Uittredend gewestpresident Brabant-Oost Karel Van Liempt: "Een goede vergadering komt niet vanzelf"

Bij zijn aantreden wilde hij 'het gewestniveau wat meer uit de schaduw' doen treden. Dat is gelukt, blikt uittredend gewestpresident Brabant-Oost Karel Van Liempt terug. Niet alleen in zijn eigen gewest, maar door de statutenverandering ook op het niveau van de OvdP. Karel heeft de afgelopen drie jaar veel kwaliteit bij de afdelingen ervaren en ook veel kennis en bestuurservaring gezien aan de top. En dan zijn er nog de nieuwe leden die hij mocht installeren. "Ja, er is nog toekomst voor de Orde met die boeiende, nieuwe instroom."

 

Wanneer werd je gewestpresident en sinds wanneer ben je dat niet meer?

Ik ben aangetreden in het najaar van 2023 en mijn mandaat eindigde formeel op 31 augustus 2026, een driejarig mandaat dus.

Mijn voorganger was Ruud Hendrickx van de afdeling Leuven. Hij is nu lid van het Bestuur met de portefeuille Communicatie. Mijn opvolger is Guido Vermeulen, voorzitter van de afdeling Tienen.

Heb je je belangrijkste doelstellingen (zie het interview bij het aantreden) kunnen bereiken?

Mijn belangrijkste doelstelling was: het gewestniveau meer bekend maken bij de leden. Dat is zeker gelukt. De leden weten nu dat de Orde meer is dan de eigen afdeling. Dit is een pluim die niet alleen het gewest op zijn hoed mag steken. Ook het Bestuur met zijn vernieuwde, digitale en intense communicatie heeft hier grote verdiensten, uitgerold onder de dynamische leiding van president Jan Van Daele. Het is aan het gewest om dit beleid mede te ondersteunen, wat in Brabant-Oost zeker is gebeurd.

In dit verband is het niet onbelangrijk om te herinneren aan de nieuwe statuten. Deze zijn goedgekeurd op de Algemene Raad in december 2023, bij het begin van mijn mandaat, dus. De statutenwijzigingen zijn voorbereid door de vroegere president, Ruud Hagenouw.

Voor het gewest is deze wat saaie tekst zeer belangrijk. De plaats en de taak van het gewest zijn nu duidelijk gedefinieerd. Het gewest moet "het goed functioneren van de afdelingen bevorderen". De gewestpresidenten vormen samen het Presidium, dat "de verbinding vormt tussen de centrale en decentrale onderdelen van de Orde".

Hiermee werd een moeilijke kwestie, die gedurende jaren sommige debatten beheerste, definitief opgelost: gewestpresidenten zijn geen bestuurders van de OvdP, maar geven via het Presidium advies aan het Bestuur. Ik kan me zeer goed voorstellen dat sommigen het belang van deze kwesties niet onmiddellijk zullen beseffen, maar als jurist boeit mij dit wel. En, niet onbelangrijk: goede teksten en goede afspraken vormen de basis van een goed functionerende organisatie.

Waarop kijk je met de meeste voldoening terug en waarom?

Naast de interessante en stimulerende vergaderingen van het Presidium, met gewestpresidenten en met leden van het Bestuur dus, is er natuurlijk de werking van het eigen gewest.

De activiteit waaraan ik de meeste voldoening heb beleefd, was het feestelijk barokconcert dat Brabant-Oost organiseerde in Abdij van Park te Heverlee, juni 2024. 'Musa Horti' bracht er hemelse muziek van Mozart en Händel. In de abdijtuin volgde een sfeervolle receptie. Verschillende nieuwe leden hebben zich daarna gemeld, onder andere gemotiveerd door deze mooie activiteit.

Daarnaast zijn de vele, jaarlijks terugkerende afdelingsoverschrijdende activiteiten niet alleen een uiting van de dynamische werking van de afdelingen, maar ook van de goede sfeer binnen het gewest. Begin dit jaar organiseerden de twee Leuvense afdelingen de gewestdag, naar aanleiding van 600 jaar KU Leuven, in samenwerking met het gewest Brabant-West. Dat alles is natuurlijk positief om vast te stellen.

Wat was het meest ontroerende dat je als gewestpresident hebt meegemaakt?

De aanstelling van nieuwe leden. Het zijn altijd bijzondere ontmoetingen. Zonder uitzondering zijn het interessante mensen, die je leert kennen in een wat speciale, voor sommigen ook wat nerveuze setting. Het zijn meestal korte gesprekjes, maar er ontstaat toch een onderlinge band. Het overheersende gevoel is positief. Ja, er is nog toekomst voor de 'Orde' met die boeiende, nieuwe instroom.

