Tongeren en het christendom in de vierde tot en met de zevende eeuw

Steven Vandewal, historicus en archivaris van Tongeren-Borgloon, behaalde in 2024 een doctoraatstitel met een verhandeling over de regio 'Civitas Tungrorum', van de late Romeinse Tijd tot de vroege Middeleeuwen. Hij gaf er begin deze maand een lezing over bij de afdeling Haspengouw. Waarom viel het christendom in Haspengouw in vruchtbare aarde? Wat gebeurde er in deze regio tijdens de volksverhuizingen? Verloor Tongeren echt haar bisschopszetel? Wanneer verspreidde het christendom zich van de steden naar het platteland?

 

Los van persoonlijke opvattingen over Kerk en geloof kan niemand erom heen: 'de kerk' in onze dorpen en steden was en is (en blijft nog vaak) het centrale gebouw. Vele kerken zijn inmiddels belangrijk materieel erfgoed geworden, ook al is de religieuze functie verdwenen, of ondergeschikt geworden. Bovendien heeft 'de Kerk' als instituut tot diep in de vorige eeuw een uitermate belangrijke rol gespeeld in het cultureel-maatschappelijke leven van onze regio, en bij uitbreiding van het ganse continent en grote delen van de wereld.

Schilderijen

Steven Vandewal toonde in dit verband twee schilderijen die deze stelling onderbouwen. Het betrof de heilige Maternus, die reeds in de eerste eeuw het christendom gepredikt zou hebben in de jonge stad Tongeren. Het is een historisch incorrect gegeven (Maternus leefde enkele eeuwen later), maar het verwijst wel naar de aanwezigheid van het christendom in onze contreien tijdens de laat-Romeinse Oudheid. Een tweede schilderij toont het doopsel van de Frankische koning Clovis omstreeks 500, dus tijdens het prille begin van de Middeleeuwen. Deze overgangsperiode van Klassieke Oudheid naar Middeleeuwen is cruciaal om het kersteningsverhaal van onze regio en bij uitbreiding een groot deel van West-Europa te begrijpen.

Civitas Tungrorum

Sinds de prehistorie is Haspengouw een belangrijke doorgangs- en contactregio tussen Noordzee en Rijn. Het is dus geen toeval dat precies in deze vruchtbare regio de stad Tongeren werd gesticht, het centrum overigens van een veel grotere regio: de Civitas Tungrorum. Gelegen op het grensgebied tussen Vochtig- en Droog-Haspengouw had de stad de beschikking over de noordelijk gelegen weilanden en bossen, en de zuidelijker gelegen akkerlanden. Tongeren en de wijde omgeving leenden zich dus uitstekend tot de ontwikkeling van de typisch Romeinse villacultuur. Die kwam veel minder tot ontwikkeling in wat vandaag de Kempen is.

Christianisering

Tongeren, en bij uitbreiding Haspengouw, vormden dus 'vruchtbare grond' voor de beginnende christianisering of kerstening. Er is in dit verband wel een verschil tussen de vierde eeuw enerzijds en de eeuwen tot en met de vroege Middeleeuwen. In de laat-Romeinse tijd werd alles gedirigeerd vanuit Rome, en was er een sterke gerichtheid op de steden. Bij het begin van de Middeleeuwen vanaf de late vijfde eeuw verschoof het zwaartepunt naar het platteland. De christianisering werd toen ook sterk getrokken door belangrijke rurale heren.

Middellandse Zeegebied

Vanaf de eerste en tweede eeuw verspreidde het christendom zich rond het Middellandse Zeegebied, in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vanaf circa 300 bereikte het ook de perifere regio’s zoals de Civitas Tungrorum. De vroegste sporen in dit verband zijn christelijke graven. Het christendom in noord-Gallië was aan het eind van de derde en in de vierde eeuw erg staatsgeoriënteerd (vanuit Rome) en gefocust op de bisschopssteden. In de regio Haspengouw beperkte het zich in hoofdzaak tot de steden Tongeren, Maastricht en Hoei. In Tongeren lag in de vierde eeuw een Romeinse basilica, die ook een religieuze functie had. Het werd de opstap naar de latere kerk uit de vroege Middeleeuwen en finaal de OLV-basiliek. Er is dus sprake van een zekere continuïteit tussen de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen.

