Landverhuizers, migratie, afscheid, Erasmus en smibanese op Algemene Ledendag

Het thema 'Landverhuizers' werd op de Algemene Ledendag eerder deze maand breed ingevuld. Met een geschiedenislesje over de SS Rotterdam, waar de dag doorging, het schip dat zoveel gelukszoekers naar Amerika had gebracht. Met een terugblik op de Vlaamse migratie naar Nederland sinds de zestiende eeuw. Met een betoog over het verband tussen migratie en verdraagzaamheid. Met een terugblik op het leven van de bekendste Rotterdammer, de landverhuizer Erasmus. Met het levensverhaal van Professor Soortkill, de jongen van Surinaamse afkomst die zijn eigen docent werd en nu jongeren de Bijlmer helpt hun mogelijkheden te zien in plaats van hun beperkingen. En met een gevarieerd middagprogramma waarbij de deelnemers op verschillende plekken in Katendrecht de migratie uit Nederland belicht kregen.

De Algemene Ledendag werd geopend door de Rotterdamse afdelingsvoorzitter Caspar van der Woude. Hij zette het thema 'Landverhuizers' neer tegen de achtergrond van de iconische locatie waar de 350 leden, partners en introducées zich bevonden. De SS Rotterdam, afgemeerd tussen de Kop van Zuid en Katendrecht, vormt immers het fysieke scharnierpunt van twee eeuwen mondiale menselijke beweging. Aan de ene zijde van de kade, op de Kop van Zuid, vertrokken generaties Nederlandse en Europese emigranten met de Holland-Amerika Lijn naar de Nieuwe Wereld. Zij lieten hun vaderland achter op zoek naar een betere toekomst, maar droegen in hun koffers hun taal, gewoonten en culturele identiteit mee. Aan de overzijde, op Katendrecht, kwamen juist opeenvolgende stromen nieuwkomers aan. Katendrecht ontwikkelde zich van het eerste Chinatown van Europa tot een landingsplek voor Kaapverdianen, Grieken, Portugezen en Marokkanen, die op hun beurt de Rotterdamse stadsidentiteit verrijkten met hun gerechten, muziek en verhalen.

 

Vlaamse migratiestroom

Bijzondere aandacht vroeg afdelingsvoorzitter Van der Woude voor de eeuwenoude Vlaamse migratiestroom naar Rotterdam. Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtten duizenden Vlamingen voor de Spaanse overheersing richting het noorden. Rond het jaar 1600 was maar liefst vijftien procent van de Rotterdamse stadsbevolking van Vlaamse herkomst. Hun integratie verliep opmerkelijk snel: al in 1585 trad de eerste Vlaamse bestuurder toe tot het Rotterdamse vroedschap. Uit historische stadsarchieven blijkt dat de Rotterdammers destijds verrast werden door de 'liederlijke levenswijze' van de Vlamingen. Van der Woude sprak de hoop uit dat deze Vlaamse ‘lieflijkheid’ het van oorsprong meer calvinistische en ingehouden Rotterdam door de eeuwen heen blijvend heeft verzacht.

Belgische ambassadeur

Koen Adam, de Belgische ambassadeur in Nederland, introduceerde zichzelf als een 'ervaringsdeskundige migrant met een meervoudige identiteit':  geboren Brabander, getogen Gentenaar, Vlaming, Belg, Europeaan en wereldburger. Hij nam hij de zaal mee langs de uitdagingen van grensoverschrijdende samenwerking en integratie. Het uitgangspunt van zijn uiteenzetting vormde de Pacificatie van Gent uit 1576. De historische waarde daarvan lag volgens Adam niet in het wegnemen van alle verschillen, maar in het herkennen van gedeelde belangen. Deze les is volgens hem rechtstreeks toepasbaar op het hedendaagse migratiedebat: maatschappelijke samenhang ontstaat niet doordat iedereen dezelfde overtuiging deelt, maar door het vinden van een gemeenschappelijk toekomstperspectief waarin verschillen mogen overblijven.

