'Jan aan de Stroom': een privé-verzameling Afrikaanse kunst in Antwerpen

In de herfst presenteerden Jan Engels (voorzitter van de afdeling Antwerpen-Plantiniana) en zijn vrouw Kristina een overzichtscatalogus van hun privécollectie Afrikaanse kunst. In Anima Mundi ontdek je schitterende fotografie, begeleid door teksten van collectiebeheerder Kristina Engels en specialist in Afrikaanse kunst François Neyt. De redactie van PrincEzine ging op bezoek bij het echtpaar Engels voor een gesprek over de catalogus en kreeg een rondleiding in hun tentoonstellingsruimte/kunstdepot.

De rondleiding in het privémuseum begon met de vraag hoe het allemaal begonnen was. Klopte het dat Jan door een 'plastic krokodil' geïnteresseerd raakte in Afrikaanse kunst? Niet helemaal, zo bleek. "Ik herinner me het bezoek van een bevriende missionaris - verre familie – die, toen ik een jaar of tien was, op bezoek kwam tijdens een kort verblijf in België", blikt Jan terug. "Hij vertelde lange verhalen aan tafel en het is me bijgebleven hoe hij me een gesculpteerde krokodil gaf, afkomstig van zijn missie. Ik was gefascineerd door de schoonheid van het kunstwerkje en dat was wellicht het vertrekpunt van onze verzameling Afrikaanse kunst." Ik begreep het meteen: die krokodil was natuurlijk niet van plastic maar van ivoor…

Achterneef

Dat onze Princevrienden Afrikaanse kunst begonnen te verzamelen, is dus te danken aan puur toeval - of liever, aan die achterneef van de vader van Jan, Pater Maes, missionaris in Congo van 1947-2006. Zonder de herinnering aan hem zouden Jan en Kristina misschien wel nooit interesse gehad hebben in Afrikaanse kunst. In het dagelijks leven was Jan overigens tot zijn pensionering eigenaar van een groot Antwerps familiebedrijf dat zich steeds meer is gaan richten op zonne-energie en warmtepompen.

Verzamelingen

Jan en Kristina begonnen met een aantal erfstukken, wat maskers, maar met de jaren werd dat een echte collectie doordat ze bestaande verzamelingen opkochten, eerst van een goede vriend. Maar ze kregen ook aanbiedingen. Zo was er de Luikse schrijver-verzamelaar Paul Dresse de Lébioles (1901–1987), die in de eerste helft van de vorige eeuw een collectie van een vijftigtal stukken Afrikaanse kunst had samengesteld via aankopen in Parijs. "Plotseling kregen we telefoon van de man die de collectie van Lébioles in zijn bezit had. Hij werd ouder en wist met zijn kunstwerken geen raad meer. Hij had al een paar stukken weggegeven aan enkele familieleden, maar zij verkochten die meteen weer door. Omdat het voor hem belangrijk was dat de collectie zoveel mogelijk bijeen bleef, nam hij contact met ons op. In datzelfde jaar kregen we nog meer van zulke aanbiedingen met een belangrijke provenance."

Toeval

Ook de uitbreiding van de collectie is voor een groot deel bepaald door toeval. Zo kwamen Jan en Kristina een jaar of dertig geleden toevallig in contact met een abdij. Toen de abdij ging sluiten, hebben de paters hun voorgesteld dat zij de collectie die de paters als missionarissen in de jaren 1920-1950 verzameld hadden, zouden kopen. "Het opknappen van die stukken was een 'monnikenwerk'. De voorwerpen waren lange tijd opgestapeld in een kelder. De hele onderste laag was volledig beschadigd en beschimmeld. Gelukkig konden we het grootste deel van die prachtige stukken recupereren en analyseren."

Echtheid

Binnen de 'tribale kunst' is de echtheid een heet hangijzer, ook omdat het vaak over anonieme beeldhouwers gaat. Het is moeilijk om een object óf als authentiek óf als vals te beschouwen. De studie daarvan is zeer complex. Frank Willett (L’Art Africain. Une Introduction) onderscheidt verschillende categorieën, gaande van authentiek (1) naar vals (9). Authentieke objecten zijn gemaakt door een Afrikaan om gebruikt te worden door zijn eigen volk. Categorie 9 wordt gevormd door objecten, gemaakt door een niet-Afrikaan voor verkoop aan andere niet-Afrikanen: objecten die men laat doorgaan als 'Afrikaans'.

Vreemdeling

Bij de categorieën 2 tot en met 8 kunnen de objecten eventueel wel gemaakt zijn door een Afrikaan, maar is het gemaakt 'voor verkoop aan een vreemdeling' of 'op bevel of bestelling van een buitenlander'. Typeringen als 'in traditionele stijl' en 'povere imitatie' zeggen genoeg.

