De Orde van den Prince is aan onderhoud toe

In PrincEzine geven we ook ruimte aan opiniestukken en artikelen door leden. De meningen en beschouwingen zijn volledig voor rekening van de auteurs en vertolken niet noodzakelijk het standpunt van het Bestuur of de Orde als geheel. Deze keer: een initiatief van de afdeling Delft over de toekomst van de Orde.
Het komt hoogstzelden voor dat binnen het verband van een organisatie een groot deel van het nieuw aangetreden bestuur binnen een jaar aftreedt. En dat de redenen ervan ogenschijnlijk niet binnen de organisatie moeten worden gezocht, maar bij de individueel afgetreden bestuurders.
En toch is dat wat het genootschap van de Orde van den Prince het afgelopen jaar is overkomen. Binnen een half jaar na hun aantreden in 2023 kondigden de algemeen secretaris en de algemeen penningmeester aan dat zij hun functie om persoonlijke redenen hadden neergelegd. Een half jaar later trad de president van het genootschap af, die voor zijn vertrek eveneens redenen van persoonlijke aard aangaf.
Het is bepaald geen sinecure om leiding te geven aan een grote organisatie, dat weten we, zeker niet wanneer deelname aan bestuurlijke activiteit gebeurt in een sfeer van volledige vrijwilligheid. En binnen de Orde van den Prince, die onder de vlag vaart van Amicitia en Tolerantia, moet er ook begrip zijn voor persoonlijke overwegingen die spelen bij het aftreden van bestuursleden. Dat begrip is er ook.
Onzekerheid
Het neemt niet weg dat het snelle en plotselinge vertrek van een groot deel van de leiding, zeker voor een grote grensoverschrijdende vereniging als de Orde van den Prince, onzekerheid en twijfel oproept en vragen doet rijzen of er iets aan de hand is, en wat dat dan wel is. Met ingang van 1 september is een nieuw bestuur aangetreden, maar daarmee is de onzekerheid niet weggenomen en zijn de vragen niet beantwoord.
Gelet op de elkaar opvolgende, recente bestuursmutaties verdient het alleszins aanbeveling binnen het genootschap een fundamentele discussie te entameren over de toekomst van de Orde van den Prince. Een onderzoek naar de structuur van de Orde van den Prince en de vraag of deze nog voldoende up-to-date is kan daarbij zeer behulpzaam zijn en kan bij die Ordeleden wier vertrouwen in de leiding van het genootschap is aangetast, meehelpen dat vertrouwen weer te herstellen. Bovendien heeft het onderwerp 'Financiën' tijdens recente bijeenkomsten van de Algemene Raad veel aandacht opgeëist en tot discussies geleid, met name over de forse verhoging van de afdracht van de afdelingen aan 'Antwerpen' met € 20,00 per lid per jaar.
Het valt daarbij op dat zich op dit vlak vaak verschillen van beleving en interpretatie manifesteren tussen Vlaanderen en Nederland. Gezamenlijk in de spiegel kijken kan dergelijke verschillen voorkomen. De financiële situatie van het genootschap is sowieso een gevoelig punt, nu het aantal leden van de Orde van den Prince is gezakt naar iets meer dan 2600.
Werkgroep
Vanuit bezorgdheid om de ontwikkeling van de Orde van den Prince, heeft het bestuur van de afdeling Delft begin juli een uitgebreide bespreking gevoerd met het voltallige Dagelijks Bestuur van de Orde. De afdeling Delft werd tijdens deze bespreking bijgestaan door een oud-president van de Orde en door een voormalig vicepresident, beiden lid van andere afdelingen in Nederland, die vanuit hun ervaring als bestuurder van het genootschap eenzelfde bezorgdheid over de toekomst van de Orde delen.
Het resultaat van deze bespreking is geweest dat het Bestuur heeft ingestemd met de wens van de afdeling Delft om een werkgroep binnen het genootschap in te stellen die onderzoek gaat doen en daarover advies uitbrengt aan het Bestuur. Daarbij staat de vraag centraal welke aspecten van het genootschap extra aandacht verdienen en op welke wijze dit wordt geïmplementeerd. De werkgroep zal functioneren in de geest van wat president Ruud Hagenouw bij zijn aantreden in september 2023 aan de ordeleden vroeg, te weten dat “allen de verantwoordelijkheid nemen om de voorwaarden te creëren de kernwaarden van de Orde in de praktijk tot uiting te laten komen”.