Wat had achteraf beter gekund of anders gemoeten?

De samenstelling en werking van het gewestbestuur. Door omstandigheden was dit in het begin van mijn mandaat niet evident om te regelen en is er wel wat tijd overheen gegaan. Graag benadruk ik dat ik wel met toffe gewestcollega's heb kunnen samenwerken. Mijn opvolger heeft dit nu vanaf het begin goed aangepakt.

Wat hebben de leden van je bestuur, de afdelingsbesturen en/of de leden van het gewest over je ontdekt de afgelopen jaren?

Hoe anderen over mij denken of hoe ik overkom, dat kan ik zelf moeilijk beoordelen. En, eerlijk gezegd, ik heb daar weinig aandacht voor. Wel weet ik meestal tamelijk goed waarmee ik bezig ben en wat ik wil bereiken. Ook ontdek ik doorgaans snel wat haalbaar is. En daar tracht ik dan met geduld en enige diplomatie naartoe te werken.

Sommige aspecten worden ook al eens onderschat. Het belang en de positieve impact van een goede vergadering, bijvoorbeeld. Dat komt doorgaans niet vanzelf. Goede voorbereiding is hier essentieel, alsook een duidelijke agenda en volgorde van de te behandelen punten, gedachtewisselingen stimuleren – zeker – maar ze ook in de hand houden, tot duidelijke conclusies komen, … En niet te lang vergaderen om het aangekondigde einduur te respecteren. Zo blijft er nog wat tijd over om nadien even van gedachten te wisselen. In Vlaanderen belangrijk, want na de vergadering komen soms belangrijke nuances aan bod.

Wat heb je zelf geleerd tijdens het gewestpresidentschap?

Vooreerst de dynamische werking van de afdelingen. Ze zijn weliswaar allemaal een beetje verschillend en dat is zichtbaar in kleine details, maar de ontmoetingen zijn telkens heel vlot en in alle vriendschap verlopen. Er is ook veel kwaliteit in de afdelingen en de maandelijkse activiteiten zijn meestal van een hoog niveau. Met andere woorden, aan de basis zit het nog steeds heel goed. De continuïteit lijkt verzekerd.

Ook de leerrijke gesprekken en het uitwisselen van ervaringen met collega-gewestpresidenten en Bestuursleden tijdens presidiumvergaderingen en in de rand ervan zijn voor mij steeds een verrijking geweest en een aanmoediging om verder te doen. Aan de top is veel kennis en bestuurservaring aanwezig. Dit is beloftevol voor de toekomst van onze vereniging.

Hoe diep is het zwarte gat nu en hoe ga je dat opvullen?

Verveling of niets om handen hebben is niet aan mij besteed. Er zijn de grootvaderlijke bezigheden, met onder andere twee opgroeiende kleinkinderen, die in de UK wonen. Heel stimulerend.

Ik lees graag. Meestal non-fictie (geschiedenis, filosofie,…), maar af en toe een goede roman kan ook.

Mijn bijdrage aan de Prince-Academie bezorgt me eveneens voldoening. Samen met president Jan Van Daele heb ik het initiatief hiertoe genomen in de post-coronaperiode. Nu, na enkele jaren, is dit uitgegroeid tot een uniek, kwaliteitsvol online aanbod op het gebied van cultuur en duiding inzake informatie.

Wat me ook bezighoudt, is burgerparticipatie in mijn gemeente (Bonheiden). Zo ben ik lid geworden, na kandidatuurstelling, van de Bibliotheekraad en de Mobiliteitsraad. Ik geloof in inspraak en zeggenschap van de inwoners (adviesvorming aan het bestuur). Met mobiliteitskwesties treed ik wel uit mijn comfortzone. Zone 30, fietspaden, beperking van verkeersborden, trajectcontroles, … Voor mij waren het nieuwe materies, maar ze zijn belangrijk voor verkeersveiligheid. En ik maak kennis met collega-inwoners, die ter zake veel expertise hebben.

Is er nog iets dat je het gewest of de Orde als geheel wilt meegeven?

De ideeën van het Bestuur inzake 'OvdP Morgen' steun ik volmondig. Dit is het oprichten van een jongerenafdeling met verwijzing naar de derde generatie Princeleden (sympathisanten). Mocht het lukken enkele (zeker niet veel en op strategische plaatsen) van die afdelingen tot stand te brengen, het zou welkome zuurstof geven aan de organisatie.

Ik weet dat deze ideeën heel wat bedenkingen oproepen en men mag deze zeker niet wegwuiven. Maar ze kunnen ook bouwstenen opleveren om verder aan de toekomst te werken.