Parallel

Vervolgens trok de ambassadeur een parallel naar de demografische en economische aspecten van migratie in de afgelopen eeuwen. Hij memoreerde dat in de zeventiende en achttiende eeuw tussen de dertig en zestig procent van de inwoners van steden als Amsterdam, Rotterdam en Leiden uit migranten bestond. Deze instroom uit onder meer Duitsland, Scandinavië, Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden was essentieel om stads- en haveneconomieën draaiende te houden en de bevolking op peil te houden tegen de achtergrond van hoge stedelijke sterftecijfers. Tegelijkertijd was er vanuit Rotterdam een stroom van gelukszoekers die in de Nieuwe Wereld aan de armoede in Europa probeerde te ontsnappen.

Voorwaarde

Dit doortrekkend naar het heden betoogde Adam dat immigratie door de huidige demografische vergrijzing opnieuw een onvermijdelijke voorwaarde is voor het in stand houden van onze welvaartsstaat. Hij verwees hierbij naar technologische broedplaatsen zoals ASML bij Eindhoven, waar innovatie en werkgelegenheid niet langer gerealiseerd kunnen worden zonder de voortdurende instroom van internationale kenniswerkers. Hij waarschuwde voor een krampachtige reflex van maatschappelijke afscherming. Hoewel migratie als dynamisch proces onvermijdelijk frictie veroorzaakt, benadrukte hij dat frictie ook de nodige energie genereert voor innovatie en groei. Een volwassen democratie dient volgens de ambassadeur te streven naar een 'whole of government'-aanpak en een ordentelijke internationale mobiliteit. Dit vereist doortastende Europese en Benelux-samenwerking, rechtszekerheid voor nieuwkomers, maar evengoed de plicht voor de migrant die hier mag (ver)blijven om de taal te leren, de wetten te respecteren en actief bij te dragen aan de gastheersamenleving.

Erasmus biografe

Historica en biografe Sandra Langereis ontleedde in een bevlogen lezing het leven van Desiderius Erasmus, niet als een statisch icoon op een sokkel, maar als een landverhuizer van vlees en bloed, die zijn hele leven lang zocht naar een intellectueel thuis. Langereis, auteur van de gelauwerde biografie Erasmus: Dwarsdenker, schetste hoe de beroemdste Rotterdammer aller tijden al op jonge leeftijd gedwongen werd tot een zwervend bestaan.

Na het verlies van zijn beide ouders aan de pest werd de veertienjarige Erasmus door zijn voogden in het strenge augustijnenklooster bij Gouda opgesloten, in principe voor de rest van zijn leven. Voor de leergierige en briljante jongen voelde dit kloosterbestaan als een intellectuele gevangenis. Op zijn 23e wist hij te ontsnappen, waarna zijn levenslange trektocht door Europa begon. Zeker in het begin werd die reis veelal gefinancieerd met het geven van (bij)les aan rijke adellijke studenten. Langereis maakte de zaal aanschouwelijk duidelijk hoe zwaar en gevaarlijk landverhuizen in de zestiende eeuw was. Aan de hand van aangrijpende fragmenten uit haar boek beschreef ze hoe Erasmus berooid door Frankrijk trok nadat een Engelse tolambtenaar al zijn spaargeld in beslag had genomen, hoe hij te paard een ijskoude Alpenpas op 2.000 meter hoogte trotseerde en hoe hij per gammel zeilbootje de verraderlijke Noordzee overstak.