Een voorbeeld helpt hier misschien. Zo bestaat er een troon van koning Njoya, waarvan het origineel in Foumban (Kameroen) gebleven is en de replica, zo waarheidsgetrouw mogelijk, geschonken werd als eerbetoon aan een belangrijke niet-Afrikaanse bezoeker: een voorwerp in traditionele stijl, gemaakt door een Afrikaan, geschonken aan een niet-Afrikaan.

Optelsom

Wat betekent dat nu voor een collectie? Om de echtheid aan te tonen is een optelsom nodig van wetenschappelijke testen, een mooie stamboom en de juiste papieren. Maar hoe achterhaal je of alle stukken in een collectie authentiek zijn? Met dendrologisch onderzoek kun je op basis van de jaarringen de leeftijd van hout achterhalen. Maar dat zegt niets over het moment waarop een stuk gesculpteerd is. "Zulke onderzoeken zijn zeer duur en zouden voor onze hele collectie een fortuin kosten. We lieten regelmatig experts komen. Maar zij gaven vaak tegenstrijdige adviezen. Daarom hebben we besloten ook de 'twijfelachtige' stukken op te nemen in onze collectie. Eigenlijk zijn we meer geïnteresseerd in de schoonheid en de vele functies van de stukken dan in de authenticiteit."

Religiepraktijk

Elk Afrikaans kunstvoorwerp is geïntegreerd in de individuele en gemeenschappelijke religiepraktijk, en is daarvan ook de essentiële uitdrukking. Het betekent dat de objecten nooit helemaal begrepen kunnen worden, tenzij door iemand die volledig deel heeft aan de culturele context waarin de kunstwerken zijn ontstaan en voor wie de schoonheidswaarde slechts bijkomstig is. De hedendaagse kunstliefhebber is met die context vaak onbekend en maalt er doorgaans ook niet om. Voor hen gaat het in de eerste plaats om uitingen van schoonheid. De westerse mens voelt dus niet altijd de heilige betekenis aan van een voorouderbeeld of van een masker zoals de mens in de meer traditionele cultuur dat doet.

Afrikaanse ziel

Hoe zien Jan en Kristina dat? Ze zijn zeker dichter bij de 'Afrikaanse ziel' gekomen door zelf Kenia, Senegal, Namibië, Zambia, Botswana, en Zuid-Afrika te bezoeken. "De westerse mens kan toch op zijn minst op een andere wijze pogen door geëigende verklaring en aansluitend bij hetgeen in hem aan archaïsche elementen nog is overgebleven, in contact te komen met het geheimzinnige van deze magische voorwerpen. Zulke inspanning wordt beloond met diep poëtische ontroering. Het is ons overkomen! Afrikaanse kunst kwam toevallig op ons pad. Het is voor ons beiden een grote passie geworden."

Het JAS

De almaar groter wordende collectie bleef jarenlang bewaard in containers. Vijftien jaar geleden kwam daar een einde aan, dankzij… het goede doel. Jan en Kristina zetten zich in voor de vzw ANADE, een organisatie die opkomt voor welzijn van kinderen en jongeren in nood. Dat betekent continu zoeken naar nieuwe manieren om geld in te zamelen. "Totdat we plotseling een ingeving kregen: waarom maken we geen museum van onze collectie waar we rondleidingen organiseren? Met dat plan sloegen we twee vliegen in één klap: we zamelden middelen in voor ANADE en de collectie werd in ere hersteld. Ons privémuseum voor tribale kunst doopten we het JAS, 'Jan aan de Stroom', een zinspeling op het MAS (Museum aan de Stroom) dat hier vlakbij is." JAS werd een plek waar creativiteit, kunst en tradities elkaar ontmoeten. Het is alleen op afspraak te bezoeken.

Achtergrondkennis

Kristina voelde bij het verzamelen van kunst al snel de behoefte aan meer achtergrondkennis. Ze volgde een cursus over Afrikaanse maskers in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Het was het begin van vele ontmoetingen met interessante mensen. "Zoals bijvoorbeeld pater François Neyts, een wereldautoriteit op het gebied van Afrikaanse kunst. Een tijdje na die ontmoeting ontstond het idee voor een boek, ongeveer rond 2015. Het betekende onze objecten inventariseren, fotograferen en alles in de computer stoppen. We hebben het over duizend stukken. Voor het boek kozen we de mooiste exemplaren, die we dan beschreven en probeerden te situeren qua symboliek en gebruik."

 

Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine