Aantredend gewestpresident Oost-Nederland Albert de Vries: "Onverschilligheid te lijf gaan"

Aan het begin van zijn loopbaan kreeg Albert de Vries het advies om naast zijn werk ook iets voor de samenleving te gaan doen. Sindsdien is hij op vele manieren als vrijwilliger aan de slag geweest. Zijn nieuwste project: 'GP zijn', in Oost-Nederland. Maar er moet natuurlijk wel ruimte overblijven om elk jaar mee te zingen met de Matthäus Passion…
Hoe lang ben je al lid en welke functies en/of verantwoordelijkheden heb je binnen de OvdP sindsdien zoal gehad? Sinds wanneer ben je gewestpresident?
Ruim tien jaar geleden ben ik lid geworden in de afdeling Arnhem. Sinds eind vorig jaar ben ik acterend GP. In de afdeling heb ik verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder een lustrum en het dagvoorzitterschap van de Algemene Ledendag in Ede - over laaggeletterdheid.
Waarom ben je toentertijd lid geworden?
Ik had behoefte aan een vaste club - naast mijn werk en andere activiteiten. Over onderwerpen die mijn belangstelling hadden en hebben, zoals historie en cultuur. Zij helpen ons om onze gemeenschappelijke herkomst te duiden, een waarde die extra aandacht verdient in een tijd van veranderende grenzen, geografische zowel als morele.
Wat doe of deed je naast de OvdP?
Mijn werkzame leven heb ik doorgebracht in de wereld van de advocatuur (Loeff & Van der Ploeg, Rotterdam) en de ruimtelijke ordening/bouw (Heidemij/Arcadis, Berenschot/AT Osborne en mijn eigen onderneming Pro6adv BV).
Aan het begin van mijn loopbaan kreeg ik het advies van een chef dat een 30+er, die zijn leven op de rit heeft, best iets mag beginnen terug te doen voor de samenleving waar hij het geluk had dat zijn wiegje mocht staan. Sindsdien ben ik in vrijwillige omgevingen actief geweest, in een breed veld: de lokale politiek, het onderwijs, cultuur, ontwikkelingshulp, sport.
Waarom wilde je gewestpresident worden?
Een van de voordelen van de OvdP is dat je over de grens van je afdeling heen kunt kijken. Daar ontmoet je een veelheid van gelijkgestemden, vaak eloquent, met een brede blik en belangstellend. Voeg daar nog eens de gastvrijheid van en de amicitia met de Vlamingen aan toe en je hebt je 'cluppie'.
Als GP vind ik het belangrijk dat netwerk te promoten en Princegenoten te verleiden over de dijken van hun afdeling te treden. Samen kunnen we onze roots bediscussiëren, onverschilligheid te lijf gaan, al te simplistische verklaringen wantrouwen en een genuanceerde blik behouden. Niet wanhopen in ogenschijnlijk soms wanordelijke tijden, maar het plezier delen van het samen zijn. De installatie van nieuwe leden geeft mij de kans onze afdelingen te kennen en op een hedendaagse manier bepaalde rituelen te behouden. Ik werk niet graag vanuit hiërarchie. Veeleer vanuit respect en waardering voor wat we doen en waar velen plezier aan beleven en zich voor inzetten.
Het begin was even zoeken naar een rolinvulling. De afdelingen in Oost-Nederland draaien. Daar gaat de meeste aandacht naar het programma en het invullen van een gezellig en nuttig jaar. Het Bestuur is bezig met het verbeteren van de financiën en ontplooien van een veelheid aan nieuwe initiatieven. Wat kan die tussenlaag van gewestpresidenten daaraan toevoegen? Dat is iets dat de scope van de afdelingsvoorzitter te boven gaat.
Wat is het belangrijkste dat je nu gaat oppakken?