Venetië

Een cruciaal hoofdstuk in de wetenschappelijke vorming van Erasmus speelde zich af in Venetië. In de beroemde drukkerij van Aldus Manutius werkte Erasmus tot twaalf uur per dag aan de redactie van antieke teksten. In erbarmelijke arbeidsomstandigheden - waar het eten zo schaars was dat Erasmus later smalend schreef dat "de wijn smaakte naar verschraalde paardenpis en het brood als een baksteen" - legde hij de basis voor zijn levenswerk. Samen met gevluchte Joodse geleerden uit Andalusië en Griekse intellectuelen uit het ingestorte Byzantijnse Rijk perfectioneerde hij zijn Hebreeuws en Oudgrieks. Met deze talenkennis formuleerde hij zijn filologische herziening van het Nieuwe Testament, waarmee hij aantoonde dat eeuwenoude kerkelijke dogma's zoals de erfzonde niet in de oorspronkelijke oerteksten voorkwamen. En dat er in al die eeuwen veel vergissingen, fouten en regelrechte vervalsingen in de Vulgaatbijbel terecht waren gekomen.

Thomas More

Het intellectuele hoogtepunt van zijn reizen vond Erasmus in Engeland, in het Londense gezin van zijn boezemvriend de jurist, staatsman, schrijver en humanist Thomas More. Daar schreef hij zijn meesterwerk Lof der zotheid, wat een bestseller werd, iets waar hij financieel overigens niet veel wijzer van werd. In huize More was Erasmus getuige van een voor die tijd uniek sociaal experiment: Thomas More gaf zijn dochters, onder wie de zeer getalenteerde Margaret More, een volwaardige humanistische opvoeding in klassieke talen, wiskunde en sterrenkunde. Erasmus, die voorheen dacht dat vrouwen ver van boeken gehouden moesten worden, herzag zijn vooroordelen radicaal. Hij werd een hartstochtelijk pleitbezorger van onderwijs voor vrouwen en zag scholing als de ultieme sociaal-emancipatoire motor om maatschappelijke ongelijkheid te doorbreken. Dochter Margaret More kreeg uiteindelijk na haar huwelijk weliswaar een serieuze baan als regentes van een armenhuis, maar als vrouw werd ze daar niet voor betaald. Sandra Langereis sloot af met de gedachte dat Erasmus zijn hele leven een dwarsdenker was geweest die het met iedereen aan de stok had, maar dat zijn geleerde, inspirerende, geestige en leerzame stem nog altijd een inspiratiebron blijft.

 

Professor Soortkill

Met grote energie en veel zeggingskracht sloot Professor Soortkill - auteur, cultuurpionier en oprichter van het platform Smib - het ochtendprogramma af. In een bevlogen college nam hij de toehoorders mee in zijn persoonlijke levensreis: van zijn jeugd in Amsterdam Nieuw-West en de ingrijpende verhuizing naar Amsterdam Zuidoost (de Bijlmer, Bims genoemd op straat en dat werd dan weer omgedraaid tot Smib), tot het stichten van een eigen spiritueel en intellectueel ecosysteem. Soortkill betekent in de Amsterdamse straattaal zoiets als 'een soort kerel'. Door zichzelf, of door de straat, is hij tot professor benoemd, zo stelde de spreker.

Onderwijssysteem

Professor Soortkill formuleerde, op basis van zijn eigen ervaringen, scherpe kritiek op het traditionele Nederlandse onderwijssysteem. Ondanks een intellectuele familietraditie waarin VWO en academische graden de norm waren, werd hij na de basisschool in de Bijlmer doorgestuurd naar het praktijkonderwijs van het VMBO-KB. Hij ervoer hoe het reguliere onderwijs kinderen met een migratieachtergrond of concentratieproblemen systematisch onderaan de maatschappelijke ladder plaatst en hen doordringt van een verlammende onzekerheid. Zelf maakte hij het VMBO en een MBO-4 opleiding uiteindelijk af, maar de dag nadat hij geen leerplicht meer had, ging hij van school. Hij vond dat hij beter zijn eigen docent kon worden.