Kernwaarden
Het kan inderdaad geen kwaad om deze kernwaarden nog eens in te roepen en de uitgangspunten onder de loep te nemen die Guido van Gheluwe bij de oprichting van de Orde in 1955 op de voorgrond plaatste. Interessant is of, en zo ja, op welke wijze deze uitgangspunten in de huidige, volledig andere tijd tot hun recht kunnen komen of aanpassing behoeven. Amicitia en Tolerantia vormen daarbij uiteraard het leidende motief. Om aan de uitgangspunten te refereren kunnen we dankbaar gebruikmaken van de cursiefjes die Guido van Gheluwe van zijn persoonlijke ervaringen en inzichten aangaande de wordingsperiode van de Orde (1955-1960) op schrift had gesteld en die door de afdeling Westhoek in 2011 zijn gebundeld onder de titel Cursief. De bundel zou leesstof voor elk lid van de Orde moeten zijn.
De werkgroep is in paritaire vorm samengesteld, te weten vier leden uit Nederland en vier uit Vlaanderen. Geografische spreiding heeft bij de selectie van de werkgroepleden een rol gespeeld. In de geest van de bestuurlijke autonomie die de structuur van de Orde van den Prince kenmerkt, zal de werkgroep ook als zodanig opereren. Bij de aanvang van hun activiteit zullen de leden van de werkgroep op basis van de analyse die ook in dit stuk is verwerkt, hun doelstellingen formuleren, gepaard gaand met een plan van aanpak en een tijdschema die met het Bestuur zullen worden overlegd. Afhankelijk van de tijdsduur zal de werkgroep het genootschap op geregelde tijden over haar vorderingen informeren.
Oorsprong
De Orde van den Prince behoort tot de ledenorganisaties die zowel in Vlaanderen als in Nederland hun werking hebben. Dit betekent dat de Orde te maken heeft met de zowel per land vigerende verenigingswetgeving, sociale gewoontes en tradities rond verenigingen als de verschillende politieke contexten en opvattingen. Guido van Gheluwe koesterde in de beginjaren van de Orde de Heel-Nederlandse gedachte (hereniging van België, Nederland en Luxemburg, indien mogelijk ook Frans-Vlaanderen), niet te verwarren met de Groot-Nederlandse gedachte (Vlaanderen en Nederland verenigen tot een unitaire staat).
Voor het Heel-Nederlandse concept bestond aanvankelijk binnen de Orde draagvlak, maar dat is in de loop der tijd geleidelijk verdwenen. De grote culturele diversiteit die tussen Vlaanderen en Nederland bestaat, zal aan die ontwikkeling niet vreemd zijn geweest. Wetenschappelijk is al bij herhaling bewezen dat internationale samenwerking tussen bedrijven en overheden (en dus ook binnen grensoverschrijdende organisaties als de Orde van den Prince) alleen effectief kan plaatsvinden als men op de hoogte is van elkaars normen en waarden. Dat dit tussen Vlaanderen en Nederland nauwelijks het geval is, mag geen verrassende constatering zijn. De werkgroep zal dus op zoek moeten naar wat ons in deze moderne, geglobaliseerde tijd wel met elkaar verbindt.
Jan van Groesen
Lid van de werkgroep

De werkgroep is paritair samengesteld en bestaat uit de volgende leden:
Namens Vlaanderen:
- Axel Buyse (afdeling Brussel)
- Jaak Lambrecht (afdeling Roeselaere-Izegem-Tielt)
- Jan Vandromme (afdeling Kortrijk)
- Marc Hertens (afdeling Limburg I)
Namens Nederland:
- Jan van Groesen (afdeling Delft)
- Jan Weierink (afdeling Twente-Achterhoek)
- Marinel Gerritsen (afdeling Utrecht)
- Wim van Heugten (afdeling Nijmegen)
Terug naar de PrincEzine (op de website)? Klik hier.