Ik ben op een prettige manier voorbereid door mijn voorgangers Theo Kralt en Jeanette van Nigtevegt. Dat gaf mij de tijd om vooruit te kijken. Er kwam een aantal mogelijkheden langs en bij twee daarvan heb ik mijn vinger opgestoken.
Ten eerste de OvdP-reizen. Omdat er in mijn beleving geen beter middel is dat mensen elkaar leren kennen dan door samen op reis te gaan.
Ten tweede: ledenaanwas en verjonging. Biologisch is het een wetmatigheid dat we, als we geen actie ondernemen, over een jaar of twintig niet meer bestaan. Uitgaande van onze relatief hoge gemiddelde leeftijd, die elk jaar ook nog eens flink toeneemt.
Ik ben blij met de steun van twee nieuwe leden in ons gewestelijk bestuur, Charles Teerlink uit Apeldoorn en Nicoline van der Sijs uit Utrecht. Daarmee gaan we hopelijk waarde toevoegen.
Hoe denk je dat je na je afscheid herinnerd zal worden?
Mogelijk heeft men herkend dat ik mijn verantwoordelijkheid neem en anderen enthousiasmeer om de Orde een stapje verder te helpen.
Waar doet een afdelingsvoorzitter je tijdens een etentje geen plezier mee?
Met een advies om mijn ervaringen op Insta te posten. Ik ben terughoudend over sociale media. Vooral om de uitwassen ervan. Dat 'Kijk mij eens' gedrag, vol zelf-felicitering. Jubelende posts, voor de beeldvorming. Wanneer is genoeg genoeg? Wat is er overgebleven van beheersing en bescheidenheid?
Anderzijds realiseer ik me: als ik wil helpen met verjonging, dan is zichtbaarheid noodzakelijk. De nieuwe generatie lééft online. Ik heb jonge afstudeerders aangenomen die hun hele studietijd geen boek hebben opengeslagen, die volledig online hebben gestudeerd. We gaan een nieuwe wereld tegemoet. Een generatie die anders leert en leeft dan onze generatie. Daar mogen we nieuwsgierig naar zijn, niet alleen maar sceptisch over echte of vermeende achteruitgang. Dan heb ik dus iemand naast me nodig die wel aardigheid heeft in onze online zichtbaarheid, anders bereiken we de Nextgen helemaal niet meer...
Wat weet (haast) niemand binnen de OvdP over jou?
Van jongs af aan ben ik een groot liefhebber van klassieke muziek. Als amateur cellist en bariton heb ik werken zelf mogen instuderen en uitvoeren. Dat samenspelen is een van de mooie elementen uit mijn actieve muziekhobby.
Zo werd ik lid van het Toonkunstkoor in Arnhem, dat al ruim honderd jaar de Matthäus Passion uitvoert. In Musis Sacrum, Arnhem, samen met het Gelders Orkest, nu Phion. Elke keer weer was ik onder de indruk van de muziek. En de verhalen, de lessen zo je wil, die uit de teksten kunnen worden getrokken. Zoals het middendeel waarin Petrus, de eerste onder de apostelen, Christus driemaal verloochent als het spannend wordt. Vervolgens berouw toont ('Erbarme Dich'), vergeving ontvangt en de stichter van de kerkgemeenschap wordt.
Ik ben in de teksten en de muziek gedoken. Heb een facsimile van de originele partituur gekregen. De Matthäus is het enige werk dat Bach zelf opnieuw heeft uitgeschreven - in kleur. Het wordt als de Bijbel bewaard in de Staatsbibliotheek in Berlijn. Van die studie heb ik een lezing gemaakt, vanuit het perspectief 'wat kan iemand, die niet gelovig is opgevoed, leren van de bijbel'. Een verhaal van twee uur, gelardeerd met muziekfragmenten en schilderijen. Ik krijg daar nog steeds complimenten voor en daar ben ik trots op.
Foto: Albert de Vries (rechts) met Chris van Weel (voorzitter van de afdeling Nijmegen - midden) en Brigitte Weusten bij haar installatie in 2026 (links).