Hiphop

De werkelijke bevrijding vond Professor Soortkill in de filosofie van de hiphopcultuur en in autodidactische literatuurstudie. Hiphop is volgens hem meer dan alleen muziek, het is een collectief bewustzijn. Hoe kun je het maken buiten een systeem dat niet op jou gericht is? Zoals de Amerikaanse hiphop-rapper Kendrick Lamar zei: geef zelf antwoord op de vragen die je je stelt. Andere basisprincipes: wat we denken, trekken we aan. De omstandigheden bepalen jouw lot niet, alles is mogelijk voor iedereen als je de mogelijkheden maar ziet. Zekerheid is een placebo, je moet er gewoon in geloven. Op basis van die filosofie werkte Professor Soortkill aan vaardigheden om schrijver te worden. In 2016 bracht hij in eigen beheer - want geen uitgeverij zag er iets in - het Smibanese Woordenboek uit, waarmee hij de dynamische straattaal en linguale creativiteit van Amsterdam Zuidoost codificeerde en toegankelijk maakte.

Smibanese University

Uit deze beweging vloeide het overkoepelende Smib ecosysteem en de Smibanese University voort, met Professor Soortkill (maar dan onder zijn echte naam) als directeur. Wat begon als een groep jongeren met dromen, groeide uit tot een zelfvoorzienend ondernemersimperium met de kledingzaak Smib Boutique op de Amsterdamse Zeedijk, een eigen platenlabel, een uitgeverij, maatschappelijke onderwijsprojecten en een eigen filosofische boekenkast met door hen gekozen boeken in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Professor Soortkill werkt nu samen met de basisschool waar hij na groep acht uit frustratie een baksteen door een ruit gooide om jongeren te laten zien wat er wél allemaal mogelijk is en hun angst om te buigen in zelfvertrouwen. "We don't brainwash, we just wash the brain."

11 Point Program

Het theoretische hart van de Smibanese University wordt gevormd door het 11 Point Program - een praktische handleiding voor zelftransformatie, geïnspireerd op het 10 Point Program van de Black Panther Party en gecombineerd met inzichten uit het boeddhisme en taoïsme:

Knowledge of self

Leer iets: lees iets (het leven is ons klaslokaal).

Zuiver je ati (zuiver je hart van angst).

Discipline Yo’self.

Know your heritage (ken je herkomst).

Eat functional.

Get with God (de wetten van het universum).

Onderhoud je lichaam.

Get money, maak money (maar weet dat tijd waardevoller is dan geld).

Build a prolific family (een vruchtbare omgeving).

Stay fly (doe het met stijl).

Symbolisch verbond Soortkill de oprichting van zijn universiteit aan het jaar 1734 - het jaar waarin het koloniale bewind in Suriname het zo moeilijk had met de marrons die streden voor hun vrijheid. Het verhaal van Professor Soortkill sloot naadloos aan bij het dagthema: landverhuizen is niet alleen het oversteken van fysieke grenzen, maar bovenal het verleggen van geestelijke horizonnen.

Zelf sloot hij af met een laatste raad 'voor deze toch wel oudere deelnemers' (zoals hij de aanwezigen eerder had genoemd): "Zolang je het kind in jezelf niet verliest, is de wereld van jou."

 

Het verslag van het ochtendprogramma is opgesteld met behulp van AI en daarna door de redactie van PrincEzine bewerkt.

Onderstaand verslag van het middagprogramma is gebaseerd op verslagen die verschillende deelnemers desgevraagd naar de redactie hebben gestuurd. Een deel van de groepen ging naar dezelfde locaties. Sommige programma-onderdelen zijn dus door verschillende deelnemers in hun verslag opgenomen.

Fenix migratiemuseum: koffers, foto's en kunst van emigranten

Het Fenix migratiemuseum bezoeken, bleek een goede zet. Ik was aangenaam verrast door het moderne gebouw en door de manier waarop de hele migratiestroom voorgesteld werd. Ik had al de musea in New York op Ellis Island en het Red Star Museum in Antwerpen bezocht, maar deze nieuwe aanpak trok de hele migratieproblematiek verder open. Het museum is ook perfect gelegen: namelijk met zicht op wat ooit het hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn was, nu het New York Hotel.

