JVDPPP - het Jordaens Van Dyck Panel Paintings Project

Een grondig systematisch onderzoek naar alle panelen toegeschreven aan Jacob Jordaens (1593-1678) en Anthony van Dyck (1599-1641). Dat is het doel van 'JVDPPP'. Professor kunstgeschiedenis Joost Vander Auwera, voormalig curator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSK) en lid van de afdeling Brussel, sprak er vorige maand over bij de afdeling Leuven. Wat als een paneel geen 'echte' blijkt te zijn?
Professor Joost Vander Auwera is gespecialiseerd in zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst. Hij is een toonaangevend expert op het gebied van werken van Jacob Jordaens, Abraham Janssens en Sebastian Vrancx. Hij heeft talrijke publicaties geschreven over museumcollecties, zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst en museumbeheer. Daarnaast is hij betrokken bij verschillende conservatie- en restauratievraagstukken en heeft hij een leidende rol bij het verwerven van kunstwerken en de organisatie van tentoonstellingen. Hij is tevens vicepresident van het UNESCO International Committee on the History of Art. Joost Vander Auwera werd geboren in Brugge in 1957 en heeft een master en een PhD in kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent en een MBA van de Vlerick Business School.
2016
Het 'Jordaens Van Dyck Panel Paintings Project' (JVDPPP) is in 2016 gestart als een vierjarig project met een internationaal en multidisciplinair team van vijftien specialisten. Initiatiefnemers waren professor Joost Vander Auwera en dr. Justin Davies van de Universiteit van Amsterdam. 294 van de zowat overal ter wereld bekende 440 panelen werden tot dusver bestudeerd. De resultaten van dat onderzoek worden regelmatig gepubliceerd op de Engelstalige projectwebsite jordaensvandyck.org. Het project kwam tot stand met de steun van Fonds Baillet Latour, KMSK en de Universiteit van Amsterdam.
Infraroodtechnologie
Bij het onderzoek worden infraroodtechnologie en röntgenstralen gebruikt om de onderliggende tekening en andere lagen te bekijken. Daarnaast is er dendrochronologisch onderzoek, een methode om hout te dateren aan de hand van de jaarlijkse groeiringen van bomen. Een dendrochronologische analyse kan ook de geografische herkomst van het hout onthullen. Zo weet men dat het hout van de panelen van Jordaens en Van Dyck uit de Baltische staten afkomstig is. De onderzoeken zijn niet-invasief voor de panelen.
Financiële gevolgen
Met dit doorgedreven multidisciplinair onderzoek kan preciezer bepaald worden of een schilderij kan worden toegeschreven aan deze of gene schilder. Soms heeft dat kwalijke financiële gevolgen voor een eigenaar of een museum, als blijkt dat het schilderij niet van Van Dyck zelf is, maar uit het atelier van Van Dyck.
'In het echt'
Professor Vander Auwera benadrukte in zijn lezing het belang van het bekijken van schilderijen 'in het echt'. Men gaat nu ook de achterkant van de panelen grondig bestuderen op zoek naar de soms minuscule markeringen die wijzen naar de ateliers in Antwerpen waar de panelen werden vervaardigd. Naast de initialen van de vervaardiger vind je soms ook de typische gebrandmerkte twee handjes van de Antwerpse gilde.
Parketteringen
De panelen werden soms verstevigd met parketteringen en dan zijn de markeringen moeilijk te vinden. Het weghalen van de parkettering brengt echter veel risico's met zich mee. Ook het gewicht van een paneel is een belangrijke indicator, aangezien eikenhout na verloop van tijd lichter wordt. Een zwaar houten paneel kan dus nooit vier eeuwen oud zijn.
Archiefonderzoek
Het JVDPPP-archiefonderzoek behelst onder meer de studie van protestantse versus katholieke schilderijen. De calvinist Jordaens spuide met zijn schilderij 'De koning drinkt' kritiek op de uitbundige feesten van de katholieken. En is Rubens een racist, zoals 'woke' studenten in Cambridge beweren, omdat hij vier koppen van Afrikaanse mannen schilderde? De titel van het werk werd inmiddels alvast aangepast naar 'Vier studies van een hoofd'. Professor Vander Auwera kon aan de hand van archiefmateriaal die beschuldiging aan het adres van Rubens met klem weerleggen.
Vragenmoment
In het drukke vragenmoment na de lezing bleek hoeveel interesse er was voor het onderwerp. Het bood de spreker de gelegenheid nogmaals te benadrukken dat op dit moment zo weinig mogelijk invasieve technieken worden gebruikt en dat de focus op conservatie en archiefonderzoek ligt. Op de bewering dat iedereen moderne kunst kan creëren, en dat dat dus geen kunst is, antwoordde hij: "Oude kunst zoekt harmonie, moderne kunst zoekt te verontrusten."
Terug naar de PrincEzine (op de website)? Klik hier.