Vlaamse priester en collaborateur Cyriel Verschaeve in de Achterhoek

De afdeling Twente-Achterhoek hield vorige maand haar afdelingsvergadering over de Vlaamse priester en Tweede Wereldoorlog-collaborateur Cyriel Verschaeve. In Vlaanderen is dat een bekende naam, in Nederland is hij bijna volledig onbekend. Waarom organiseerde de afdeling deze lezing door twee van haar eigen leden? Wie was deze man? Wat had hij te maken met middeleeuwse mystici in het algemeen en met de vrouwelijke mystica Hadewijch in het bijzonder?

 

Het leven van Cyriel Verschaeve werd uiteengezet door Jacques Troch, trotse Vlaming en lid van de afdeling Twente-Achterhoek. Verschaeve werd in 1874 geboren in een vroom katholiek gezin in West-Vlaanderen. Als kind en adolescent leed Verschaeve aan een aangeboren zwaarmoedigheid. Op de lagere school in Ardooie was hij een in zichzelf gekeerd weetgierig kind. Hij boetseerde en maakte vooral afbeeldingen van Christus, Moeder Maria en Griekse mythologische figuren. Van 1886 tot 1892 volgde hij, in het Frans, de lessen aan het Klein Seminarie van Roeselare. Hij kwam in contact met de Vlaamse studentenbeweging en dweepte met de Vlaamsgezinde schrijver en dichter Albrecht Rodenbach.

Theologie

In 1892 werd Verschaeve student wijsbegeerte in Roeselare. Van 1893 tot 1896 studeerde hij theologie aan het grootseminarie in Brugge. Op 12 juni 1897 werd hij tot priester gewijd. De leerinhoud op het seminarie boeide hem slechts matig. Via dorpsvrienden kwam hij tot de grote Duitse romantici en tot het Vlaams-nationalisme. In de periode van 1896 tot 1911 was hij leraar in de poësis (vijfde klas gymnasium) aan het Sint-Jozefscollege in Tielt.

Duitse cultuur

In 1898 volgde hij aan de Universiteit van Jena een semester de colleges van Nobelprijswinnaar Rudolf Eucken. Hij bewonderde er de degelijkheid van de Duitse wetenschap en de rijkdom van de Duitse cultuur. Hier kwam hij tot het inzicht dat hij, door een bloedband verbonden, tot de Germaanse wereld behoorde. Deze vaststelling is de sleutel van de kunst en levenshouding van Verschaeve.

Publiceren

Vanaf 1907 begon hij veel te publiceren en bijdragen te leveren in katholieke Vlaamsgezinde tijdschriften zoals Ons Leven, Dietsche Warande en Belfort en Jong Dietschland. Na vijftien jaar leraarschap vroeg hij aan de bisschop zijn ontslag en een aanstelling als kapelaan in een rustig Vlaams dorp om meer tijd te kunnen besteden aan zijn letterkundige activiteiten. In 1911 werd hij onderpastoor in Alveringem in het westen van West-Vlaanderen.

Frontbeweging

Verschaeve werd tijdens de Eerste Wereldoorlog de geestelijke raadsman van de Frontbeweging die in 1916 was ontstaan uit onvrede met de behandeling van de Vlaamse soldaten aan het front, grotendeels onder bevel van eentalig Franssprekende officieren. Al in 1915 was hij uit op een confrontatie tussen Vlaanderen en België. Hij werd geboeid door autoritaire bewegingen als het Verdinaso en het Duitse nationaalsocialisme.

Nazi-Duitsland

Tijdens de zomer van 1940 schreef Verschaeve Het Uur van Vlaanderen, waarin hij zijn sympathie voor nazi-Duitsland uiteenzette. Op 6 november 1940 werd hij door het Duitse militaire bestuur aan het hoofd van de Vlaamse Cultuurraad benoemd. De Belgische bisschoppen en diocesane clerus bekeken zijn collaboratie met argusogen, maar grepen desondanks, uit angst voor represailles, niet in. In de zomer van 1941, tijdens de Duitse Operatie Barbarossa in de Sovjet-Unie, leverde hij zijn volle steun aan het Vlaams Legioen van de Waffen-SS en bewierookte hij de oostfronters.

Ideologie

Verblind door zijn eigen ideologie, verantwoordde Verschaeve zijn gedrag aan vrienden, als trouw aan zijn zelfgekozen levensethos, aan zijn verlangen naar grootsheden, aan zijn bewondering voor historische heldenfiguren. In 1944 werd de zeventigjarige Verschaeve door de nazi's tot doctor honoris causa gepromoveerd aan de Universiteit van Keulen.

Himmler

In juli 1944 had Verschaeve een ontmoeting met Heinrich Himmler, waarbij hij poogde om de eigenheid en autonomie van het Vlaamse volk tegenover de Reichsführer-SS te verdedigen. Deze ontmoeting leidde, vanwege de oorlogsevolutie, uiteraard niet tot resultaten. Bovendien botste het katholieke en Vlaamse referentiekader van Verschaeve sterk met de nieuw-heidense en Groot-Germaanse idealen van Himmler.

Tirol

Vanaf 1 november logeerde Verschaeve in het kasteel Gross-Priessen bij de adellijke familie Chotek. In april 1945 kwam hij in Oostenrijks Tirol terecht, dat tot 8 mei - het einde van de oorlog in Europa - in handen van de Wehrmacht bleef. Hij vond een onderkomen in de pastorie van Solbad Hall in Tirol, waar hij clandestien verbleef tot aan zijn dood. Ondertussen was hij in 1946 in Brugge wegens collaboratie bij verstek tot de doodstraf door het vuurpeloton veroordeeld. Op 12 november 1947 werd hij, bij vonnis geveld door de Krijgsraad in Brugge, van de Belgische nationaliteit vervallen verklaard.