Op de gelijkvloerse verdieping bevinden zich de meer 'traditionele' opstellingen: een labyrint van koffers waar een audiotour verhalen bij vertelde. En veel foto's met als thema migratie en afscheid. Sommige foto’s waren zeer aangrijpend.  Op de eerste verdieping vertelden emigranten kun verhaal via hun kunstwerken. Vooral het werk van Willem De Kooning 'Man in wainscott' trof me zeer: licht, zachte kleuren, het werk van iemand die een nieuw leven wilde opbouwen in een open land. Het werk van een man die als verstekeling in zijn nieuwe hometown aankwam… Maar die daar zijn vroegere thuis niet vergat. Dat viel te lezen in één van zijn brieven aan het thuisfront: "Het is laat. En terwijl ik naar bed ga, denk ik aan de Zaagmolenstraat." Het moederland bleef toch ook een beetje thuis.

Verhalenhuis Belédère: teveel dames van lichte zeden in WOII

Ik was duidelijk niet de enige die het museumbezoek kon waarderen: de hele groep was buitengewoon geïnteresseerd. In die mate dat we te laat kwamen in het verhalenhuis Belvédère in Katendrecht. Ook daar hoorden we aparte verhalen. Vooral het feit dat de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn soldaten verbood in de wijk te komen, wegens te veel dames van lichte zeden, was verrassend. Je mocht de bevolking vermoorden, maar niet 'beminnen'!

Bij de borrel achteraf, was er tijd voor wat extra 'amicitia'. Een vriendelijke Rotterdammer leerde mij dat de SS Rotterdam niet meer uitvoer. Dat kon ik zelf wel zien, vond hij: het schip lag met zijn kont naar de zee. Zijn vaartijd zat er definitief op! Zulke maritieme weetjes weet een Leuvenaar natuurlijk niet. Weer wat geleerd.

Chris Vermuyten
Afdeling Leuven-Arenberg

Theater Walhalla: verhalen van landverhuizers uit Rotterdam

Onze groep werd in een klein zaaltje in theater Walhalla ontvangen. Er werd verteld over de verschillende groepen landverhuizers die vanuit Rotterdam naar de Nieuwe Wereld vertrokken door de eeuwen heen, waarbij tussendoor bijpassende volksmuziek ten gehore werd gebracht met piano, accordeon, viool, gitaar en zang.

Vierhonderd jaar geleden vertrokken de eerste emigranten aan de rand van Rotterdam, vanuit Delfshaven. Het waren geloofsvluchtelingen, die eerst vanuit Engeland naar Leiden waren verhuisd en daarna naar de Nieuwe Wereld wilden verhuizen. Hun bekende schip de Mayflower landde na twee maanden varen op de kust van Amerika. De eerste winter was extreem streng en de landverhuizers werden geholpen door de inheemse bevolking met mais en kalkoenen. Zo ontstond Thanksgiving, waar met kalkoen en maisbrood wordt bedankt voor wat de aarde gegeven heeft.

Eind zeventiende eeuw vertrokken veel strenggelovige Quakers naar Amerika. Voor vertrek kwamen zij vaak samen in herberg De Lantaarn. Daar discussieerden zij over politiek en de scheiding van kerk en staat, niet alleen met elkaar maar ook met de boven herberg wonende Britse filosoof John Locke, op dat politiek balling in de Nederlanden. Het 'We the people', dat eerst in de grondwet van Pennsylvania en daarna in de Amerikaanse grondwet kwam, is er tenminste besproken, zo niet bedacht…

Het gezicht van landverhuizer William Penn moeten velen van ons wel herkennen. Het staat nog altijd op de pakken Quaker Muesli en Quaker Oats in de schappen van de supermarkten.