Bisschop

Zoals reeds vermeld was de aanwezigheid van H. Maternus in de eerste eeuw historisch incorrect. Ook zijn optreden als bisschop van Tongeren in de vierde eeuw is twijfelachtig. De eerste historisch traceerbare bisschop is H. Servatius, eveneens in de vierde eeuw. Hij bracht de bisschopszetel over naar Maastricht, zodat hij ook door deze stad wordt geclaimd. In de praktijk waren de bisschoppen in de laat-Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen ambulant (rondreizend). Vaak voerden zij de titel bisschop van Tongeren en Maastricht. Niet alle bisschoppen in deze periode kunnen echter precies getraceerd worden, zodat het moeilijk is om een duidelijke lijn of continuïteit te detecteren. Dat is zeker het geval voor de vijfde eeuw.

Luik

Ook in Luik werd vaak geresideerd. Vanaf de achtste eeuw werd Luik uiteindelijk hét bisschoppelijke centrum, een traditie die teruggaat tot de tijd van H. Lambertus en zijn opvolger H. Hubertus. Laatstgenoemde bracht volgens de overlevering de stoffelijke resten van de vermoorde Lambertus naar Luik. Dat gebeurde kort na 700. Luik werd sindsdien dé bisschopsstad. Na Tongeren verloor toen ook Maastricht haar betekenis als bisschoppelijk centrum.

Volksverhuizingen

De eeuw van de grote volksverhuizingen is de tijd van de duistere Middeleeuwen, zoals de periode veralgemenend wordt genoemd. Het is de tijd van de invallende 'barbaren', een episode die vaak doortrokken is van allerlei clichés en vertekende voorstellingen. Hoe dan ook, vastgesteld wordt dat er in die tijd minder christelijke begravingen waren en ook de grafvondsten zijn beperkter in aantal. Dit geldt overigens niet alleen voor de regio Tongeren, maar voor gans noord-Gallië. Oorzaken zijn ziektes, een ongunstig klimaat en de talrijke oorlogen. Niet alleen waren er conflicten met de Germaanse invallers. Romeinse legeraanvoerders voerden ook geregeld onder elkaar een bloedige machtsstrijd uit.

Rust

Pas omstreeks 500 keerde de rust in zekere mate terug. Dat komt in belangrijke mate omdat de (Salische) Franken hun macht wisten te vestigen over het grootste deel van de Benelux en een deel van Noord-Frankrijk en het gebied ten westen van de Rijn. Een belangrijk momentum in deze is het (vermelde) doopsel van Frankenkoning Clovis in Reims, vermoedelijk in of omstreeks 496. Vanaf de zesde eeuw zien we dan ook een toenemende kerkenbouw, in Haspengouw, maar ook elders in het door de Franken gedomineerde deel van het vroegere Romeinse Rijk.

Bekeringen

De zesde en zeker de zevende eeuw was de tijd van de grote bekeringen in het huidige België. Een probleem voor het historisch onderzoek is evenwel het beperkte aantal geschreven bronnen. Belangrijk zijn de vitae of heiligenlevens, maar die moeten door een sterke kritische bril worden bekeken. Aanvullend zijn er ook een zeer beperkt aantal ambtelijke teksten, oorkonden.

Gekerstend

Specifiek voor Haspengouw werd er gekerstend vanuit de bisschopssteden Tongeren en Maastricht en vanuit het pre-stedelijke Hoei. Ook rurale religieuze gemeenschappen als die in (het latere) Sint-Truiden, Munsterbilzen en Aldeneik speelden een belangrijke rol in het kersteningsproces, vooral vanaf het midden van de zevende eeuw. Trekkers waren meestal leden van de lokale Frankische elite, onder wie bijvoorbeeld H. Trudo. Benoorden de Demer bleven de activiteiten eerder beperkt, ook al omdat de oude Romeinse villacultuur als aantrekkingspool en minder aanwezig was.

Platteland

Het christendom bereikte ook steeds duidelijker het platteland, waar kerkjes met kleine kerkhoven errond verrezen. Voor wat de oude bisschopsstad Tongeren betreft, wijzen de (archeologische) sporen in de richting van een sterke wordende christelijke activiteit. Die was overigens in de vijfde eeuw niet verdwenen. Veeleer is er dus sprake van continuïteit, met een sterke heropleving na 500.

Patrocinia

Bij wijze van epiloog verwijst spreker Steven Vandewal naar de patrocinia, de naamstoewijzing van de lokale vroeg-Middeleeuwse kerken aan een welbepaalde heilige. Het gaat hierbij zowel om streekgebonden Frankische heiligen, zoals H. Gertrudis van Landen (of Nijvel) als om figuren uit de Romeinse tijd. Een notoir voorbeeld is H. Martinus, oud-legioensoldaat en bisschop van Tours.

Het was een goed gedocumenteerde uiteenzetting door een onderlegde spreker. De talrijke details en feiten, alsook een zekere voorkennis, vereisten wel een stevige portie aandacht.

 

Frank Decat
Secretaris afdeling Haspengouw