niet kunnen ontstaan zonder de
inbreng van hoogleraar Jos Wilmots. Jos Wilmots, die zich al ten tijde van het communisme
inzette voor de neerlandistiek in Centraal-Europa en bijvoorbeeld academici uit de regio naar
zijn zomercursus in Diepenbeek wist te krijgen en van wiens studieboek Nu even zakelijk de
studenten zowel in Olomouc als in Brno kunnen genieten en leren. In 2003 werd aan Jos
Wilmots de titel doctor honoris causa toegekend in Olomouc, in 1997 kreeg hij een gouden
medaille van de Palacký Universiteit te Olomouc en in 1999 de ANV Visser-Neerlandia prijs
voor zijn niet aflatende inzet voor de neerlandistiek in onze regio.9
Ik heb Jos voor het eerst in 2008 leren kennen, en wel via de erebundel De beste vriend van
de zomercursus, een erebundel die hem werd aangeboden door de Palacký Universiteit voor
zijn 75ste verjaardag. Persoonlijk heb ik hem in 2009 en 2010 leren kennen, toen hij dankzij
de samenwerking van eerst Olomouc – Brno – Ružomberok en vervolgens Olomouc – Brno –
Bratislava een reeks colleges bij ons kwam geven. Sindsdien zijn we in contact en onze
vakgroep is blij met de leerboeken Nu even zakelijk en het leerboek Nederlands waarvan we
onlangs 20 exemplaren voor onze studenten hebben gekregen. Nogmaals onze dank ervoor.
Mijn verhaal over Olomouc zou onvolledig zijn als ik de zwaartepunten van het onderzoek
aan deze vakgroep niet zou noemen. Er zijn op dit moment twee gepromoveerden – Kate?ina
K?ížová en Lianne Barnard en één gehabiliteerde docent Wilken Engelbrecht, en vier andere
mensen zijn met de laatste loodjes van hun proefschrift bezig. Het onderzoek aan de vakgroep
betreft de hedendaagse letterkunde, oude letterkunde, koloniale letterkunde, fraseologie,
didactiek en vertaalwetenschap toegespitst op juridische terminologie. Uit de speciale
behoeften van de Centraal-Europeese neerlandistiek is het onderzoek vaak ook contrastief
opgevat.
8 Gegevens ontleend aan : http://www.upol.cz/fakulty/ff/uchazeci-o-studium/prijimaci-rizeni/
9 Gegevens ontleend aan: De beste vriend de zomercursus en aan http://www.upol.cz/odkazy/o-univerzite/cestnedoktoraty/
jos-wilmots/
11
4. Welkom in Brno10
De kleinste Tsjechische vakgroep is die van Brno. De vakgroep bestaat uit twee vaste
medewerkers, mijn Vlaamse collega Sofie Royeaerd en mezelf. We hebben een promovenda
– Martina Lou?ková, die op dit moment met zwangerschapsverlof is.
Onze vakgroep onstond in 1947 toen het Nederlands gegeven werd als een vak voor
geïnteresseerde studenten en dankzijn de interesse is het in 1950 een examenbijvak met een
vierjarige studietijd geworden. Vanaf eind de jaren 60 werd er onder leiding van het
toenmalige hoofd van het Instituut voor germanistiek, Zden?k Masa?ík, met de opbouw van
de bibliotheek begonnen en de lessen werden door de germanist, historicus en beëdigd
vertaler en tolk Josef Skopal verzorgd die vanaf de jaren 70 samen met mevrouw Emmy
Má?elová-van de Broecke aan de eerste versie van het woordenboek Tsjechisch – Nederlands
werkte. Nadat Skopal wegens een ernstige ziekte zijn werk aan het instituut moest opgeven,
nam mevrouw Má?elová zijn taken over. Deze ijverige vertaalster werkte dan samen verder
met Dana Sp?váková aan het uitbreiden, verbeteren en bijhouden van het woordenboek. De
laatste versie is van het jaar 2005 en het woordenboek is voorzien van een groot aantal
juridische termen, die de zoon van mevrouw Má?elová – Ton Má?el, een beëdigde tolk en
jurist zeer goed heeft uitgewerkt. Bij de laatste uitgave van het woordenboek hoort een mooi
verhaal. Dit woordenboek werd namelijk feestelijk overhandigd aan onze ex-president Václav
Havel, op de wens van mevrouw Má?elová. Toen haar collega Dana Sp?váková haar vroeg
wat de heer Havel met dat woordenboek moest, zei mevrouw Má?elová gewoon: “Hij heeft
het nog niet!”
Mevrouw Má?elová is tevens auteur van een leerboek Nederlands voor Tsjechen - U?ebnice
nizozemštiny pro ?echy. Wegwijs worden in Nederlands. Tevens heeft ze samen met de
studenten het kinderboek Wiplala van Annie M.G. Schmidt vertaald en uitgegeven.
Na 1993 is met de opbouw van onze neerlandistiek tot een volwaardige masterstudie
begonnen, eerst onder leiding van de Vlaamse lector, beëdigde tolk en vertaler Leopold
Decloedt die tevens op een bijeenkomst van de collega´s neerlandici het ontstaan van het
platform ONETS in 1994 initieerde. De afkorting die voor Overleg Neerlandici Tsjechië en
10 Gegevens over de geschiedenis tot 1999 ontleend deels uit: Decloedt, Leopold. “Brno: een stad waar het
Nederlands thuis is.” en Rampart, Nele. “De ontwikkeling van de Neerlandistiek in Brno” – zie literatuurlijst
12
Slowakije staat. Dit platform bestaat sindsdien nog steeds en de leden zijn Praag, Brno,
Olomouc, Bratislava en sinds kort ook Ružomberok. We komen twee keer per jaar bijeen om
af te spreken welke gastdocenten we per semester uitnodigen en deze docenten komen dan
vaak om aan alle vijf de univeristeiten binnen twee weken les te geven. Meestal komt via
ONETS één gastdocent per semester. Daarnaast bespreken we ook andere plannen en
overleggen we hoe we het beste samen kunnen werken en onze krachten kunnen bundelen.
Leopold Decloedt heeft de vakgroep tot een volwaardige bachelorstudie uitgebouwd. Daarna
nam de Vlaamse lectrice Nele Rampart de vakgroep over en zette in 2001 samen met haar
collega en mijn voorganger Alexandra Andreasová een volwaardige masterstudie op poten.
Sedert 2005 is het bij ons mogelijk om het Nederlands ook als een éénvakstudie te volgen. Op
dit moment is de interesse voor deze eenvakstudie het grootst. Zoals al eerder gezegd, zijn we
vanaf 2009 ook de studierichting DCC beginnen aanbieden.
In 2005 stapte ik als AIO in dit neerlandistisch bootje en in 2006 mijn collega die nu met
verlof is. Na drie lecotrenwisselingen kwam in het academiejaar 2007/2008 mijn Vlaamse
collega Sofie Royeaerd bij ons werken.
We hebben onze taken in twee verdeeld. Sofie verzorgt colleges taalverwerving, letterkunde
en colleges land en volk Nederland en België, ik dan taalverwerving, taalkunde, vertalen en
tolken. Van meet af aan gaat het er ons vooral om dat de studenten goed Nederlands praten en
we besteden dus veel aandacht aan de praktische taalverwerving en taalbeheersing van het
eerste jaar tot en met het vijfde jaar. Daarnaast bieden we ook een goed overzicht van de
klassieke maar ook huidige Nederlandstalige literatuur en van de traditionele taalkunde en de
moderne taalkunde.
Een belangrijk onderdeel zijn ook colleges vertalen en tolken met het oog op het toekomstige
beroep van de studenten. Brno heeft een stedenband met Utrecht en jaarlijks komen studenten
journalistiek naar Brno om hier interviews op te nemen en daarbij werken onze studenten als
tolken om hun vaardigheid ook in de praktijk te oefenen.
Vanaf de eerste vertaling van Wiplala zijn we ook in literair vertalen geïnteresseerd. Mijn
voorganger Alexandra Andreasová heeft colleges vertalen van toneelstukken verzorgd, en
samen met Martina Lou?ková hebben we colleges literaier vertalen – vertalen van romans,
verhalen en poëzie gegeven.
13
Het eerste resultaat was onze medewerking aan het vertaaltijdschrift Plav (Zwem). In 2007
verscheen een dubbel themanummer gewijd aan vertalingen van Nederlandse en Vlaamse
literatuur met bijdragen van onze medewerkers en studenten. Dit nummer bevatte een
interview over literair vertalen, waarin docenten – vertalers over de didactiek van het vertalen
praatten, en een artikel over het fenomeen boekenbal. Daarnaast verscheen er een essay over
de houding tegenover poëzie en een bibliografische lijst van de vertalingen vanuit het
Nederlands naar het Tsjechisch. In 2009 werden we weer gevraagd om deze keer samen te
werken aan een themanummer over België en de Belgische identiteit. Voor dat nummer
verzorgden we weer een aantal vertalingen van gedichten, een interview met Geert Van
Istendael en een bibliografie van Tsjechische vertalingen van Vlaamse boeken. Dit nummer
werd door de docenten voorbereid.
Het is onze droom en ons streven om deze traditie van literair vertalen voort te zetten.
We zijn wel belemmerd door onvoldoende werkkracht maar we hopen dat we erin slagen met
de studenten weer aan de slag te kunnen gaan. We denken hierbij met name aan het vertalen
van kinder- en jeugdliteratuur.
Zoals ik al eerder zei, was het jaar 2007/2008 voor ons bijzonder productief omdat er twee
vaste medewerkers en twee promovendi aan het Instituut werkten en we dus ruimte genoeg
hadden om twee grote projecten te realiseren.
Ten eerste werkte Sofie samen met de lectoren in Boedapest, Pozna? en Olomouc aan een
multiculturele studiereis naar Nederland en Vlaanderen. De studenten van de vier vakgroepen
hebben van verschillende acitiviteiten genoten. Zo hebben ze NT2-lessen bijgewoond in
Antwerpen en de toenmalige minister-president Jan Peter Balkenende ontmoet.
In de zomervakantie hebben we de tiendaagse Comenius Zomercursus Nederlands aan onze
universiteit georganiseerd – een cursus waaraan 36 studenten uit Centraal-Europa hebben
deelgenomen en les kregen van vier docenten uit Nederland en België. Centraal stond het
thema theater. In dat verband kwam theaterregisseur- en auteur Klaas Tindemans een lezing
geven en konden ze genieten van een optreden van de Nederlandse theatergroep Zuur. Tot slot
hebben de studenten ook samen een eigen tonneelstuk ingeoefend.
Na dat drukke jaar hebben we zoals elk jaar een auteurslezing voor een breed publiek
voorbereid – een leesavond met de Vlaamse schrijfster Saskia de Coster naar aanleiding van
de Tsjechische vertaling van haar roman Held. Elk jaar komt er ter ere van het uitgeven van
14
een vertaling uit het Nederlands een auteur naar Tsjechië en wordt er een auteuslezing of voor
de studenten alleen of voor het brede publiek georganiseerd. We kiezen meestal voor de
tweede optie om ook een groter publiek kennis te laten maken met de Nederlandse cultuur.
En wat ons te wachten staat in het komende academische jaar? In het kader van de stedenband
Brno – Utrecht heb ik samen met een aantal studenten een paar verhalen uit de
stripverhaalbundels de Inktpot vertaald voor een tentoonstelling en workshops die begin
oktober in Brno gehouden zullen worden.
Daarnaast is onze sectie samen met de vakgroep in Olomouc betrokken bij de studiereis In de
voetsporen van Marianne van Oranje die door onze collega’s in Wroc?aw wordt
georganiseerd voor studenten van alle drie de universiteiten. Ze gaan samen de voetsporen
van de Nederlandse prinses in Silezië ontdekken.
We hopen ook een aantal gastdocenten bij ons welkom te heten, Jos Wilmots, en verder o.a.
Yves T´Sjoen, Emmeline Besamusca, Ula Topolska en Wilken Engelbrecht die over zakelijk
Nederlands, hedendaagse poëzie, de Nederlandse maatschappij en migrantenliteratuur en
oudere literatuur en morfologie aan onze studenten komen praten.
Naast deze activiteiten wordt er natuurlijk ook onderzoek gedaan bij ons – mijn voorganger
Alexandra Andreasová was in 2003 gepromoveerd op een proefschrift waarin ze de
semantische ontwikkeling van de modaalwerkwoorden moeten en mogen in de 17de en 18de
eeuw heeft vergeleken. Mijn collega Martina Lou?ková zit in de verkennende fase van haar
promotieondertoek, een constratieve studie van de Tsjechische en Nederlandse identiteit in de
literatuur. Ikzelf ben gespecialiseerd in de contrastieve fonetiek van het Nederlands en het
Tsjechisch en zit in de laatste fase van mijn promotieonderzoek. Ik hou me met de uitspraak
van het Nederlands bezig en mijn doelstelling is een leerboek Uitspraak Nederlands voor
Tsjechische studenten van het Nederlands voor te bereiden. Daarbij vergelijk ik de uitspraak
van het Tsjechisch en het Nederlands, kijk ik welke klanken er problematisch zijn voor ons en
waarom, hoe we in het Tsjechisch de woorden aan elkaar koppelen en hoe dat in het
Nederlands gedaan wordt en wat voor de Tsjechische leerder van het Nederlands problemen
oplevert.
Deze zomer kon ik dankzij een onderzoeksbeurs van de Nederlandse taalunie in de
bibliotheek in Gent doorbrengen om intensief aan mijn proefschrift te werken. Eén van de
thema´s waaraan ik hier werkte is het vergelijken van de zgn. articulatiebasis van de talen in
15
kwestie. Ik probeer met andere woorden uit te zoeken waar het Nederlands in de mond zit en
waar we het Tsjechisch moeten situeren, en welke articulatiebewegingen we als Tsjechen
moeten leren om een goede, verzorgde en prettig verstaanbare uitspraak te hebben - een
uitspraak dus, die gemakkelijk te volgen is voor de moedertaalspreker.
Mijns inziens zou het aanleren van de Nederlandse articulatiebasis de Tsjechen helpen om wat
beter Nederlands te spreken.
5. Tot slot
Aan het begin stelde ik de meestgestelde vraag die neerlandici bij ons krijgen: waarom
studeer je Nederlands? Ik hoop dat ik in deze lezing een aantal aspecten en interessante
punten van de studie Nederlands heb laten zien. De Nederlandse en Vlaamse cultuur worden
bij ons bekend gemaakt en verspreid. Er komen jaarlijks drie a vier vertalingen uit van
Nederlandstalige literatuur en er worden verschillende auteurslezingen gehouden. Ook
worden er onder meer door de Nederlandse ambassade en de Vlaamse vertegenwoordiging
diverse culturele programma’s georganiseerd. In het kader van de concertenreeks Concentus
Moraviae, die elk jaar plaatsvindt in een aantal kastelen en sloten in Zuid-Moravië, heetten we
bijvoorbeeld elk jaar gerenommeerde Vlaamse musici welkom. Zo konden we kennis maken
met o.a. de Vlaamse polyfonie, met de Vlaamse jazz.
Er zijn een aantal Nederlandse en Vlaamse bedrijven rond de jaarbeursstad Brno en elders in
Tsjechië gevestigd waar onze studenten een baan kunnen vinden en die regelmatig behoefte
hebben aan nieuwe medewerkers. En uit mijn ervaring als beëdigd tolk bij bruiloften kan ik
ook zeggen dat het aantal huwelijken tussen Nederlandstalige en Tsjechische koppels blijft
stijgen. We kunnen dus concluderen, lijkt me, dat het Nederlands het hoofd boven water
houdt in Tsjechië en omstreken.
Ik dank u voor uw aandacht.