'Operatie Brevier'

Tijdens 'Operatie Brevier' in de nacht van 10 op 11 mei 1973 werd het stoffelijk overschot van Verschaeve in het stadje Hall in Oostenrijk door Vlaamse rechts-extremisten opgegraven en naar België gebracht. Begin augustus werd hij nachtelijk begraven op het parochiekerkhof van Alveringem. Omdat de toenmalige burgemeester van Alveringem bang was dat de kist opnieuw opgegraven zou worden, liet hij het graf betonneren.

Citaten

Tot slot deelde Jacques Troch nog enkele citaten van Verschaeve met de toehoorders:

  • Duitsland is de poort der jeugdkracht, de bron van het lentegeweld.
  • De redding van Vlaanderen moet uit Duitsland komen.
  • Ik ben geen lid van de SS meer, maar in mijn hart ben ik erbij.
  • Het is onze christelijke plicht: de heilige oorlog tegen het communisme.
  • Duitsland dienend, dient u Vlaanderen.
  • Groot-Nederlandse droom, hand in hand met Germanië.
  • Vlaanderen is rijp voor het hartelijk samengaan met Duitsland; het hoort de roep van natuur en bloed.

 

Annette Oud-van Dijk

 

Middeleeuwse mystici

Vervolgens was het de beurt van neerlandica en theologe Annette Oud-van Dijk van dezelfde afdeling. Zij legde uit hoe Cyriel Verschaeve zijn ideologieën met behulp van geschriften van middeleeuwse mystici overbracht naar zijn volgers. Annette Oud schreef onlangs het boek In het spoor van Hadewijch, dat eind november zal verschijnen. In dat boek wordt beargumenteerd dat verschillende schrijvers van de volstrekt onbekende middeleeuwse Hadewijch steeds een eigen beeld ontwierpen.

Rosenberg

Verschaeve volgde volgens Annette Oud-van Dijk de nazi-theoreticus Alfred Rosenberg, die in de jaren dertig zijn boek Der Mythos des 20. Jahrhunderts publiceerde. Het boek werd razend populair in Duitsland. Soldaten kregen het mee naar het front en kinderen moesten het lezen op school. Je zou kunnen zeggen dat Hitler in Mein Kampf de richtlijnen voor de nationale en internationale strijd uiteenzette en dat Rosenberg die strijd rechtvaardigde vanuit wat hij zag als diepere beginselen en hogere levenswaarden.

Blut-und-Boden-Theorie

Cyriel Verschaeve liet zich leiden door dit boek en gebruikte in zijn lezingen en publicaties veel van Rosenberg, zoals diens rassen- en Blut-und-Boden-Theorie. Daarbij gebruikte hij vooral het hoofdstuk van Rosenberg over mystiek. Rosenberg meende dat het christendom weliswaar ontstaan is in het Oosten, maar daar was het ook door allerlei verkeerde invloeden afgedwaald van de oorspronkelijke bedoeling. In het Westen was het uitgewerkt door de mysticus Eckhart (circa 1260 - circa 1328), die stelde dat het christelijk denken was gefundeerd in de veel oudere Noordse mythen en in feite een Germaanse religie was.

Trouw, eer en moed

De belangrijkste punten in deze Germaanse religie waren volgens Eckhart trouw (aan eigen bloed en ras), eer en moed. Het beginsel 'liefde' gold alleen de eigen stam en moest niet verwateren tot een slappe houding. De Germaan moest sterk zijn, onverzettelijk en steeds het beste uit zichzelf halen. De Nederlandse hoogleraar, dichter, essayist en journalist Anton van Duinkerken (1903-1968) wees er al op hoe fout deze benadering van mystiek was. Het boek was door de kerk op de Index (de lijst van door de kerk verboden boeken) gezet.

Vlaanderen Germaans?

Verschaeve wilde bewijzen dat ook Vlaanderen Germaans was. Daartoe vond hij twee mystici die iets vroeger dan Eckhart leefden: Ruusbroec en Hadewijch. Ruusbroec plaatste hij in het verlengde van wat Rosenberg deed: in zijn vertalingen van diens teksten paste Verschaeve die echter af en toe aan. Zo vertaalde hij het Middelnederlandse woord 'bloet' dat 'naakt' of 'bloot' betekent, domweg met 'bloed', waardoor hij een wel heel eigen betekenis gaf aan Ruusbroecs geschriften.

Vrouwelijke mystica

Met Hadewijch had hij een vrouwelijke mystica. Omdat Hadewijch in haar mystieke geschriften strijdbaar is (anders dan een aantal Duitse mystieke dames), maakte Verschaeve van haar een rolmodel voor vrouwen door haar als een Walkure, een Brunhilde af te beelden. Dat beeld werd door velen overgenomen. Zo kon het gebeuren dat collaborerende meisjesbewegingen als de Dietsche Meisjesscharen op de actiedag in Lier werden aangemoedigd om 'Levet scone', Hadewijchs groet in haar brieven, te scanderen. Het eigenlijke van haar mystiek bleef onbesproken.

Het is denkbaar dat het onderzoek naar persoon en teksten van Hadewijch door deze acties na de oorlog een tijd heeft stilgelegen. Inmiddels is er veel over Hadewijch ontdekt en zijn de acties van Verschaeve en de zijnen vrijwel vergeten.

 

Jacques Troch en Annette Oud
Afdeling Twente-Achterhoek

 

Terug naar de PrincEzine (op de website)? Klik hier.