In de loop van de eeuwen volgden nog heel veel geloofsvluchtelingen die naar de Nieuwe Wereld vertrokken: hugenoten, mennonieten, hernhutters en doopsgezinden. Hun aantallen waren zo groot, dat er buiten de stadsmuren van Rotterdam grote vluchtelingenkampen ontstonden, waar veel ziektes uitbraken, waaronder tyfus. Honderden mensen stierven en werden begraven op de plek waar nu de wijk (en het stadion) Feijenoord staat. Vluchtelingen en vluchtelingenkampen zijn van alle tijden.

In de negentiende eeuw vertrokken vanwege de aardappelziekte veel Nederlanders en Vlamingen (en natuurlijk ook veel Ieren) naar Amerika. Die eeuw nam het aantal pogroms in Rusland toe en vluchtten veel Russische Joden naar West-Europa en (deels) verder naar Amerika. Twee broers zagen daar handel in en richtten de Holland-Amerika Lijn om deze vluchtelingen met stoomboten naar de Nieuwe Wereld te helpen. En daar goed aan te verdienen. Het landverhuizershotel in Rotterdam waar de landverhuizers wachtten op het vertrek van de schepen had op een gegeven moment 1.800 bedden.

Karen-Ann Wijdicks (met toevoegingen van PrincEzine-eindredacteur Elwin Lammers)
Afdeling Breda

Verhalenhuis Belvédère: mensen met elkaar en de stad verbinden

Na de prima lunch vertrok onze groep naar Verhalenhuis Belvédère in Katendrecht. We kwamen binnen in een levendig en beeldend 'bruin' café met allure. Het verhalenhuis wil door middel van kunst, cultuur en (persoonlijke) verhalen zoveel mogelijk mensen met de stad en vooral met elkaar verbinden. Vanaf een klein podium vertelde Linda Malherbe, de bedenker van het Verhalenhuis, ons levendig en beeldend over de geschiedenis van het huis en haar bewoners en over de activiteiten die er plaatsvonden vanaf 1884. De drie verdiepingen van het huis zijn ingericht als sfeervolle tentoonstellingsruimte, waar de verhalen een eigen gezicht krijgen.

Theater Walhalla: muzikaal optreden

Aansluitend gingen we naar het kleine en intieme theater Walhalla. Daar werden we getrakteerd op een muzikaal optreden van drie muzikanten samen met Arie van der Krogt, dichter, vertaler, zanger en liedjesschrijver. De songs, soms ook hertalingen, gingen over aankomst en vertrek, over heimwee en over je thuis voelen. De beelden die op een scherm werden vertoond waren wat mij betreft soms heel aangrijpend. Tranen hoog:  toen en nu, l’histoire se répète...

Daarna weer met beide benen op de grond sloten we ons bezoek af met het gezamenlijk zingen van het lied 'Rotterdam mooie stad'. Al met al een geweldige middag.

Pia van Sonsbeeck
Afdeling 't Sticht

 

Fotomuseum: veel foto's in een mooi gebouw

Het fotomuseum is ontzettend groot en de deelnemers hadden maar een uurtje de tijd. "Dat was wel krap", blikt begeleider van de afdeling Rotterdam terug. "Van veel deelnemers hoorde ik: er zijn zoveel foto's, het is gewoon overdonderend. Dit is iets om nog een keer naar terug te gaan." Zelf heeft Karin de tentoonstelling van de honderd meest iconische Nederlandse foto's bezocht. "Van de eerste portretten in Suriname tot illegaal gemaakte foto's in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog en weer een paar decennia later de Dolle Mina's. Een mooi overzicht."

De deelnemers waren ook onder de indruk van het gebouw zelf, een oud pakhuis. "Je zag overal nog de stalen balken, de grote schroeven, de oude deuren. Heel indrukwekkend. Op zich heeft het gebouw niet zoveel met het thema 'Landverhuizers' te maken, maar wel met de Rotterdamse haven, vanwaaruit er vertrokken werd naar de Nieuwe Wereld." 

