Gewestdag Brabant: hoogte- en dieptepunten in 600 jaar universiteit in Leuven

Al zeshonderd jaar - nu ja, min of meer - is de universiteit van Leuven een plek waar mensen verbonden worden door kennis, wetenschap, cultuur en vriendschap. Voor de twee Brabantse gewesten was dat een mooie insteek voor hun gezamenlijke gewestdag. Hoe vaak werd de universiteit gesloten? Wat kun je leren van studentennotities uit het verre verleden? Welke taalstrijden zijn er binnen en over de universiteit gevoerd?

 

De hallen van de Katholieke Universiteit in Leuven was de plaats waar de gewesten Brabant-Oost en Brabant-West op 16 februari hun gezamenlijke gewestdag over 600 jaar KU Leuven hadden georganiseerd. Onder het toeziend oog van de rectoren, die vanuit hun statige portretten in de Promotiezaal welwillend neerkeken op de ruim honderdvijftig aanwezigen, opende gewestpresident Karel Van Liempt (Brabant-Oost) de dag. Hij feliciteerde de organiserende afdelingen, Leuven en Leuven-Arenberg, voor het initiatief.

Kromme rekenkunde

De voorzitter van de afdeling Leuven, Walter Luyten, zelf als emeritus professor verbonden aan de KU Leuven, schetste zes eeuwen geschiedenis, met enige kritisch-ironische verwijzingen naar de kromme rekenkunde die daarbij gehanteerd werd. De universiteit is in die tijd ook even opgedoekt en ze was ook niet altijd katholiek.

Opgericht

De universiteit werd opgericht in december 1425, toen paus Martinus V zijn goedkeuring gaf aan het initiatief van het Leuvense stadsbestuur en hertog Jan IV van Brabant. Wat begon in de lakenhal met drie faculteiten - artes, rechten en geneeskunde '- groeide al snel uit tot een bruisend centrum van kennis en vernieuwing. In de zestiende eeuw kende de universiteit een gouden tijd: Erasmus stichtte het Collegium Trilingue, Thomas More liet er zijn Utopia drukken, Vesalius herschreef de medische wetenschap en Mercator tekende zijn beroemde kaarten. Ook in latere eeuwen liet de universiteit haar stempel achter, onder meer dankzij rector Hendrik Rega, die de universiteitshallen uitbreidde en de botanische tuin en het theatrum anatomicum oprichtte.

Tegenslag

Ondanks periodes van tegenslag, zoals de sluiting onder Frans bewind en de door Duitse troepen aangestoken brand van de universiteitsbibliotheek in 1914, bleef de KU Leuven steeds herrijzen. De twintigste eeuw bracht nieuwe mijlpalen: de oprichting van Lovanium in Congo, de toegang van vrouwen tot het hoger onderwijs, de invoering van Nederlandstalige opleidingen en de baanbrekende oerknaltheorie van Georges Lemaître. Sinds de splitsing in 1968 en de groei van de campussen, waaronder Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg, is de KU Leuven uitgegroeid tot een moderne, internationaal gewaardeerde universiteit met een eeuwenoude traditie van vooruitgang en vernieuwing.

Academische verdieping

De rest van de ochtend stond in het teken van academische verdieping, waarbij drie sprekers ons meenamen door de tijd. Professor Violet Soen opende de rij met een verrassende inkijk in historische studentennotities. Ze vertelde hoe deze schriftjes, zoals die van Hendrik Johan van Cantelbeke uit 1669, veel meer zijn dan louter collegedictaten. Zo ontdekten we dat studenten toen ook al wegdroomden in de marge: Hendrik tekende een fonteintje bij zijn fysicanotities en een draakje dat in een slang bijt - een prachtig symbool voor de student die de leerstof 'verorbert' en verwerkt. Dankzij moderne AI-technieken zijn deze persoonlijke beslommeringen van de studenten van toen nu toegankelijk voor iedereen in het project Magister Dixit.

Markante figuren

Vervolgens schetste professor Geert Vanpaemel het portret van vier markante figuren die de universiteit én het Leuvense straatbeeld (via hun standbeelden) vormgaven. Van de stoïcijnse rust van Justus Lipsius tot de explosieve ontdekkingen van Jan Pieter Minckelers, die met zijn steenkolengas niet alleen de eerste luchtballon de lucht in stuurde, maar ook de weg plaveide voor de moderne straatverlichting. We leerden over de internationale ambities van kardinaal Mercier en eindigden in de moderne tijd bij Roger Van Overstraeten, de drijvende kracht achter de onderzoeksinstelling IMEC, die Leuven definitief op de kaart zette als technologische topregio.

Taalstrijden

Als slotstuk van de ochtend nam de voormalige archivaris van het universiteitsarchief, Mark Derez, ons mee door de bewogen taalstrijden die aan de universiteit gewoed hebben. Van het Latijn in de achttiende eeuw naar het 'Ça jamais' van kardinaal Mercier (de universiteit zou nooit ofte nimmer Nederlandstalig mogen worden), tot de uiteindelijke splitsing in 1968. Het was een boeiend relaas over hoe taal in Leuven nooit louter een communicatiemiddel was, maar ook een instrument voor sociale emancipatie.

Cultuur en ontmoeting

Na de lunch kregen de deelnemers de kans om de rijke geschiedenis van Leuven en de universiteit zelf te ontdekken. Een aanzienlijke groep trok naar de universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein, waar de tentoonstelling Routes naar kennis de bewogen geschiedenis van dit iconische gebouw en zijn collecties tastbaar maakten. Anderen kozen voor de serene verstilling van de Sint-Pieterskerk of een bezoek aan Museum M, met het fascinerende werk van visueel kunstenares Alicja Kwade, terwijl een enthousiaste groep de kou trotseerde met een kunst- en wetenschapswandeling door het stadscentrum.

Artefac-parcours

Voor wie de blik liever op de toekomst en hedendaagse creativiteit richtte, bood het Artefact-parcours in kunstencentrum STUK een prikkelende ervaring op het snijvlak van kunst en wetenschap. De grote verscheidenheid aan activiteiten zorgde ervoor dat elk lid wel een aspect van de universiteitsstad vond dat hem of haar persoonlijk aansprak. 

De dag werd afgerond met een receptie in de Jubileumzaal. Terwijl de glazen klonken, vatte gewestpresident Wim Hüsken (Brabant-West) de dag treffend samen: we vierden niet alleen 600 jaar academische traditie in Leuven, maar ook de levendige gemeenschap die de Orde van den Prince vandaag is.

 

Tekst: Claire Dejaeger (afdeling Leuven) en Ruud Hendrickx (afdeling Leuven-Arenberg)

Foto's: Jan Van Daele (afdeling Keerbergen) en Ruud Hendrickx (nog meer foto's)