Vijf NT&C-projecten: Duitse, verfranste, ROC- en OKAN-leerlingen en schrijver Herman Teirlinck

 

De Nederlandse taal en cultuur en de Nederlandse literatuur stonden centraal bij de vijf NT&C-projecten die het Dagelijks Bestuur vorige maand heeft goedgekeurd. Hoe gebruiken we de erfenis van Herman Teirlinck om nieuwe schrijvers voor het voetlicht te brengen? Hoe laten we Nederlandse en Duitse derdeklassers elkaar en elkaars taal en cultuur beter leren kennen? Hoe gaan we de verfransing tegen op basisscholen ten westen van Brussel? Hoe krijgen we ROC-leerlingen aan het lezen? En wat gaat een excursie naar Antwerpen opleveren voor jonge nieuwkomers uit Brussel?
 

Oude en nieuwe tijdgenoten van schrijver Herman Teirlinck

Afdelingen Halle, St Genesius-Rode-Beersel en Waals-Brabant

In dit project werken afdelingen uit verschillende gewesten, in dit geval Brabant-West en Maas-Samber-Schelde, samen. Het kan daarom als Groot Project ingediend worden, waardoor er meer subsidie kan worden aangevraagd. Het DB zegde uiteindelijk financiering van 1.750 euro toe voor Het Brabantse Huis.

Het aangevraagde project is een vervolg op de ondersteuning die de afdelingen Halle en St. Genesius-Rode-Beersel al vier jaren geven aan het Huis van Herman Teirlinck, een cultuurinstituut in Vlaams-Brabant. Het is de bedoeling om de infrastructuur van het Huis te gebruiken om op korte termijn bekende en minder bekende auteurs zoals Maurice Carème aan een groot publiek voor te stellen. Op lange termijn is het algemene doel synergie te halen uit de samenwerking tussen zowel de drie afdelingen als de twee gewesten en die te gebruiken om de Vlaamse en Nederlandse cultuur in de schijnwerpers te zetten. Bijzonder aan dit project is dat het een samenwerking betreft over taal- en cultuurgrenzen heen.

De subsidie wordt gebruikt om twee programma’s van ‘het Huis’ te ondersteunen.

 

 

Tijdgenoten van Herman Teirlinck. In samenwerking met de aanvragers worden drie voorstellingen voorbereid rondom T.S. Eliott, Willem Elsschot, Menno ter Braak en Maurice Carème. Er komt een biografische inleiding over deze schrijvers en bekende acteurs dragen fragmenten uit hun werk voor. Van elk programma wordt een podcast en een beeldopname gemaakt, die verspreid worden via het You-tube kanaal dat gelinkt is aan de website van het Huis van Herman Teirlinck.

Nieuwe tijdgenoten. In de geest van schrijver en dichter Herman Teirlinck ((1879-1967) worden twee sessies gerealiseerd, waarin aan toonaangevende hedendaagse auteurs en nieuwe talenten een forum wordt geboden om hun werk en ideeën over filosofische en maatschappelijke thema’s te presenteren. Zij mogen zelf iemand uitnodigen om hun programma mee vorm te geven.

Illustratrice en striptekenares Judith van Istendael, vermaard om het in beeld brengen van de vluchtelingen- en klimaatproblematiek, geeft vorm aan de eerste sessie. Zij heeft schrijfster en dichteres Moya De Feyter uitgenodigd mede vorm te geven aan haar voorstelling . Moya was onder andere laureaat van Frappant (2015), de Poëziewedstrijd van de Universiteit Antwerpen (2017), de J.C. Bloem-poëzieprijs (2021) en de PrixFintroPrijs voor Nederlandstalige literatuur (2022).

De tweede sessie wordt verzorgd door hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen Frits van Oostrom (Universiteit Utrecht). Hij zal onder andere spreken over zijn boek de Reynaert – Leven met een Middeleeuws meesterwerk.

 

 

In een samenwerkingsprotocol zijn de onderlinge samenwerking tussen afdelingen, gewesten en het Huis van Herman Teirlinck, de communicatie rondom de rol van de Orde van den Prince en de projectrisico’s vastgelegd. Leden van de afdelingen nemen actief deel aan de organisatie van de avonden en proberen door middel van deze avonden nieuwe leden te werven.
 

Nederlands-Duitse leerlinguitwisseling

Afdelingen Arnhem, Nijmegen en, Rijk van Nijmegen

De afdelingen Arnhem, Nijmegen, Rijk van Nijmegen (gewest Oost-Nederland) kregen een subsidie van 150 euro voor hun project Supplement Leerlinguitwisseling Kandinsky College Nijmegen en Conrad Adenauer Gymnasium Kleef. De aanvraag is een supplement op de subsidie die al voor dit project verworven was in 2021-2022. Door corona ging het project toen helaas niet door.

De periode van uitvoering wordt nu maart tot 17 mei, op welke dag de Duitse en Nederlandse leerlingen fysiek bij elkaar komen. Door de inflatie en door het feit dat er nu meer leerlingen meedoen, zijn de lunchkosten veel hoger geworden. De aangevraagde subsidie is bedoeld om die extra kosten te dekken.