Marta Kostelecká
Instituut voor germanistiek, nordistiek en neerlandistiek
Faculteit der Geesteswetenschappen van de Masaryk Universiteit
Arna Nováka 1
CZ – 602 00
https://sites.google.com/site/brnonederlandistika/
16
17
Bibliografie:
Decloedt, L.: ‘Brno: een stad waar het Nederlands thuis is.’ In: (eds.) L. Decloedt, W.
Engelbrecht,
K. Málková: 50 jaar neerlandistiek in Moravië/50 let nederlandistiky na Morav?. Brno/
Olomouc: Masarykova univerzita v Brn?/Univerzita Palackého v Olomouci 20002, pp. 61-66
(Sborník prací Filozofické fakulty Brn?nské univerzity 48, ?ada germanistická (R) 4 –
Sonderheft /Acta Universitatis Palackianae Olomucensis Philologica 75 – Neerlandica 1)
Engelbrecht, W.: ‘Olomouc op de drempel van de magisterstudie.’ In: (eds.) L. Decloedt, W.
Engelbrecht, K. Málková: 50 jaar neerlandistiek in Moravië/50 let nederlandistiky na
Morav?. Brno/ Olomouc: Masarykova univerzita v Brn?/Univerzita Palackého v Olomouci
20002, pp. 73 - 83 (Sborník prací Filozofické fakulty Brn?nské univerzity 48, ?ada
germanistická (R) 4 – Sonderheft / Acta Universitatis Palackianae Olomucensis Philologica
75 – Neerlandica 1)
Engelbrecht, W.: ‘Klein en toch groot. Een beknopte geschiedenis van de neerlandistiek in
Polen, Tsjechië en Slowakije.’ In: Internationale Neerlandistiek 47 (2009) 2, pp. 58-80
Engelbrecht, W. en B. Hamers: ‘Voorwoord.’ De beste vriend van de zomercursus. Album
amicorum voor Jos Wilmots ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag aangeboden door de
neerlandici van Centraal-Europa (AUPO Philologica 98 – Neerlandica IV). Olomouc:
Univerzita Palackého v Olomouci 2008, p. 5
Rampart, N.: ‘De ontwikkeling van de neerlandistiek te Brno.’ Aspecten van de extramurale
neerlandistiek. Congresbundel ter gelegenheid van de opening van het Centrum voor Taal en
Cultuur van de Lage Landen “Erasmianum” (Olomouc, 2-4 oktober 2003) (AUPO
Philologica 96 – Neerlandica III). Olomouc: Univerzita Palackého v Olomouci 2008, pp. 109
– 115.
Van Uffelen, H.: ‘Neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa.’ In: (eds.) L. Decloedt, W.
Engelbrecht, K. Málková: 50 jaar neerlandistiek in Moravië/50 let nederlandistiky na
Morav?. Brno/ Olomouc: Masarykova univerzita v Brn?/Univerzita Palackého v Olomouci
20002, pp. 39 - 49 (Sborníkprací Filozofické fakulty Brn?nské univerzity 48, ?ada
germanistická (R) 4 – Sonderheft /Acta Universitatis Palackianae Olomucensis Philologica 75
– Neerlandica 1)
Internetbronnen:
http://www.ivnnl.com/ Geraadpleegd op: 13-07-2010
http://taalunieversum.org/taal/feiten_en_weetjes/#wereldwijd Geraadpleegd op: 13-07-2010
https://neva.ned.univie.ac.at/node/125 Geraadpleegd op: 20-08-2010
https://comenius.ned.univie.ac.at/node/11153 Geraadpleegd op: 20-08-2010
http://www.upol.cz/fakulty/ff/uchazeci-o-studium/prijimaci-rizeni/ Geraadpleegd op: 20-08-
2010
http://www.upol.cz/odkazy/o-univerzite/cestne-doktoraty/jos-wilmots/ Geraadpleegd op: 20-
08-2010


Rondleiding in de stad Aken

De Voorzitter van Limburg I Ludo Deckers met Marta Kostelcka

Marta Kostelecka tijdens haar lezing in de afdeling Limburg I