Kapie-wandeling: gentrificatie en het eerste Chinatown

Een rondje door de wijk Katendrecht maken, heet in de Rotterdamse volksmond 'een kapie maken'. Katendrecht, een schiereiland, wordt ook wel de Kaap genoemd. Karin Heij, lid van de afdeling Rotterdam en begeleider van een van de groepen die deelnam aan de stadswandelingen, wist dit echter niet toen ze gevraagd om op de Algemene Ledendag te helpen, ook al komt ze tegenwoordig veel in de wijk. "Ik heb op internet moeten opzoeken wat 'een kapie maken' betekende. In de jaren negentig kon je vanwege misdaad en verval echt niet in Katendrecht komen. Nu is het echt helemaal hét, booming, echt leuk. De stadsgids die ons rondleidde had er als kind gewoond in een opvanghuis voor ongedocumenteerden. Haar ouders waren vluchtelingen uit Syrië. Nu studeert ze sterrenkunde. Ze was heel erg tegen de gentrificatie van Katendrecht. Ik heb maar niet tegen haar gezegd dat als ze straks een goede baan heeft en zelf in Katendrecht gaat wonen, ze ook een van die yuppen in de wijk gaat zijn…"

De groep van Karin was opgedeeld in vijf kleinere groepjes, met elk een eigen stadsgids. "Die ook allemaal hun eigen verhalen vertelden. Niet iedereen heeft hetzelfde gehoord. De reacties van de deelnemers waren zeker positief. Ik hoorde vooral terug dat ze het bijzonder vonden dat er aan het begin van de twintigste eeuw honderden Chinezen uit Londen naar Katendrecht waren gehaald als stakingsbrekers en dat daardoor het eerste Chinatown in Europa ontstond."

Interview met Karin Heij, afdeling Rotterdam, door Elwin Lammers, eindredacteur PrincEzine

 

Kapie-wandeling: illegale Surinaamse jazz in de Tweede Wereldoorlog

We zagen tijdens onze wandeling door het schiereiland Katendrecht een mengeling van authentieke en nieuwe gebouwen. Het historisch erfgoed in de wijk is dus niet totaal gesloopt. Onze bevlogen gids vertelde tijdens de wandeling verschillende persoonlijke geschiedenissen. Ze stond stil bij de komst, en later de integratie, van Chinezen, Kaapverdianen en Grieken in deze Rotterdamse wijk. De nadruk van de rondleiding lag op de tijd dat havenarbeiders, zeelieden en arbeiders uit alle windstreken de wijk binnenkwamen en deze wijk een multicultureel karakter kreeg. 

Het verhaal over de Surinaamse tenorsaxofonist Kid Dynamite dat onze gids vertelde, sprak mij als jazzliefhebber erg aan. In Tweede Wereldoorlog werd er illegaal jazz gespeeld in de Belvédère op Katendrecht - toen het Negro Palace Belvédère genoemd. De optredens waren toch mogelijk doordat er een systeem was opgezet voor en door verschillende clubs en cafés op Katendrecht om te waarschuwen als de Duitsers eraan kwamen.

Museum Feniks en het verdwijnen van de Ramisi-tomaat

Ons bezoek aan Katendrecht werd afgesloten met een bezoek aan museum Feniks, waar de bezoeker wordt geconfronteerd met de angstaanjagende gevolgen van oorlog en klimaatverandering. Wat een rijkdom aan diverse kunstwerken met als focus migratie! Mij trof onder meer een serie van drie wandkleden waarin het verdwijnen van de Arabische Ramisi-tomaat is afgebeeld. Oorzaken: klimaatverandering, oliewinning en verstedelijking, alle onomkeerbaar.

Marleen Willebrands
Afdeling Heerlen

 

Borrel

Na afloop was er voor de deelnemers een welverdiende borrel en werden de Rotterdamse leden die de dag hadden georganiseerd en mogelijk hadden gemaakt door president Jan Van Daele bedankt en in het zonnetje gezet.

Foto boven het artikel: het kofferlabyrint in migratiemuseum Fenix.