De afdelingen organiseren ontmoetingen tussen derdeklassers van het Kandinsky College in Nijmegen die Duits in hun pakket hebben en derdeklassers van het Conrad Adenauer Gymnasium in Kleef die Nederlands in hun pakket hebben. Het doel van het project is de leerlingen te laten ervaren dat het belangrijk is elkaar te begrijpen en te waarderen. Het contact leggen gebeurt eerst digitaal in de vorm van onder andere speeddaten en presentaties over elkaars steden.

De leerlingen ontmoeten elkaar op 17 mei in vivo om samen presentaties te verzorgen, aan een quiz deel te nemen en natuurlijk elkaar, elkaars taal en elkaars cultuur nog beter te leren kennen. Al het groepswerk vindt plaats in gemengd Duits-Nederlandse groepen leerlingen. Leden van de afdelingen begeleiden de bijeenkomst.

 

 

ROC-leerlingen leren lezen

Afdeling Nijmegen

Een subsidie van 159,25 euro werd verworven door de afdeling Nijmegen (gewest Oost-Nederland) voor het Leesproject ROC Nijmegen en Wijchen, 2023.

In dit project gaan leden van de afdeling Nijmegen samen met leerlingen van het ROC Nijmegen en het ROC Wijchen het boek De voorlezer van Bernhard Schlink (Uitgeverij Eenvoudig Communiceren, 2012) lezen. Het doel van het project is de leerlingen tot lezen te stimuleren. Daartoe worden in elke plaats vier leesbijeenkomsten met zo’n vijftien tot twintig leerlingen gehouden. Dit boek is gekozen na een zorgvuldige vergelijking met de mogelijke alternatieven: De wandelaar van Adriaan van Dis en ’t Hooge nest van Roxane van Iperen, allebei in 2022 uitgegeven door Uitgeverij Eenvoudig Communiceren. De subsidie wordt gebruikt om het boek De voorlezer voor de leerlingen te kopen.

 

 

Nederlandstalige kinderboeken in verfranst gebied bij Brussel

Afdeling Pajottenland

De afdeling Pajottenland biedt al twee jaar leesondersteuning aan basisscholen via haar project Leesondersteuning lager onderwijs. In dit gebied, gelegen ten westen van Brussel, is de verfransing decennialang tegengehouden. Door de enorme instroom van anderstaligen wordt het Nederlands nu bedreigd. Het is een driejarig project en zal dit jaar worden afgerond.

Op twee basisscholen, één in Halle en één in Roosdaal, gaan leden van de afdeling het lezen van Nederlandstalige boeken logistiek bevorderen door leeshoeken in te richten, boekenkasten op te frissen, boekentassen te vullen en natuurlijk boeken aan te schaffen. De afdeling heeft daartoe een subsidie van 1.000 euro ontvangen. Daarnaast proberen de leden kinderen tot lezen te stimuleren en daarin plezier te hebben door samen met hen te lezen en ze in contact te brengen met Nederlandstalige kinderboekenschrijvers. Voorts begeleiden ze kinderen met een taalachterstand en steunen ze leerkrachten bij andere taalprojecten.
 

Met jonge nieuwkomers uit Anderlecht Vlaamse cultuur snuiven in Antwerpen

Afdeling Brussel Zavel

Zo'n negentig leerlingen van de OKAN-klassen van het St Guido Instituut in de Brusselse gemeente Anderlecht kennis laten maken met de Vlaamse cultuur en hen in de gelegenheid te stellen hun Nederlands te oefenen. Dat is het doel van het project Steun aan de Onthaal Klassen Anderstalige Nieuwkomers van het St Guido Instituut in Anderlecht van de afdeling Brussel Zavel. Het gaat om een subsidie van 850 euro.

De meeste leerlingen zijn pas onlangs in Anderlecht aangekomen en nog in de eerste fase van taalverwerving van het Nederlands. Leden van de afdeling gaan meewerken aan de lessen door met de leerlingen te gaan praten en hen te helpen bij het lezen van teksten. Voorts organiseren zij een excursie naar Antwerpen om daar kennis te maken met diverse aspecten van de Vlaamse cultuur. Met zo'n negentig leerlingen en tien docenten maken zij ’s morgens een stadswandeling door Antwerpen. De leerlingen maken kennis met de Vlaamse cultuur door het uitvoeren van verschillende opdrachten. In de middag wordt een museum bezocht, waar zij een rondleiding in het Nederlands krijgen. Dit project is een continuering van activiteiten die de leden van Brussel Zavel op eigen kosten al langer met deze school ondernamen. De subsidie wordt gebruikt voor de organisatie van de excursie.
 

Vraag aan!

Het Dagelijks Bestuur moedigt afdelingen en gewesten aan subsidie voor kleine (tot 1.500 euro subsidie) of grote (tot 5.000 euro subsidie) projecten op het gebied van Nederlandse Taal & Cultuur aan te vragen. Op dit moment is nog 14.275,25 euro over van de 20.000 euro die op de begroting 2022-2023 staat gereserveerd voor kleine projecten.

Alle aanvraagformulieren zijn te downloaden op onze website. Meer informatie kan verkregen worden bij de gewestelijke NT&C-coördinatoren of bij ondergetekende.
 

Marinel Gerritsen
Portefeuillehouder NT&C in het Dagelijks Bestuur